woensdag 30 april 2008

Stokje

Ik kreeg een stokje van mijn zoon toegeworpen.

Opdracht: Neem een foto vanaf je computer waarbij je je hoogstens één stap van je tokkelmachien verwijdert.

Ik was de zee
en jij was de golven.
Ik was de moeder en
ik was de wolven.
Ik vrat je op
van teen tot top
van top tot teen
met een laagje rood bessesap
over je heen.
Ik was een smulpaap
en jij was lekker.
Jij was een droom
en ik was de wekker.
Of, bimbom,
andersom.

Ienne Biemans

op zijn verjaardagskaart vul ik aan:

ik was de moeder in dat sprookje
ik ben de moeder in het heden
jij was de eerste en
zal dat altijd blijven
mijn eerste knuf
om in te bijten
al 29 jaar lang
zie ik je graag
niemand die je vervangt
kus kus
je moes



Leen werpt het stokje naar
Tita: http://www.titatallina.blogspot.com/
zapnimf: http://zapnimf.wordpress.com/
en vroedvrouw Inge: http://wereldvankaboutersennimfen.blogspot.com/

dinsdag 29 april 2008

Het moet niet altijd over borstkanker gaan

...vonden de broers Gert en Klaas. En met reden. Ze willen een taboe doorbreken. Zich outen.
Want wie loopt nu graag te koop met de gevreesde ziekte? En als het bovendien die regionen betref waar niemand graag over spreekt… teelbalkanker, getuigt dit van extra moed.
De diagnose trof Klaas (24 jaar jong) vorig jaar. Hij werd geopereerd en onderging een chemokuur. Daarom staken Klaas en zijn broer Gert de handen in elkaar en besloten onder de noemer 'findingchemo' een actie op til te zetten voor ‘Kom op tegen kanker’.
Het noodlot trof het gezin voor een tweede maal dit voorjaar. Broer Gert (27 j) kreeg hetzelfde verdict. Het bestaat dus wel dezelfde kanker in hetzelfde gezin. Ook Gert heeft de operatie achter de rug en is nu in nabehandeling.
Ze bleven niet bij de pakken zitten, die broers, gedrevener dan ooit staan ze achter hun actie.
En wij met hen. Kruis alvast 11 oktober 2008 aan in jullie agenda. Een groot kinderfeest komt eraan, pannenkoeken, ballonnen, zoals het een echt feest betaamt mét animatie en dit van 14 tot 18u.
Voor de groten is er een knalfuif voorzien met een telg van de jullie allerbekendste Discobar Galaxie. Dat alles in het Domein de Drie Fonteinen te Vilvoorde.

En weer is een naam, een woord voldoende om een film bij me boven te halen, zoals zo vaak. Woorden, geuren of beelden flitsen me terug in tijd. Als een druppel die het watervlak beroert van een stille plas.
De Drie Fonteinen. Daar fietsten wij vroeger graag naartoe.
De laatste keer was met de hele familie en baby Yolan. De tijd van opgroeiende kinderen is vaak zo hels, je leeft dubbel en vergeet even snel. En dan springt er 17 jaar later een woord in het oog en hup, je bent er weer.
Bloedheet was het. Om niet binnen in huis te moeten puffen besloot de familie Massy: vader, moeder kinderen en kleinkinderen te picknicken in Drie Fonteinen. Op het gras, beschut onder een reuzenparasol van een plataan trachtten we ons te beschermen tegen de hitte.
Yolan draaide zich ongemakkelijk in zijn Maxy-Cosy (al 18 jaar op de markt ondertussen!). Ik nam hem eruit en legde hem aan. Zus–die–nooit-borstvoeding-gaf schertste dat ik hem nog maar net had aangelegd.
- Jamaar, verdedigde ik me, nu is het voor de dorst, niet voor de honger.
Het werd de mop van de dag.

www.findingchemovilvoorde.be

zondag 27 april 2008

donderdag 24 april 2008

'Laat naar je borsten kijken'

In de wachtzaal van het medisch centrum. As usual heb ik mij gewapend tegen het lange wachten met lectuur in mijn handtas. Maar kijk, zie ik daar geen Knack Weekend liggen op de tafel? Ik blader snel naar het achterste blad, yes! Een column van Jean-Paul Mulders.
Waar is de tijd dat ik zijn roman ‘Aftersun’ verslond en hem daar - uiteraard - enthousiast over mailde?
-Heb je je uitnodigingsbrief mee? vraagt een secretaresse.
Ik overhandig haar het papier. Ik ben de enige in de wachtzaal en reken dat ik waarschijnlijk tijd te kort zal hebben om heel de column te lezen.
Daar hebben we dan de volgende truuk op gevonden: eens hard hoesten en tegelijkertijd het blad uitscheuren. Die keer dat ik dat deed in ’t bijzijn van mijne jongste zoon in die andere wachtzaal trok dat kind zo’n grote ongelovige ogen dat het toen bij dat ene tijdschrift gebleven is.
En hij dan?! Ging er een afgeborstelde-in–kreukloos-pak-gestoken medisch afgevaardigde naar het toilet, bleef een flink eind weg en liet diezelfde zoon zich hardop in volle wachtzaal ontvallen toen die arme man weer plaatsnam:
- Die is zeker gaan kakken.
Nu was ik alleen en keek hongerig naar de andere Knacks die daar zomaar werkloos lagen te wezen. Wie zou het missen? Niemand aangezien die andere columns nog niet uitgescheurd waren. Ik moest dus wel snel handelen en flink hoesten op risico dat ze me daar voor een fleuris zouden opnemen. Nog vier heb ik er kunnen scheef slaan voor ze me kwamen roepen.
- Kotje nr 2, zei ze, kleed je maar uit, kettingen en oorbellen ook.
Met die halsketting - een handmade geval dat ik graag placht te dragen wegens liefdevol vervaardigd door de jongste telg in een of ander workshop ooit;‘voor jou mama’, smelt – wist ik geen blijf. De dokter deed open. Ik in vol ornaat prutsend aan die ketting, of hij soms….? Ja hoor, ’t was ene van een goed kaliber, samen raakten we eruit.
- Is dit je eerste onderzoek?
- Neen. Een viertal jaar terug had ik nog een mammografie (die was zo goed meegevallen – lees: ik was zo getraumatiseerd door mijn geplette borsten - dat ik hun raad: ‘om het anderhalf jaar doen, hé’, terstond vergat)
- Is er borstkanker in de familie?
- Mijn zus is vijf jaar terug aan borstkanker geopereerd.
- Heb je recentelijk aan zelfonderzoek gedaan?
- Ja, ik voelde een harde plek maar die is weer weg.
- Heb je afscheiding?
- Soms.
- Als het café/lait kleur is of groenachtig dan is het ok, maar als het rood/bruine afscheiding is moet je je laten onderzoeken.
Oef, ik vreesde even hij over ‘blauw’ zou gesproken hebben als pathologische kleur.
- Ben je al lang in je menopauze?


Laat ik daar dus een paar spaties op volgen om mijn verontwaardiging te uiten.
- Pardon, Herr Doktor, hoor ik dat goed?!!! wil ik schreeuwen, maar ik herpak me en zeg beheerst:
- Ik menstrueer nog als een tiener in volle bloei.
Jullie wezen gewaarschuwd dames, niet alleen moet je leren leven met die vijf voor de nul maar ook nog kunnen verdragen dat ze je als een menopauzaal wezen beschouwen eens je die kaap hebt bereikt!
Herr Doktor gaat vlotjes over op de aanwijzingen, vier foto’s gaat hij maken en daarvoor moet ik eerst dit doen;
- Jaaaaa, arm omhoog, kin opzij, je mag me zeggen als het te pijnlijk wordt, meent hij tijdens het pletten.
- Ja, zeg ik.
- Heb je nu al teveel pijn?
- Nee, hoor, ik zie ‘ja’ als teken dat ik het begrepen had.
- Nu even adem in houden en dan is de eerste foto klaar.
Is dat alles? Dit was niets in vergelijking met die eerste mammografie. Het hangt er dus gewoon van af wie dat onderzoek uitvoert! Op aanvraag en mits betaling van de luttele som van 500 euro, geef ik graag zijn naam door : )
Ik mocht me terug aankleden en wachten.

Tja, wachten. Ik was niet bang geweest voor ik kwam. Quasi zeker dat ik kankervrij was. ’t Is toch niet omdat zus kanker had, dat ik het ook moet hebben? Twee in een zelfde gezin, dat komt toch amper voor? Hoe kan je daar zo zeker van zijn, vraag ik mezelf af, wachtend in dat kot.
Het duurt lang, hij zal toch niet aan het beraadslagen zijn?
Hij zwiert de deur open
- Alles, ok , binnen een maand krijg je zelf de resultaten.

www.kankeropsporing.be

dinsdag 22 april 2008

veel moed en poen

Zijn het de tientallen muggenbeten die me wrijvend wakker maken?
Was het de droom die ik per se wou noteren, was Missies Full Moon de schuldige?
Of kreeg ik te veel indrukken te verwerken van de dag?
Drie uur dertien wijst de klok aan. De tweede keer wakker deze nacht.
Een ander – o.a. Karel - draait zich nog eens goed om, maar dees hier is die ander niet, ze staat op en weet al perfect wat ze gaat doen.
Combudoronzalf smeren op de jeukende beten.
Een lindetheetje klaarmaken met véél citroen.
De was uithalen, in de droogmachine steken; weer werk gespaard voor morgenvroeg.
Het afwasmachien laden, ik weet het, ik had dat ’s avonds moeten doen.
De ontbijttafel klaarzetten zodat de jongens maar moeten aanschuiven om hun bokes te plakken.
Een frisse neus halen buiten om de maan te aanschouwen terwijl de kat me gezelschap komt houden.

En dan is er twijfel: kijk ik naar het laatavondnieuws of durf ik de pc aanzetten, wetende dat ik dan verkocht ben voor minstens een uur, misschien wel twee. En zal ik dan nog fit genoeg zijn voor de consultaties morgenvroeg? Snel een tekstje schrijven voor mijn blog? Sinds dat mailtje van gisteren ben ik wel extra gemotiveerd. Een journaliste vroeg me of ze mijn blog mocht vermelden in een reportage over...bloggen, ja.
Het bezoek gisteren van de twee vroedvrouwen aan het geboortehuis. Had ik zondag eens extra gepoetst want het moest mooi ogen. Verleden week mocht ik het geboortehuis van een collega bezoeken nav de vergadering voor zelfstandige vroedvrouwen: héél mooi en sfeervol ingericht. We wisselden ervaringen uit. Dat heb je altijd als je een paar vroedvrouwen samen zet: gespreksstof voor uren. Zo ook gisteren.
De pro’s en de contra’s van een geboortehuis kwamen ruimschoots aan bod, maar ook andere zaken.
-En kreeg jij toen ook telefoon van onze cliënte? Ze heeft onderhand heel Brabant afgebeld.
Ja, dat had ik, maar ik had ze geweigerd. Een zwangere van 40 weken die als reden ‘niet klikken’ opgeeft en dan zo laat een ander vroedvrouw zoekt is geen kado en uit collegialiteit doe je dat niet. Maar ze had toch iemand gevonden, iemand waarvan geweten is dat ze alles aanvaardt en daar ook nog honderd kilometer voor zal rijden, als het moet.
Ik kijk naar hen tijdens het drinken van een kop thee: jong als ze zijn die twee leuke vroedvrouwen, drietalig, zelfbewust en energiek. Ze weten van wanten. Het leven lacht hen toe. Niets staat hen in de weg om het vierde geboortehuis van Vlaanderen op te richten. Ze zullen zich door niets laten ontmoedigen.
Ik heb heel het verhaal al achter de rug. Als in een waas komt de herinnering soms nog boven: het opengebroken huis langs voren en achter, de twee reuzezeilen waar de wind lustig mee speelde, vooral ’s nachts, de zondvloed in huis de dag dat het zeil lek sloeg onder het gewicht van de regen, de regelmatige-hart-onder-de-riem bezoeken van de architecte, het lawaai, de permanente aanwezigheid van de overigens zeer vriendelijke Poolse werkmannen, de ladder om de slaapkamer te bereiken, de nachtemmer, mijn vlucht soms naar mijn slaapkamer en zelfs daar wisten ze me te vinden…
Ik wens die meiden veel moed en poen!

maandag 21 april 2008

mode te paard


Lies De Peuter van Goddess in de Bereklauw:


'Calamaty rides again; a Goddess cloth show'...te paard
en zoals steeds op Vlaamse wegen


komt Leen 'haar' kindjes tegen

zondag 20 april 2008

de negatieve spiraal

- Je deed toch alles wat je kon? Je gaf hem alles wat in je mogelijkheden lag: je liefde, je melk, al je energie, wat kan een vrouw nog meer geven aan haar kind?
Ze zwijgt.
Ik herhaal mijn vraag.
- Ik weet het niet.
Ik kijk haar aan, kijk naar haar gebogen hoofd, haar bedrukt gezicht en zeg:
- Toch, je weet het wel.
Ze schudt haar hoofd heen en weer. Ze weet het, ze heeft het verdrongen. Ze krijgt het niet geformuleerd. Ze zal het niet zeggen. In deze samenleving mogen enkel de positieve termen geuit worden. De andere kant van de medaille is taboe; ze is te hard geschrokken van haar ambivalente gevoelens tegenover het huilende kind.
- Probeer eens.
….

- Voel je je schuldig dat je hem hebt verwenst?
Nu pas springen de tranen uit de ogen, de nagel op de kop.
Praten kan ze niet, haar hoofd gaat in bevestiging op en neer.
- Da’s toch heel gewoon, we willen ze allemaal wel eens tegen het behang plakken, vraag maar na.
Ze lacht opgelucht door haar tranen heen.
De perfecte moeder wil ze zijn, altijd klaar staan, continu beschikbaar zijn, bolle boezem, smile op de face; zo hoort het denkt ze. En aan dat plaatje kan ze niet voldoen, nog niet. Dus komt daar Meester Schuldgevoel op de proppen, magisch groot. En durft ze niet meer van haar kind te wijken. Hij lijkt haar altijd nodig te hebben, appèl op haar te doen terwijl ze haar rust broodnodig heeft. Verstikkend en uitzichtloos voor een vermoeide vrouw. De negatieve spiraal als aankondiging van een postnatale depressie.
Schuldgevoel als een slechte raadgever. Altijd.

De baby ligt al een half uur in haar armen, hij heeft al een tijd ‘gegeten’, hij is ververst, hij slaapt, maar ze kan geen afstand van hem nemen.
- Waarom leg je hem niet in de wieg, zo maak je tijd voor jezelf.
- Maar hij slaapt nog niet vast, hij zal wakker worden.
- Hij krijgt ook liefde als hij even ongestoord kan dutten.
Ze kijkt me quasi ongelovig aan.
- Wat zou hij missen als hij in de wieg ligt?
- Mijn warmte.
- Groot gelijk. Heb je al van een babyvriendelijke wieg gehoord? Een opgewarmde wieg kan je niet kopen, die maak je zelf met een warmwaterkruik. Voeg er een gedragen T-shirt bij, baker hem wat strak in en je zal zien.
Ik neem de baby van haar over, leg hem op de beschermde warme kruik, wikkel hem strak om en weg is hij, in dromenland.
Tja, wat nu? Haar werkloze handen hangen onwennig naast het lijf.
Misschien kan ze nu eens zonder baby aan tafel aanschuiven?

donderdag 17 april 2008

Bernard Dewulf, alle dagen

Terwijl Bart Somers en Vic Anciaux zich buigen over de noodkreten van onze balende kinderen: ‘ik wil dood’ en elk de euvele intentie hebben mét de kinderen te willen praten (weet dat het zelfmoordcijfer van onze kinderen 2,5 keer hoger liggen dan Nederlandse) is nu gebleken dat de fictieve horror uit ‘Ex-drummer’ van Herman Brusselmans werkelijkheid is geworden.
- Hij ademt niet meer’, moet Jacqueline R., 36 jaar (ik meende dat het weerhouden van familienamen enkel bedoeld was ter bescherming van adolescenten?), aan de politie gemeld hebben.
Hij was nog dood ook. Het ongewenst kind.
‘Een baby’, schrijft de krant, van 21 maanden.
Een peuter met een babygewicht van 6350 gram.
Uitgehongerd. Sinds november kreeg het kind nog amper eten.
Af en toe een flesje, lees ik. Emotieloos. Ik wil het niet tot me laten binnendringen, ik wil niet aan het leed, de wanhoop en de pijn van dat kind denken, nee.
Ik lees verder dat ONE, de Franse tegenhanger van Kind&Gezin, de zaken verder gaan uitdiepen want hen treft geen schuld gezien ze een preventieve functie hebben en ze niet bij machte zijn iemand te plaatsen. De twee oudste kinderen waren vroeger gelukkig wel al een jaartje geplaatst en zijn nu op internaat. Zij hebben eten…

Lees ik nog dat:
- Adoptie-ouders steeds langer moeten wachten; het aanbod is gedaald, de vraag verdubbeld.
- 96% van de kinderen uit Tsjapajevak in Rusland niet gezond zijn t.g.v. vervuiling. De burgemeester overweegt om de hele bevolking - 70.000 mensen - te evacueren.
- Een meisje van zes verscheurd werd door honden.
- Dat Frankrijk het enige land ter wereld is dat magerzuchtwebsites (ANA) gaat aanpakken.
- Een Zwitserse tiener (15j) zijn stiefmoeder en halfbroer heeft vermoord.
- Kinderen van Noord-Koreaanse vluchtelingen in China niet naar school kunnen.
- Fourniret nog steeds geen spijt betoont.

De krant lezen kan je (geestelijke) gezondheid schaden.
Tenminste als je de column van Bernard Dewulf overslaat.

zondag 13 april 2008

Waar is die verdomde slijmprop gebleven?

Stuur ik om middernacht als eerste een happy birthday-SMS-je naar zoonlief en krijg ik 12u later eentje terug:
- thx moes, ik zit nu op de skipiste.
Dat heb ik dan gemist, toch zijn vertrekdatum.
De andere twee zijn al terug zonder àl te veel kleerscheuren: GSM en portefeuille gepikt én een snee in de voorarm omdat er een leukerd over geskied had.
- Nee, mama, gesnowboard.
Maakt niet uit, het effect is hetzelfde: weer draadjes in de huid, weer opletten of het geen kanjer van een litteken wordt.
Moeder blijf je voor de rest van je leven, zeg ik vaak.
Hoe lang ik vroedvrouw blijf weet ik nu nog niet, hangt er van af hoe fit ik blijf. Aan liefde voor het vak zal het niet liggen, ik doe het liever en liever. Zeker nu alles op eigen tempo kan, ik iedereen steeds maandelijks zie en niet naar collega’s moet doorsturen. Nee, dit bevalt me prima.
Ik heb nog pret als ik aan de laatste consultatie denk.
Bij de vraag: "Wanneer kom ik naar het geboortehuis?" somde ik eerst de drogrede op en deed daar een verspreking van jewelste:
- Als je je slijmprop vergeten bent…
Gevat antwoordde de man:
- Dan gaan we die thuis gewoon terug halen.

donderdag 10 april 2008

Cimon en Pero

’s Avonds vertel ik hem over de blogreacties op ‘Honger’ die vooral verband houden met het voeden van andermans kind, waarop hij:
- Ken je dat verhaal niet van Simon en Pero?
- ???
- Dat zou elke vroedvrouw moeten kennen.
- Ah?
- Zoek maar eens op.
Ja, probeer dat eens. In tegenstelling tot wat jullie misschien denken ben ik geen internetfreak en heeft het nogal wat voeten in de aarde gehad voor ik uiteindelijk het verhaal vond, mits veel ‘pfff’s en andere verzuchtingen van zijn kant en te weten dat Simon eigenlijk als Cimon geschreven wordt!
- Allez, zo moet je dat doen, een plus, open de aanhalingstekens, schrijf ‘and’ ipv ‘en’, enz….
Valerius Maximus is de auteur.


Maar hier is het, geplukt van een Gentse site, onder de titel ‘mammelokker’ :
‘Een burger van Gent had een zware misdaad begaan en was veroordeeld tot de hongerdood. Hij zat opgesloten in de stadsgevangenis. Zijn dochter vroeg toestemming haar vader elke dag te mogen bezoeken. Dat mocht, op voorwaarde dat zij geen eten voor hem mee zou brengen. Een maand verstreek. Iedereen verwonderde zich erover dat de man nog in leven was. De rechter gaf opdracht de twee tijdens het bezoekuur in de gaten te houden.De volgende dag gluurde de cipier door het kijkgat en zag dat het meisje haar vader een borst aanreikte en hem liet drinken. Toen dit de rechter ter ore kwam, zei hij: 'Dat geloof ik pas als ik het zelf heb gezien.' De dag daarop zag hij het met eigen ogen. Hij liet het meisje bij zich komen en vroeg: 'Hoe kan je je vader de borst geven?' Ze viel voor hem op de knieën, en zei: 'Dat heb ik gedaan in vertrouwen op god.' De rechter schonk de vader gratie en liet deze vermetele liefde in een gevelsteen vereeuwigen.

Dit verhaal wordt verteld naar een Romeinse legende over de Griekse veldheer Cimon die gedoemd werd om van honger te sterven in een kerker. Zijn dochter, Pero, kwam hem elke dag bezoeken en gaf hem de borst opdat hij niet zou sterven.
Alle Gentenaars weten onmiddellijk wat met ‘mammelokker’ bedoeld wordt: een mooi gerestaureerd gebouw, de cipierswoning van de voormalige Gentse gevangenis, ietwat verdoken achter het Belfort.
Het woord verwijst zowel naar het gebouw als naar het grote reliëf boven de toegangspoort. Het toont een vrouw die de borst geeft aan een oude gevangene.’

Vaders dochter geweest,
Vaders moeder geworden.

-En wist je dat het icoon van Caritas oorspronkelijk voor een zogende moeder stond? ‘Care’; zorgen was voeden.
'Caritas gold aanvankelijk als de belangrijkste van de drie goddelijke deugden: geloof, hoop en liefde. Gaandeweg ontwikkelde het beeld van het moederschap zich tot het hoofdmotief van de caritasiconografie.'


dinsdag 8 april 2008

Honger

Honger! Dat straalt hij uit. Al is dat stralen op een laag pitje. Gevangen in zijn cocon.
‘Stoor me niet, ik heb geen extra’s’, zegt zijn lichaamstaal.
Ogen gesloten, gespannen foetushouding, droog velleke, 300 gram onder ‘t gewicht.
Moeder wordt er wanhopig van, moe ook, het geduld raakt op.
Twee borsten heeft ze en van geen van beiden wil hij happen. Tweemaal in drie dagen is het hem gelukt. Nochtans is hier sprake van een superbaby met een ‘tonus’ (Leen, wat is tonus? oeps, dat lelijk vakjargon, tonus is spierspanning) dat je zelden ziet; het kind kon zijn hoofd mooi rechtop houden zonder gewiebel, stond recht zonder doorknikken, atleet-in-spe…
Vandaag moet ik dat met hem niet proberen, zijn hoofd staat er niet naar, hij moet zich op andere zaken concentreren, op het vraagstuk: waar zit de melk en hoe krijg ik die?
Hij wacht met spanning,
Moeder wacht met even grote spanning.
Een beetje teveel spanning in die moeder-baby cirkel als je het mij vraagt.
Tranen. Vader kijkt ernaar.
Dat ze colostrum had was bewezen. Éénmaal deed ik het haar voor: borst indrukken en dan de tepel naar voor trekken en hop: daar stond een gouden druppel, en nog één en nog één.
Bij elke druppel werd haar glimlach groter.
Het is bij druppels gebleven.
Kolven moet ze, veel meer: frequenter en langer en met een ander machien.
Thee gemengd met colostrum met de pink-spuitmethode. Hij zuigt mijn pink bijna murw. Gretig slikt hij het goedje.
Nu durft hij zijn ogen te openen. Nu leggen we hem aan de borst. Hij huilt met de tepel in de mond.

- Mag het? Vraag ik haar. Ze knikt.
Ik wikkel baby in en stap naar een ander koppel flink zogende borsten in huis.
- Wil je? Vraag ik. Ze knikt en legt het vreemde kind aan de borst.
- Duw er wat melk uit. Adviseer ik haar.
Er schiet een fontein melk de hoogte in.
Hij likt, hij proeft, hij zuigt, hij slikt.
Moeder komt erbij staan. Beide vrouwen omhelzen mekaar.
Grote emoties die sporen nalaten op de houten vloer.
Vader, in de keuken, bereidt me een toast placentapaté.
- Drinkt hij? Vraagt hij.
Ik knik en zeg:
- Mmm, lekker! Misschien een beetje meer zout en peper de volgende keer?

zondag 6 april 2008

Jo Gisekin - omdat het zondag is

Nog eenmaal

'Nog eenmaal om precies te zijn
zou ik een kind willen baren
Het ritueel van de ogenblikken
in mij opslaan als in een gouden kooi

Het lichaam dat zich opent om zwijgend dicht te gaan
in de trance van het afgebakend moment

Te weten dat ik vrouw ben
en niet zomaar vermoeid
van steeds weer stappen over zebrapaden
met kinderen in donker uniform
en boekentassen vol verzamelingen

Straks de quiche Lorraine op tafel
en schoenen poetsen voor het vertrek
de brooddoos met het gebakje, het springtouw voor de middagpauze

Nog éénmaal wil ik wakker worden
met het weke lijfje aan mijn weke mond
Het hart op het hart'

Jo Gisekin

vrijdag 4 april 2008

‘L’enfant qui tête est un souffleur de chair chaude'

De tollende schijf van pijn en paniek.
Zet ze stil en je leest de ware context:

‘L’enfant qui tête est un souffleur de chair chaude
et n’aime pas le chou-fleur de serre chaude’
Marcel Duchamp ...
...schrijft hij vandaag op zijn blog.
Tussen alle filosofische stukjes is dit geniaal werk van Duchamps iets dat mij onmiddellijk aanspreekt.
Vrije interpretatie: ‘Het kind dat zuigt, is een warme-huid-fluisteraar.’
Word ik daar telkens een beetje warm van, van kunstenaars die bij moeder en baby hun muze vinden.
En dan denk ik aan die joekels van rode pompoen-borsten die ik laatst zag , een stuwing om ‘U’ tegen te zeggen met koorts, rillingen en de hele santaboetiek.
- Ik lijk Dolly Parton wel.
(Pamela Anderson lijkt Dolly maar niet van de troon te kunnen stoten wegens nep?)
Platte kaas dan maar, nee geen potje van 250 gram - dit is de portie van één borst- , pak maar ruim een kilo, en goed fris van uit de frigo. Smeren maar met een paar druppels etherische olie salie erdoor gemengd, weinig drinken, krappe bh, beetje koortsdalend middel, rust en koelte en als de stoom van de ketel moet: een warme douche.
Uitputtende situaties die gelukkig geen weken aanslepen, je moet erin geloven dat die twee foltermachines ooit nog weer genotsmiddelen worden.

Dat de schijf zal stille staan.

woensdag 2 april 2008

'Il y a longtemps que je 't aime' Philippe Claudel

Terwijl het wachten blijft op de laatste bevalling van de maand maart, me storend aan het tweejaarlijks verplicht nummertje klokwijzigen, waag ik het toch naar de cinema te gaan met GSM op trilfunctie. Na het lezen van de recensie zing ik te pas en te onpas:

’Il y a longtemps que je t’aime
Jamais je ne t’ oublierai.’…

'....Vrouwen vergeten niet, zij bewaren de verhalen van hen die niet meer zoeken naar een stem.
Mannen moeten daarentegen leren vergeten en vergeven...' lees ik ergens.

Een flard van mijn jeugd kwam boven, heel de film door, op het ongemakkelijke af.
Hemel, die twee filmzussen Juliette (Kristin Scott) en Léa (Eva Zyberstein): knappe vertolking van beiden! Tel daarbij de twee geadopteerde meisjes die met grote spontaniteit door de film fladderen, de opa zonder stem, de Orinoco-dromende commisaris en je bent voor twee uren aan je stoel gekluisterd, genietend.
Het grote geheim, het grote verdriet. Het zusje dat – verdoken – bleef geloven in haar grote zus en haar opving na vijftien jaar opsluiting. De boeken die zich als vrienden doorheen het verhaal spinnen. Het samenspel van grote en kleine handen op de piano. Beklemmend mooi allemaal. Het godens Franse landschap, de autorit, het gezang:
‘Meunier tu dort, ton moulin vas trop vite’ zorgde voor de zoveelste flashback. Ik was het lied helemaal vergeten, voorgoed kwijt had ik daar niet in die luie cinemazetel gezeten.
Onze vakanties in Frankrijk. De kleutertijd in de Franse school.
Gosh, wat een film al niet kan losmaken. Ik hoorde mezelf mét kinderstem ‘Meunier’ zingen.
Zingen en dansen in ’t rond. Onbezorgd en onbekommerd. Zoals kindertijd kan zijn.
En dan mijn grote zus. De sores, de spanning, de stress, haar bed in de living, een half jaar lang. Je wist het als zusje niet wat er gaande was, met welke grote vraag de ouders worstelden:
zou ze het halen of niet?
Maar voor haar ziekte toesloeg kon grote zus verrassend lief zijn, soms, tijdens het zingen bij de afwas. Ze viel in canon in bij het refrein. Dan keek ik bewonderend naar haar op en voelde een zeldzame verbondenheid met haar.
Die blik zag ik ook in Léa.

À la claire fontaine
M'en allant promener
J'ai trouvé l'eau si belle
Que je m'y suis baigné
Il y a longtemps que je t'aime
Jamais je ne t'oublierai
Sous les feuilles d'un chêne,
Je me suis fait sécher
Sur la plus haute branche,
Un rossignol chantait

Il y a longtemps que je t'aime
Jamais je ne t'oublierai
Chante rossignol, chante,
Toi qui as le cœur gai
Tu as le cœur à rire,
Moi je l'ai à pleurer
Il y a longtemps que je t'aime
Jamais je ne t'oublierai
J'ai perdu mon amie,

Sans l'avoir mérité
Pour un bouquet de roses,
Que je lui refusais
Il y a longtemps que je t'aime
Jamais je ne t'oublierai
Je voudrais que la rose,

Fût encore au rosier
Et que ma douce amie
Fût encore à m'aimer'



dinsdag 1 april 2008

Ode aan mijn kroost - Zapnimf

'Allerliefste puberzap, zoonzap, krulzap en minizap,
ontluikende bloesems van mijn existentie,
viervoudig verrukkelijk voortgeplant vakmanschap,
fraaie knot empathische intelligentie.

Gij verzamelde ouderdroom, uit mij geboren,
bijzondere baaropbrengsten, bundel barstende bedrijvigheid,
het gesternte heeft ons een gunstig lot beschoren,
intensiteit van warmte en genegenheid in ons nest verspreid.

Gij allen, gelaafd door moedermelk en stromen affectie,
neem mijn onbaatzuchtige okselfrisse omarming in ogenschouw,
voel je vrij onder mijn kloeke vleugels ter protectie,
oogappels toch, wat hou ik van jou en jou en jou en jou.

Schitterende parels zijn jullie, mijn kostbaarste bijou,
een taai, talentvol, tureluurs team in topvorm.
Wanneer gaan jullie ook alweer naar papa toe?
Want het is bijna op… mijn flesje chloroform. '

Zapnimf

blog: weergaloze fratsen