dinsdag 30 september 2008

for Archie









Sweet and Low by Alfred Lord Tennyson 1809-1883

Sweet and low, sweet and low,
Wind of the western sea,
Low, low, breathe and blow,
Wind of the western sea!
Over the rolling waters go,
Come from the dying moon, and blow,
Blow him again to me;
While my little one, while my pretty one, sleeps.

Sleep and rest, sleep and rest,
Father will come to thee soon;
Rest, rest, on mother's breast,
Father will come to thee soon;
Father will come to his babe in the nest,
Silver sails all out of the west
Under the silver moon:
Sleep, my little one, sleep, my pretty one, sleep.

zondag 28 september 2008

Ce sont les plus bêtes qui accouchent le plus facile


Erik Satie Mouvements En Forme De Poire - Manière De Commencement

Toen zei ik dat ik je verhaal nog niet klaar had.
Eerlijk gezegd er nog niet aan begonnen was.
Sinds iemand opmerkte dat mijn verhalen noodgedwongen altijd op hetzelfde punt belanden, was de zin om te schrijven me een beetje vergaan.
De uitkomst is altijd een kind. Variatie op hetzelfde thema.
En toch en toch.
Hoeveel seks vind je op internet?
Ook een variatie op hetzelfde thema.
En ook: ik kan niet alle geboortes opschrijven, er zijn verhalen die je voor jezelf moet houden omdat er factoren meespelen waarmee de vrouw niet geconfronteerd wil worden, laat staan gepubliceerd wil zien, zelfs anoniem. Systemen die al jaren meespelen, blootgelegd bij de thuisgeboorte, daar moet je voorzichtig mee omspringen. Een vrouw bevalt niet alleen met haar lichaam, veel meer nog met haar psyché, met heel haar geschiedenis, haar hebben en houwen. Ze bevalt als vrouw, als dochter, als echtgenoot, als zus, als schoonzus, als vriendin, als buur.
En straks, met de kleine aan de borst, kond doen aan de hele entourage.
Wat gaat ze vertellen? Wat vertelt de vader? Wat de vroedvrouw?

Zie je, ik zou heel graag je verhaal opschrijven, maar wat me bij jou nog meer tegenhield is dat je zelf zo mooi schrijft. Ik hoop vurig dat je de energie vindt voor schrijven tijdens je kraamperiode. De verhalen die je dagelijks vertelt zijn te mooi om vergeten te worden.
Je zal zien hoe blij je kinderen daar later mee zijn.
Je man vroeg me waarom het zo lang geduurd heeft bij het derde. Een goede vraag.
Mijn eerste antwoord daarop is dat een derde doorgaans langer duurt dan een tweede. Het tweede komt het vlugst, de derde trager, wel sneller dan het eerste.
Mijn volgende antwoord is dat je met je demonen uit het verleden moest klaarkomen voor je je kon overgeven aan het baren.
Je was er mee bezig, dat zag ik in het bad. Aanvankelijk deed dat bad je goed, maar na een tijd merkte ik aan het krommen van je rug tijdens een wee dat de ontsluiting tegengehouden werd.
Je vroeg je hardop af of je het wel zou kunnen, dat kind baren, weet je nog?
Ze knikt.
- En jij zei me dat ik dat zeker kon.
- Ja. Het eerste kind heeft je bevestigd in de verleden-verhalen van je moeder, je leek gedoemd om haar keizersnede-scenario te volgen, maar ondertussen weet je beter. Je hebt dat tweede kind op eigen krachten kunnen baren. Ik heb daar wel een paar trucs voor moeten bovenhalen, onder andere je blind maken door je bril af te nemen.
Ze lacht. Ze herinnert zich dat gebaar maar al te goed. Haar vroedvrouw die de bril wegneemt. Haar controle. De vroedvrouw had haar ook nog doof willen maken om ook dat brein uit te schakelen.
Prikkelarm. Pas dan kon er sprake zijn van overgave.
‘Ce sont les plus bêtes qui accouchent le plus facile’ dixit madame de Béarn zaliger.

Ik ben gekend als een ‘kordate’ vroedvrouw, dat hoor ik toch vaak. Dat wil zeggen dat ik niet eindeloos toekijk zonder te interveniëren. Als ik merk dat een bepaalde houding niet ‘productief’ is, geef ik dat aan en stel ik iets anders voor.
Ik heb je uit het water gehaald en op bed laten liggen, samen met je man.
Jullie hebben tussen de weeën in geslapen. Erik Satie op de achtergrond.
Ook slapen is verlies van controle.
Spierontspanner, baarmoerderhalsopener…
Bij elke wee werd je weer wakker en kwamen de zorgenrimpels boven. Daarom heb ik je een beetje geholpen, de cervix gemasseerd en tegengehouden tijdens het persen tot hij helemaal achter het hoofd van je kind zat. Daarna was het een kwestie van een paar tellen.
Het had gerust nog een paar uur langer kunnen duren, had ik mijn handen thuisgehouden.
Nee, het was geen hands-off-obstetrics deze keer.
Ze vindt het niet erg.
Ik ook niet.

woensdag 24 september 2008

Wil je naar de baby kijken?

- Hey, Leen, ken je me nog?
Ik kijk op. Ik herken ze. Gelukkig.
- Je hebt mijn dochter op de wereld gezet.
- Nee, ik heb je daarbij geholpen.
Ze lacht.
- Ze is nu vijf, kijk hier. Ze toont me een foto, snel uit haar geldbeugel gevist.
Vroeger, als kind, verbaasde ik me steeds over die schare foto’s in geldbeugels. Mijn moeder deed dat niet. Zou moeder zich ooit lovend over haar kinderen geuit hebben? Nu ben ik blij de metamorfose van elke baby van toen te kunnen zien aan de hand van een foto, het liefst nog in levende lijve.
- Mooi kind.
- Goh, Leen, weet je nog die keer dat ik op consultatie kwam met mijn zoon?
- ???
- En dat hij daar zo’n kuren kreeg, naar je kraan liep en die telkens wou opendraaien.
Ja, het begint te dagen. Het beeld komt terug. Het kind, misschien 2 jaar oud dat plots alle aandacht opeiste door hardnekkig die kraan te willen openen, mama die dat probeerde te verhinderen en de jongen die niet tot reden vatbaar was. Ik herinner me vooral haar ontreddering bij die scène. Ze wist niet hoe ze het moest hanteren, hoe ze de jongen op andere gedachten kon brengen.
- Achteraf is gebleken dat hij autistisch is, verduidelijkt ze. En die kraan, dat was zijn enige houvast in die nieuwe situatie. Hij wist dat er uit de kraan water zou komen en hij had die zekerheid nodig.
Terwijl ze verder praat loopt de film bij mij en dan zeg ik het:
- Weet je, ik denk dat hij dat niet van vreemden heeft.
- Hoe bedoel je?
- Ik vond de reacties van zijn papa soms ook een beetje ‘raar’.
- Ik ben ondertussen van hem gescheiden.
- Je luierkussen stond boven je bad opgesteld, niet?
Ze knikt, niet begrijpend waar ik naartoe wil.
- Een keer, tijdens de nazorg, lag je man in de sofa terwijl wij het over de borstvoeding hadden, we zaten allen in de living. Op een bepaald moment stond je man op en liep heen. Ik hoorde water lopen. Je zoon sliep, we gingen de baby temperaturen, navelstreng verzorgen en verschonen. Nietsvermoedend stapte je naar de badkamer, maar ik ging niet mee, wist wat me te wachten stond. Ik hoorde je verbaasd aan je man vragen wat hij in bad lag te doen.
Ik wist ook niet waarom hij net die timing had gekozen wetende dat wij daar de kleine moesten verzorgen. Ik kan een naakte man wel aan, maar liefst in andere omstandigheden.

- Hij heeft het ook. Is allemaal uitgekomen na het onderzoek op mijn zoon.
Zijn broer ook. Toen mijn schoonzus naar de winkel moest en hem vroeg of hij naar de baby wou kijken vond ze hem bij terugkomst aan de overkant van de straat.
- Je zou toch naar de baby kijken, zei ze ontsteld.
- Dat heb ik gedaan, voor ik weg ging, ik heb naar hem ‘gekeken’.

dinsdag 23 september 2008

De toren van Babel



Verhalenmarathon voor iedereen vanaf 5 jaar

Naar aanleiding van de Europese Dag van de Talen organiseert EUNIC Brussels in samenwerking met ‘t Kunstenhuis al voor de vijfde keer een verhalenmarathon.

Het jaar 2008 is het Europese Jaar van de Interculturele Dialoog en dus werd er gekozen voor het thema Europa op reis.
'De ontvoering van Europa',
'De zeven wijze prinsessen' en
'De Toren van Babel' zijn de drie hoofdverhalen die in verschillende talen verteld worden.

Vlad Weverbergh (clarinet) en Rui Salgado (contrabas) begeleiden de vertellers tijdens hun lange reis. Mia Verbeelen (Vlaanderen) en Ailun Alzenga (Nederland) vertellen in het Nederlands.

De andere vertellers zijn: Carmen Palcu voor Roemenië, Nathalie Bondoux voor Frankrijk, Katharina Ritter voor Oostenrijk, Suse Weisse voor Duitsland, Johan Knattrup Jensen voor Denemarken, Sayena Yawary voor Ierland en Ahmed Zirek voor Kurdistan. De regie is in handen van Heike Kossmann.

‘t Kunstenhuis
Martelaarsplein 10
1000 Brussel
T 02 223 00 84

zondag 28 september 2008 van 11 tot 18u
volwassenen: 5 euro, kinderen van 5 tot 12 jaar 3 euro
meer info op 02 223 00 84 of info@pantalone.be
reservaties op 02 212 19 30 of info@deburen.eu

vrijdag 19 september 2008

Een écht kutblad



Niet dat ik dit ter plekke uitvind. Het woord kutblad neem ik nooit in de mond. Zij wel. Het staat op de cover van het magazine ‘Goedele’
Twee jaar geleden op de boekenbeurs stond ze me vriendelijk te woord nadat haar dochters een ‘handtekening’ in het boek van hun moeder hadden ‘getekend’.
Goedele, een toffe, vlotte madame. Moeders’ en Belgisch mooiste.
Hoe doet ze het? Denk je. En nu nog een blad dat haar naam draagt. Groot gelijk.
-’t is op je veertig dat het leven begint, zei een vijftiger me, tien jaar terug. Juist.
You ain’ t see nothing yet, zeg ik tegen groene twens.
‘Kind, kind, waar begin je aan?!’: wanhoopt la mama Liekens op de eerste pagina. Dàt vond ik al een zeer mooi begin.
Je voelt je meteen thuis.
Goed omringd is Goedele, zoals altijd.
Blad na blad heb ik gelezen.
Gewoon alles, voor één keer. Behalve de gehaktballen. En de maquillagereportage, die kelk laat ik immer aan me voorbij gaan.

Nu ken ik de voedingswaarde van sperma, verneem dat de stem van een vrouw tijdens de eisprong veel sexyier klinkt, weet ik dat Goedele eigenhandig verkeersborden heeft gemaakt, dat Kama ‘een bloedhekel heeft aan dat therapeutengelul van mensen die zeggen dat je werk en privé moet scheiden’ (nah, nu hoor je het eens van een BV!), dat Giedele Loekens haar travestietentweelingzus is…
Een dichtbij-blad, een, persoonlijk blad, zonder taboes. Want kijk daar op p.89.
Je komt ze zelden bloter tegen. Een enkeling waagt het publiek te maken, maar hier krijg je ze in alle formaten, veel explicieter, rauwer dan in haar vagina-boek.
De vagina. Het had de jouwe, de mijne, de hare kunnen zijn.
Geschoren en ongeschoren met grote en kleine schaamlippen.
De voor – en – na’s bij dokter vagina. (help, die onderste foto!)
En dan de oproep.
Doen jullie mee?
Stuur een mailtje naar vagina@goedelemagazine.be met een foto van je eigen flamoesje, liefdesoventje, of amuse-bouche, we posten ze op de site

dinsdag 16 september 2008

JBC song voor Yolan

Tellen. Niet dat ik er bewust mee bezig ben maar gisteren overkwam het me. Net in de helft zijn we, of in het midden.
Jij nu bent even lang weg als je zus nog hier blijft. Het ‘Joehoe!’-zonnetje in huis.
Thuis is ze nu, haar kotleven definitief de rug toegedraaid. Slikken was dat, voor haar.
Juichen voor mij. Dacht ze vaak te zien.
Maar druk dat ze het heeft; werken van ’s morgens tot ’s avonds.
- Maar mama, ik had wel twee uren pauze tussenin hoor!
- Denk je dat die baas van je – horeca of niet - wettelijk bezig is door je van 9 tot na middernacht te laten werken zelfs met twee uur pauze tussenin? Reken eens uit: dat blijft 13,30 uren werken op één dag.
- Flink fooi gekregen, zie maar. Twee bejaarde dames wilden me per se op de foto voor hun cursus fotografie. Een andere klant wou me spiritualiteit toedichten, hij zag in mij een engel, haha! En die filosoof die aan zijn boek werkt zegt Karel te kennen. Een klant belde de politie omdat ik wat ketchup op haar jas gemorst had...
Leuke en minder leuke horeca verhalen.
Als ze dan eens vrij heeft zijn ook dié dagen gevuld, grotendeels door de scouts, je kent het.
Van die maand die overblijft voor het grote vertrek, gaat ze twee weekends naar de kust om alles te regelen met haar reisgenote.
Dan begin ik te onderhandelen. Dat ze van die enkele vrije weekends die ons nog resten ook één voor ons moet vrijhouden.
- De laatste week werk ik niet, troost ze me terwijl ze op de pc haar mails checkt, I-tunes opzet en jouw favoriet lied opzet.
Ik heb het zo vaak gehoord toen je hier nog was.



Wanneer maken ze eens een liedje over ‘my mum’?

zondag 14 september 2008

wa zeig zje, pa?

En waarom zou ik niet ‘lieve pa’ mogen zeggen?
Dat ben je voor mij altijd gebleven, wat er ook gebeurd is.
En zie je daar nu liggen.
Schrikken was het wel.
Uitgeteld, je ogen die zich steeds sloten, zelfs praten was moeilijk.
- Wablief, pa, wa zeig zje? -
Ik wou je aan de praat houden, zag je niet graag inslapen.
Boos ook, maar die gevoelens mochten de bovenhand niet halen.
Het ging om jou.
Maar ik kon er niet bij dat er met de beste bedoelingen ‘gewandeld’ werd met je - al stond de zon nog roodgloeiend.
Terwijl je nog maar een week terug door je knieën gegaan was met eenzelfde goedbedoelde wandeling.
Mag iemand nog herstellen van een enteritis én bronchitis?
Mag iemand van 94 jaar op zijn kamer blijven, wat bijslapen, ter herstel?
Moet men daarom per se antidepressiva opvoeren terwijl hij dat niet wil, welk recht hebben wij om onze wil door te drijven?
Levensmoe en ziek bovendien. Dat is pa.
- We kunnen hem toch zo maar niet laten doodgaan! krijg ik in mijn gezicht.
- Ik zou geen 94 willen worden, repliceer ik, en hij vindt het al lang goed.

Ik neem zijn koude, witte vingers in mijn warme hand. Verwonder me over de zachtheid van die hand.
Ik herinner me vooral ruwe handen van het werken in ‘den hof’, lang geleden.
- Weet je pa, ik vond onlangs dat liedje terug dat jij voor me opgeschreven had.
The craddle song. We zongen het in Amsterdam en in Praag met zwangeren.
Breeze and blow’, weet je nog?
Ik zet in, doe met opzet of ik de volgende zin ben vergeten.
Haperend geeft hij het vervolg aan.
Ha, ik heb hem wakker gekregen.
Ik streel zijn aangezicht, voel zijn mond en wangen; wit en koud. Verwarm zijn kille voeten, doe hem wollen sokken om, wentel een wollen sjaal rond zijn handen en neem me voor de volgende keer een fleece dekentje mee te brengen
-Rest, rest on mothers brest
Father will come to thee soon

Zijn ogen lichten op.
Misschien rekt hij het nog jaren, misschien nog een week, maar vandaag gaat pa niet dood.

zaterdag 13 september 2008

Le Parc


Le Parc.

Logeren bij Belgen in Frankrijk 2008 ( Jacobs/Dedecker)

woensdag 10 september 2008

an Amish birthstory

Hoe we erop kwamen herinner ik me niet, maar feit is dat het ter berde kwam.
Hij, schoonbroer van Jan Hertoghs, Humo-journalist.
- O, zeg ik, diegene die indertijd een reportage maakte over Amerika?
Hij knikt.
- Over de Amish, de Vlaamse boerenpaarden, treinspotting enz?
- Ja, die.
- Weet je dat ik hem nog een brief heb geschreven en ik een lang antwoord terug heb gekregen?
Natuurlijk wist hij dàt niet.


- Er was een tijd dat ik naar de Amish wou gaan, nadat ik naar Afrika was geweest.
Weet je, thuisverloskunde is roeien met de riemen dat je hebt, met weinig middelen grootse dingen realiseren. De vrouw in haar kracht laten, zo zie ik het. Ik meende dat in Afrika te kunnen meemaken, maar daar was één grote barrière, die van de communicatie, beter gezegd: het gebrek eraan. Pas toèn heb ik beseft dat mijn beroep zoveel te maken had met communicatie. Praten, overleggen, aanmoedigen, coachen... Het kan non-verbaal, maar woorden zijn onontbeerlijk.
Een enkeling sprak Engels en dan waren wij de koning te rijk.
Ja, in Afrika wist ik vanaf de eerste dag wat ‘persen’ was omdat dit het enige woord was dat door het verloskwartier schalde.
‘Sindika, sindika, sindika’. Nog voor ze terug op adem kwamen.
Maar naam? Zwangerschapsduur? Ontsluiting? Duur arbeid? Dossier? Hoe gaat het? Heb je dorst? Wil je anders liggen?
De naam. Hoe spreek je iemand aan waarvan je de naam niet eens kent, niet kan lezen?
Jij? Zeg, dinges? Héla.
Ik ga niet meer terug, teveel dode baby's gezien ook.

Daarom liep ik met de idee – ik loop vaak met ideeën rond, hoor – om ooit eens bij Amish mijn job uit te oefenen.
Back to the basic, weet je wel?
Het belangrijkste instrument: de taal, was ik machtig.
Ik begeleid al wel eens iemand woordenloos, maar dat kan alleen maar omdat ik de vrouw kèn, onontbeerlijke informatie over haar heb kunnen vergaren tijdens de zwangerschap, er wederszijds vertrouwen is; de band is opgebouwd.

Het is er nooit van gekomen. Ik lees nog wel graag eens iets over Amish, dat wel.

Harley said, "Martha needs you." I said, "OK, I'm on the way." I had grabbed the birth stool and the Doppler when I went in, thinking my assistant, Megan, would be right behind me on the road and could bring in her instruments and the oxygen, in case Martha was ready to push.
I went in and Martha was sitting in the tub in about two inches of water, washing herself with a bar of soap and a washcloth. She said that the bath had helped her immensely and that the contractions had stopped. Maybe she had called too soon, she wondered.
I listened to the baby, who was fine. I asked Martha if I could check her in the tub and she said I could. She told me that the labor had started around 10:30 the night before, and that she had had a rough night—not much sleep—but didn't know when to call. She had almost called because she had felt the urge to push a couple of times, but she didn't want to get us out too soon, as cold as it was. She said the contractions had started and stopped, and this time she had a lot of pain in her back. I checked her and she was complete with a big bulging bag. She had not had a contraction in quite a while, she said. I told her that we could break her water if she wanted, or we could wait because her body was giving her a rest. She said that she very much wanted it broken because the kids were still home, and she wanted it over before they woke up. Amish children are not told where babies come from and are never told that mom is expecting a baby.

zondag 7 september 2008

tien uren

Als een prins buigt hij zich
en goemorgent kust hij me zacht
- geef me eens wat licht
dan werp ik een blik op de watch
nog dromend en slaapdronken
van merries beschonken
zie ik door mijn half ontloken ogen
op zijn snoet de gele montuur.

Ongelovig staart hij naar zijn armatuur
Al meer dan zeven uur!???
Mijn adem stokt terwijl ik sta te gapen
incroyable, we hebben t i e n uren geslapen!

Ik spring recht, wil niet dralen,
dit moet in de annalen.
Niet morgen maar vandaag of nog eer
want dit overkomt ons geen twee keer.
We kijken mekaar beduusd aan,
wat hebben wij gisteren verkeerd gedaan?
Was het de sauna op Finse wijs, the white wine
of de aanhoudende moesson die ons zo desastreus
deed belanden in de armen van Morpheus?

en voor u staat te honen en te gissen
van mon oeil, slapen, phoe, 't zal wel zijn
op ons communiezieltje, zonder missen
zweren we het: geslapen, all the time.

Vanavond doen we het anders en beter ;-)

vrijdag 5 september 2008

de wet van drie of die van Murphy?

Leuven is een schone stad.
Leuven is een gezellige stad.
Leuven is een bijna auto-loze stad.

Dat heb ik geweten.
Hebben jullie dat ook dat het hartje opspringt bij het ledigen van de brievenbus en je daar een brief treft met het allerbekende (beruchte) blauwe logo van ‘Politie’?
Nog gelukkiger werd ik bij het openen:
‘Inbreuk tweede graad:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan…blablabla…onmiddellijke inning van 100 euro’.
Probeer je al eens inventief te parkeren tijdens de nazorgen zonder je blauw te betalen en geen mijlen te moeten lopen met je zware tas.
Zet je daarbij nog een bordje op je dashboard ‘op visite’; het brengt allemaal geen zoden aan de dijk.
Maar kijk, mijn lot aanvaardend neem ik mijn bezem weer ter hand om de gang te keren.
Hef een bruin doosje op dat dochterlief na haar kotverhuis liet staan. De volgende seconde vallen er zes glazen op de grond.
Doosje stond met deksel omlaag. Wist ik veel. Maar ik heb veel bijgeleerd. Scherven kan je kleiner maken door ze in een bokaal te doen, deksel erop te zetten en goed te schudden. Voor de scherven van zes glazen had ik maar één fruitsapbokaal nodig. Lucky me.
Zeer tevreden over mijn nieuwe vondst begeef ik me naar mijn wagen. Dat de automatische vergrendeling het niet deed was nog niet zo zorgwekkend, maar toen ik de sleutel in het contact draaide en er zelfs geen kik uit kwam vond ik hem al minder sympathiek.

woensdag 3 september 2008

ze gingen me helpen

‘Niet dat we getraumatiseerd zijn hoor, maar we zagen het deze keer toch graag anders gebeuren.
’t Is mooi begonnen thuis, ik werd ’s nachts wakker door een contractie en na vijf minuten nog een. Van in ’t begin heb ik weeën gehad om de vijf minuten. Ben in bad gegaan. Het ging goed, ik was ontspannen, ik kon het goed aan.
’s Morgens zijn we naar het ziekenhuis vertrokken.
We schrokken nogal van de onvriendelijke ontvangst. We wisten dat ze het druk hadden want ze hadden ons gezegd dat het die dag al vol zat met inducties, maar gezien ik in arbeid was moesten ze me er wel bijnemen, hé. Nog voor we op de verloskamer waren werd ons een epidurale aangepraat, ik had al vijf centimeter ontsluiting en straks zou het misschien te laat zijn, redeneerden ze en zou ik geen meer kunnen ‘krijgen’.
Ik wou er geen krijgen, heb altijd puur natuur willen bevallen, dat zei ik hen ook.
In de verloskamer werd ik aan de monitoring geschakeld, twee banden over mijn buik, waarvan één nogal knelde én ik moest op mijn rug blijven liggen.
Vanaf toen, in die houding, werd het veel moeilijker voor mij om mijn weeën op te vangen.
De ‘verpleegster’ snauwde me toe stil te blijven liggen,
- of wil je een miskraam misschien? vroeg ze.
En ook wat ik ging doen als de weeën straks dubbel zoveel pijn gingen doen als ik nu al zo veel pijn had? Tja, dat wist ik ook niet.
Dus stemde ik toe in een epidurale verdoving.
Mijn mond gesnoerd, zo kijk ik er achteraf op terug. Geen pijn, geen last, minder werk voor hen.
Natuurlijk was het zo makkelijk.
’s Middags kwamen ze binnen en zeiden me dat ik om één uur ging bevallen.
En effectief, om één uur stonden ze daar – na hun middagmaal, zeker? - en moest ik beginnen persen terwijl ik niks voelde van mijn weeën, ik wist niet hoe te persen noch wanneer.
En opeens waren die instrumenten daar: een schaar en ander metaal.
Ze gingen me helpen, zeiden ze.
Ze plaatsten een zuignap, knipten me open en haalden mijn kind eruit.
Hij is bijna een week onder de lamp gemoeten.
O, op materniteit waren ze supervriendelijk, maar het waren wijzelf die op de kleur van onze baby wezen.
Dat de borstvoeding een moeilijke start heeft gehad, herinner je je vast wel.

Met deze baby willen we het anders, denk je dat het mogelijk is?'