woensdag 22 oktober 2008

Gruschwitz garen

Een kommetje water, een stuk zeep, een handdoek en garen van het sterkste soort; Gruschwitz, stervormig gevlochten. Op de kop getikt op een rommelmarkt.
Hij glimlacht een beetje onwennig maar kijkt hoopvol wanneer ik me met mijn attributen naast hem neerzet.
Ik leg de handdoek op mijn schoot, knip twee stukken draad af en wring ze aan weerszijden van de ring door. Maak zijn vinger nat en zeep in. Trek voorzichtig voorwaarts.
- Ja, ’t ga lukken, Leen.
Ik bekijk de obstructie. De knokkel van zijn ringvinger is dikker dan van de andere vingers.
- Zo gek hoe ik aan die verdikking kom, zegt hij.
Na een zware beklimming stond ik aan de top uit te hijgen en het landschap te bewonderen.
Ik wil er mij bij zetten en verstuik of breek daarbij die vinger toch niet zeker!
Nee, je gaat er hem toch niet afkrijgen, ik voel het.
’t Is waar, hij zal het nog even met die trouwring moeten uitzingen .
Een juwelier heeft vast beter materiaal, verzeker ik hem.

Nee, maar, was dat een verrassing aan de deur.
Ze hadden gewacht tot ik klaar was met de consultaties.
We zouden net aan tafel aanschuiven toen de bel ging.
En daar stond hij, gelaarsd, met helm in de hand.
Of hij stoorde?
- O, maar ik kom wel terug als jullie net gaan eten.
- Maar nee, schuif aan, stoofpotjes zijn er om met velen te delen.
Bij elke hap werd het verhaal duidelijker.
Zijn vrouw en hij hadden na 32 jaar huwelijk beslist om met onderlinge toestemming…