dinsdag 5 januari 2016

...er gebeuren rare dingen rondom mij...


 Gynaecologen waarschuwen voor vervuiling


De internationale federatie van gynaecologen waarschuwt dat onze huidige blootstelling aan giftige stoffen tijdens de zwangerschap en borstvoeding de menselijke voortplanting bedreigt.
In aanloop tot haar jaarcongres publiceert de Figo, de federatie die de verenigingen van gynaecologen en verloskundigen van 125 landen overkoepelt, in haar vakblad een waarschuwing dat het de verkeerde kant opgaat met de milieuvervuiling. ‘We verdrinken de wereld in ongeteste en onveilige stoffen, en de prijs voor onze reproductieve gezondheid is beangstigend’, zeggen de auteurs.
Misvallen en doodgeboorten, groeivertragingen, aangeboren misvormingen, achterlijkheid, en een stijging in kanker en ADHD worden in verband gebracht met pesticiden, luchtverontreiniging, plastics, oplosmiddelen en dergelijke. Bovendien worden vooral de armen getroffen.
We voelen ons verplicht om op te roepen tot een beleid dat onze patiënten beschermt.’
Volgens de Figo  ( international federation of gynaecolgy and obstetrics ) sterven jaarlijks zeven miljoen mensen aan luchtvervuiling, kost de behandeling van hormoonverstorende stoffen alleen al in Europa 157 miljard euro per jaar, en betaalden de VS in 2008 voor de behandeling van kinderziekten door milieuvervuiling 76,6 miljard dollar. Ze roept haar leden op om te ijveren voor een beleid dat blootstelling vermindert, voedselveiligheid garandeert, milieuhygiëne onderdeel maakt van de gezondheidszorg en milieulasten rechtvaardig verdeelt.

De Standaard okt 15


Luchtvervuiling heeft impact op brein van baby



Blootstelling aan luchtvervuiling tijdens de zwangerschap vermindert mogelijk de intelligentie van de baby en verhoogt het risico op ADHD.
Amerikaanse onderzoekers volgden zeshonderd kinderen uit New York jarenlang. Tijdens hun zwangerschap droegen de moeders 48 uur lang een rugzakje met een toestel dat de hoeveelheid PAK’s mat die ze inademden. PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) zijn stoffen die onder meer in uitlaatgassen van auto’s en in sigarettenrook zitten. Ze kunnen via de placenta de ongeboren baby, en zijn hersenen, bereiken.
Bradley Peterson en zijn collega’s van het Children’s Hospital Los Angeles testten alle kinderen toen ze drie, vijf en zeven waren. De kinderen van de moeders die de meeste PAK’s binnenkregen, bleken zich trager te ontwikkelen, onder meer in hun taalgebruik, en vaker last te hebben van angsten en depressieve gevoelens dan kinderen van moeders die minder waren blootgesteld aan luchtvervuiling.
Bij veertig van de kinderen maakten de onderzoekers nu ook een MRI-scan van hun hersenen. Hoe groter de blootstelling aan PAK’s, hoe minder witte stof ze in hun linkerhersenhelft bleken te hebben. De witte stof omvat de delen van de hersenen die verantwoordelijk zijn voor informatieoverdracht. Deze kinderen scoorden ook slechter op intelligentietests en ze hadden vaker gedragsproblemen zoals ADHD en antisociale gedragsstoornis dan kinderen van wie de moeder minder was blootgesteld aan vervuilde lucht.
Bovendien verschilde hun vorm van ADHD van de algemeen beschreven vorm, waardoor de onderzoekers vermoeden dat ze op een specifiek subtype zijn gestoten, veroorzaakt door luchtvervuiling. PAK’s werken vermoedelijk indirect in op het brein. Ze zwengelen er de productie aan van stikstofmonoxide en onstekingsbevorderende eiwitten. Dat zorgt voor de dood van nabijgelegen hersencellen. Ook kunnen PAK’s de productie van myeline verminderen – dat is de witte stof die zorgt voor een snelle signaaloverdracht tussen hersencellen.
“Onze bevindingen wakkeren de ongerustheid aan over de effecten van luchtvervuiling op de hersenontwikkeling van kinderen en de gevolgen daarvan op cognitie en gedrag,” zegt Bradley Peterson. Dat de impact op de hersenen veroorzaakt wordt door PAK’s kan Peterson niet voor honderd procent hard maken, maar het is wel waarschijnlijk. Want eerder onderzoek bij proefdieren suggereerde al dat prenatale blootstelling gedrags- en leerproblemen kan opleveren. En de veertig kinderen die een MRI-scan ondergingen, waren minimaal blootgesteld aan andere vaak voorkomende schadelijke stoffen, zoals tabaksrook, lood en insecticiden. De proefpersonen kwamen allemaal uit een kansarm milieu met een Afro-Amerikaanse achtergrond of latinoachtergrond. Peterson en zijn collega’s zijn gestart met een nieuwe studie met meer kinderen en moeders uit een meer algemene populatie om te zien of ze hun resultaten kunnen bevestigen.
vakblad 2015 JAMA psy