zaterdag 29 november 2008

ik wil niet/nu zitten...

“…Tussen twee weeën in loop ik naar de badkamer en laat het bad lopen, terwijl ik alweer een nieuwe wee opvang over het luierkussen geleund.
Ik hoor in de living Leen naar haar collega bellen met de boodschap dat ik druk voel.
Carl staat naast me, zijn hand op het luierkussen…ik leg mijn hoofd ertegenaan, zijn koele hand doet deugd…
- Leen, ik moet gewoon meeduwen, ik kan niet anders!
Leen komt de badkamer binnen en besluit dat het toch maar geen bad-tijd is en dat we beter terug naar de living gaan… daar staan de baarkruk en al Leen haar spullen al klaar.

Het valt me op dat Leen me nu ook nog mijn gang laat gaan, waar ik ook loop, wat ik ook doe, ik denk eigenlijk niet dat ze vijf zinnen gezegd heeft.
Opnieuw valt het verschil met de ziekenhuisbevalling me op, waar alles meer geregistreerd verloopt. Er wordt gemonitord, er wordt gecoached (in het genre van ‘duwe zenne madammeke”) en de omgeving is ook een stuk sterieler…van dit alles nu niets; ik loop waar ik lopen wil, doe wat ik voel… ik voel dat Leen alles in ’t oog houdt en dat stelt me gerust, ik zie vanuit een ooghoek dat ze alles klaar houdt, dat ze Carl stil aanwijzingen geeft waar te gaan zitten zodat hij mij kan ondersteunen, maar het gevoel van ‘men laat mij doen’ overheerst.
Een gek gevoel eigenlijk; even doorspekt met onzekerheid (gaat het wel goed zo – ik krijg geen feedback?) maar direct daarna empowerded het echt.
De stilte valt me vooral op… de stilte van de anderen want dit keer maak ik best wel kabaal met het puffen en het zuchten.
Vriendin ging foto’s nemen, ze neemt er eentje tijdens de wee… de plotse flits doet me schrikken en mijn concentratie verliezen. Ik vraag geen foto’s meer te nemen.

Plots voel ik persdrang: dit herken ik! En dat zeg ik ook…het eerste wat opnieuw hetzelfde aanvoelt als bij mijn eerste bevalling sinds de vliezen braken.
Wat een krachtig gevoel, mijn angst dat ik geen kracht meer zou hebben om te persen was totaal ongegrond, mijn lijf neemt gewoon opnieuw de boel over.
Ik probeer op de baarkruk te gaan zitten, maar dat lukt niet. Ik kan gewoon niet gaan zitten, er zit ‘iets’ in de weg, ik probeer opnieuw maar het lukt niet, ik sta zo goed als recht te persen
- Baarkruk weg, die staat in de weg, ik kan toch niet zitten!
Leen neemt de baarkruk weg.
Het voelt aan alsof ik stoelgang maak en dat is écht een vervelend gevoel, ik wou dat iemand dat even wegnam!
- Kalm, hoor ik Leen zeggen, daar zit geen stoelgang maar een kind te duwen.
Ze zegt ook dat ik op Carl zijn knieën kan gaan zitten mocht ik dat willen.
Dat lijkt me niet zo’n goed idee, lijkt me nogal onstabiel en trouwens: ik kan niet zitten!
Plots voel ik het hoofdje binnenin doorschuiven naar voor toe, de druk op mijn perineum is weg, ik voel dat het hoofd eraan komt:
- Vlug, geef me de baarkruk terug, ik wil NU zitten!
Even snel als ze weggehaald werd staat ze terug klaar. Nu lukt het zitten wel, ik leun achterover in Carl zijn armen.
Ik voel het hoofdje komen en duw heel zachtjes mee… ik wil niet inscheuren deze keer én heel vreemd, ik wil het voelen… ik weet wat eraan komt, hoe snel het nu zal gaan en ik wil het bewust meemaken.
Dus voel ik het hoofdje zachtjes geboren worden, daarna de schoudertjes en daarna glibber, glibber, het lijfje… en dan – na hoogstens 5 minuten persen – krijg ik een wit kindje tegen me aan: van kop tot teen wit van de huidsmeer, nog donzig in haar gezichtje.

Ik herinner me eigenlijk niet meer wanneer we gekeken hebben of het een jongen of een meisje was, of dat iemand ons dat gezegd heeft… wat ik me wel nog levendig herinner en ook op de foto’s telkens om moest lachen is dat ze in een bruine kottekeskeukenhanddoek’ gewikkeld werd.

Nog geen tien minuten na de geboorte kwam de placenta.
Mijn badje, al gevuld van tijdens de weeën kon ik gelijk inplonzen, genieten van het warme water.
Nadat de refelexen van onze dochter bekenen en goedgekeurd zijn, installeer ik me in de zetel, blij dat alles goed verlopen is, dat ze een goed zuigreflex en een goed gewicht heeft ondanks het feit dat ze zo vroeg gekomen is.
Ik leg ze aan de borst en na even snuffelen drinkt ze, gelijk al met grote slokken.
Wat een rustige sfeer, zalig gewoon, is me dat genieten!…”

maandag 24 november 2008

woensdag 19 november 2008

Het geschenk

Moeder overhandigt me een uitgescheurd papier waarop ze in drukletters een gedicht schreef.
- Lees het aan je pa voor, hij heeft erom gevraagd.
Bij de eerste zinnen schiet moeder haar gemoed vol.
- Ik heb het altijd een triestig gedicht gevonden, we moesten het in de lagere school leren, je pa ook. Pa knikt en kijkt haar aandachtig aan. Zoals ervoor heeft hij mijn ansichtkaart uit Frankijk in de zetel liggen. Hoe vaak zou hij het al gelezen hebben?
Ik lees verder, pa verbetert een zin, ik moet het herlezen om te zien of het nog klopt. Nee, het klopt niet, ma is een zin vergeten.
Weerom opnieuw, pa pinkt een traan weg.
(“Ik had binnen een maand willen ‘weggaan’. Nee, pa, je moet ons huis en onze tuin in Frankrijk nog zien, met het vliegtuig ben je er zo.
Ja, ik wil wel, maar de winter…)

- Verdomme, zit ik nu zelf ook al te janken, waarom leerden ze jullie geen leuker gedichten op school!

Het geschenk

I
Hij trok het schuifken open
Het knaapje stond aan zijn zij
En zag het uurwerk liggen
- Och grootvader, geef het mij

‘k Zal het u wel eens geven
toekomend jaar misschien
Als ge wel leert en braaf zijt
Zei de oude, we zullen wel zien

- Toekomend jaar! Sprak het knaapje
O, grootvader, maar dan zoudt
ge reeds lang kunnen dood zijn
Ge zijt zo ziek en zo oud

De oude stond te peinzen
en dacht : Het is wel waar
En zijn lange vingren streelden
Des knaapjes krullend haar

Hij nam het zilvren uurwerk
en ook de zware keten erbij
Lei het in de gretige handjes
- ‘t komt nog van uw vader, sprak hij

II
Er was een grafje gedolven
De scholieren stonden er rond
Een grijsaard boog met moeite
Nog een knie ten grond

Het koele morgenwindje
Speelde om zijn haren zacht
’t Gele kistje zonk neder
arm schaapje, wie had dat gedacht

Hij keerde terug naar zijn woning,
de oude vader, en weende zo zeer
En lei het zilveren uurwerk
in het oude schuifken weer

Rosalie Loveling (Nevele 1834-1875), zus van Virginie, nicht van Cyriel Buysse

zaterdag 15 november 2008

3 in 24u tijd

Bevallingsverhalen. Ze zitten in mijn hoofd of staan half genoteerd op het partogram.
Van sommige maak ik het verhaal af, zoals twee haar geleden van deze.


‘Lieve Julie
De wijze waarop jij werd geboren
Daar mag iedereen van dromen
Zo mooi, zo rustig, zo zacht
Zo wonderlijk, zo te vroeg-onverwacht
Ontvingen je mama en papa je in hun armen
Om voorgoed je hartje te verwarmen’

Een zondagmorgen. Linda aan de lijn, drie weken voor haar uitgerekende datum. “Ik heb af en toe weeën”, vertelt ze, ze twijfelt of ze al ‘in arbeid’ is. Op de vraag of ze betrekkingen heeft gehad antwoordt ze bevestigend.
De liefde bedrijven op het einde van de zwangerschap kan al eens een valse arbeid-start uitlokken, dat weten alle vroedvrouwen. We spreken af dat ze het rustig aan doet vandaag. Daar kunnen we een valse start mee nekken. Een échte arbeid laat zich niet in de luren leggen door een beetje rust.
Ze is zwanger van haar tweede kind en wenst poliklinisch te bevallen.
Middag. Linda aan de lijn. ‘Het’ zet zich door. Toch heeft ze geen zekerheid omdat de weeën nog een onregelmatig patroon vertonen, maar de sterkte van de wee herkent ze als echte arbeid.
- Bel me als je naar het ziekenhuis vertrekt, spreek ik met haar af want ze moet haar man nog bereiken, haar moeder, vervoer vinden, opvang voor haar dochter… het heeft geen zin dat ik meteen vertrek.
Maar ik krijg geen nieuws meer en besluit het ziekenhuis te bellen.
Effectief, in de chaos van de bedrijvigheid heeft ze geen tijd gevonden mij nog te bellen.
De vroedvrouw van het ziekenhuis maant me tot spoed aan want er is al flink wat ontsluiting. Daar baal ik even van, ik moet me nu reppen naar de hoofdstad want een tweede kind kan soms zo snel gaan dat het net zo goed geboren kan worden tijdens mijn rit naar het ziekenhuis.
Acht centimeter ontsluiting als ik de ‘doe-maar-lekker-of-je-thuis-bent-bevallingskamer’ betreed.
Giorgio, de Italiaanse papa staat naast Linda. Hem had ik nooit eerder ontmoet, hij kon nooit meekomen op consultatie wegens te druk, dus maken we snel kennis – in ’t Frans.
Linda puft rustig een wee weg, je zou het haar niet geven dat ze bijna klaar is voor het baren. Ze blijft in haar cocon, wil niet meer naar het uitnodigend bad, stil blijven liggen wil ze.
We masseren om beurten haar rug, Giorgio en ik. Soms raken onze vreemde handen mekaar op haar rug. De bewegingen staken dan niet. In een half uur tijd zijn we bondgenoten geworden, hij en ik, voor haar. We willen beiden de sereniteit van de arbeid bewaren, een stilzwijgende afspraak tussen ons.
Linda de kracht en het vertrouwen geven om te baren.
Dat doet ze ook, zo heerlijk instinctief dat ik er bijna bij sta te glunderen.
Ach, Linda, geef jezelf, schenk jezelf dat kind.
Alsof ze nooit anders deed neemt ze haar kind uit haar schoot aan en legt het op haar borst.
Kleine Julie (2695 gram), prachtig kind, wees welkom.

In een roes van euforie kom ik thuis aan. Steeds een ontnuchtering want thuis ben ik vroedvrouw af en kruip ik in de rol van mama. Er moet - zoals steeds - nog van alles gedaan worden.
En dan krijg ik Kathie nog aan de lijn. Ze moet naar het ziekenhuis te Mechelen; de geplande thuisbevalling kan niet doorgaan want ze is flink over tijd.
Na een paar bemoedigende woordjes en de belofte haar te begeleiden eens de weeën komen opzetten, haak ik in.
Drie uren slaap haal ik, maar dan moet ik eruit.
Na aankomst in het ziekenhuis waren haar vliezen spontaan gebroken. Meteen kreeg ze erg sterke weeën en uitgeput van het lange wachten op de baby zag ze zich dit kind niet puur natuur krijgen.
Eens de optie ziekenhuis genomen kon ze van alle ‘gemakken’ gebruik maken, dus ook van een epidurale verdoving. Vooruit dan maar, ik gun het haar. De spanning is te groot geweest; spanning ook tussen hen beiden.
De arbeid lijkt te stagneren, we beslissen allen een dut te doen, zij beiden in de verloskamer, ik in een bureau.
Tegen de ochtend is het zover, het kind duwt. De paniek slaat weer toe, gaat ze dat kind er wel uit krijgen? Met z’n allen: de papa, de ziekenhuisvroedvrouw en ik moedigen we haar aan, sterken haar zelfvertrouwen.
- Je kan het Kathie, komaan, nog even.
Een reuzehoofd komt piepen, ik voel een strakke navelomstrengeling rond de nek; het kind kleurt blauw, we moeten snel handelen. Ik grits de klemmen van de tafel, de assisterende vroedvrouw komt me tegemoet, duwt de navelstreng plat zodat ik makkelijker kan knippen tussen de klemmen. Het kind is bevrijd, nog eens flink persen voor de romp van dat groot kind.
Geen tijd voor huid-op-huidcontact . In een mum van tijd ligt de blauwe baby op de onderzoekstafel. Ogen staan op oneindig, ze staren. Bewegingsloos ligt hij daar.
Ik noem dit het ‘de-dood-in-d’ogen-kijken’ moment.
Snel aspiratie, stimulatie en daar merk ik een knippering van de ogen en een armpje schiet de hoogte in.
Leven!
Een schreeuw!
Meer moet dat niet zijn.
Welkom knuffel David (4420gram). Bijna twee kilo meer dan Julie.

Tijdens de ochtendlijke rit naar huis wordt ik mobiel gebeld.
Bernard aan de lijn. Aarzelend. Weet niet goed hoe hij deze vrouwenzaak moet aanbrengen.
De eerste keer in verwachting van een kind. Maar hij kan er niet omheen: zijn Hongaarse, 40 jarige vrouw ‘lijkt’ wel contracties te hebben sinds enkele uren, wat nu?
Ook ik twijfel. Ik dacht – uiteraard - rechtstreeks naar huis te rijden om mijn consultaties van 9u te starten. Zou Helena in de latente of actieve fase zijn van haar arbeid? Daar kom ik alleen achter als ik ze dadelijk ga bezoeken. Ik verander mijn route en rij recht naar Leuven.
- Bonjour!
Ah, Leen, je suis content que tu es là, verwelkomt Bernard me opgelucht. Hij wijst me de weg naar boven. In een donkere kamer ontwaar ik haar. Het gordijn wordt opengeschoven. Het licht dat binnenvalt werpt een flits op een foto van Helena in haar gloriejaren, een moviestar.
Ze heeft haar lange blonde manen in een knot opgestoken. Begroet me met een zwakke glimlach.
- They are coming every three minutes apart, but not that painful, I can manage it. Do you think that I make progress?
Ze zucht een wee weg en vervolgt haar verhaal dat telkens onderbroken wordt door een wee. De weeën zijn kort, de frequentie ervan regelmatig, ze is nog flink alert, kan heel coherent praten tussenin, hm. Toch onderzoeken doe ik. Ik doe er redelijk lang over om 100% zeker te zijn van wat ik voel.
- Do you feel the baby pushing? vraag ik haar.
- Yes!, maar tot nu had ze er niet aan durven toegeven.
- You’re ready to deliver, meld ik haar en schiet in actie. Collega bellen, koffers uit de wagen halen, instrumenten klaarzetten, baarkruk, luierkussen, lintmeter, snel de eerste twee afspraken afbellen en de weegschaal: dat laatste is minder noodzakelijk, gewoon routine. Foetale harttoontjes nogmaals beluisteren; die baby is nog steeds in zijn nopjes daar in mama’s buik!
Ik voel het weer tintelen in heel mijn lijf. Het jeukt tot in de toppen van mijn vingers: straks mag ik nog een baby ontvangen. Adrenaline in drie lijven.
Ook het persen verloopt probleemloos. Met beperkte aanwijzingen heeft ze de truc al snel beet. De zwaartekracht helpt ook een handje, het is persen zoals je stoelgang maakt, op de kruk ipv op de plee. De meest logische manier. In kleermakerszit gezeten kan ik alles mooi volgen. Als baby’s kruintje komt piepen, haal ik er de spiegel bij. Bernard kijkt opgetogen naar het spiegelbeeld, Helena sluit liever de ogen als ze pauzeert na een wee. Op mijn aanraden gaat ze wel eens voelen en is verbaasd dat harde stukje hoofd aan te treffen op die anders zo zachte plek. Het geeft haar extra kracht. De volgende wee schuift het hoofdje er half door. Het moment om wat af te remmen, we willen het inscheuren beperken. Ze volgt al mijn aanwijzingen en vijf minuten verder leg ik haar kind in de armen.
Een zachte schreeuw, een springlevend kind.
Ik bedek het met een rode handdoek.
- What’s the sexe?
Dat verklap ik niet. Te mooi om de ouders dat zelf te laten ontdekken.
- It’s a boy!
Welkom sterke Bruno (3500gram). En veel geluk in ’t leven.

donderdag 6 november 2008

zaterdag 1 november 2008

Schunnige liefde



Zijn wij nog steeds die minnaars van de ergste soort,
Ik die mijn leven met het jouwe heb verward
En jij die meer en meer gelijkt op wat ik doe
En hier verloren bent gelopen in mijn woord?

Ik ben schuldig omdat jij je niet herkent
In jou, het beeld dat ik van jou gesneden heb.
Ik ben schuldig want bedrogen heb ik jou
Met jou – en toch was dit bedoeld als een geschenk.

Ik heb je veel te dicht tegen mij aan gehouden.
Ik heb je altijd veel te diep in mij bewaard.
Als ik je hier laat zien wie je geworden bent
Schrik jij nog steeds van mijn gezicht in jouw gedicht

Leonards Nolens

Leonard Nolens ' (°1947, Bree) bundel Liefdesverklaringen (1990) werd in Nederland bekroond met de Jan Campertprijs 1991, in België met de Driejaarlijkse Staatsprijs 1992. Voor zijn gehele werk kreeg hij in 1997 de Constantijn Huygensprijs. Voor Bres kreeg hij in 2008 de VSB Poëzieprijs.