maandag 31 maart 2008

vandaag zou ze niets anders meer willen

Het liep een beetje anders dan gepland, maar kom.
Haar gynaecoloog werkte niet meer in dat het ziekenhuis waar ze al twee maal bevallen was van haar zonen en aangezien de locatie voor de bevalling een prioriteit was zocht ze een andere hulpverlener en dat werd ik.
Ze had maar drie wensen zei ze, toen ze de eerste keer op raadpleging kwam;
- natuurlijk bevallen in het Brussels ziekenhuis
- bevallen zonder episiotomie of ruptuur
- zelf de baby ontvangen bij de geboorte
En dan zou ze vijf dagen in het ziekenhuis blijven.
Bij vraag 1 had ik geen aanmerkingen, natuurlijk natuurlijk bevallen! Het toeval wil dat dat ons motto is.
Vraag 2 was al iets moeilijker, ik kan niemand beloven dat ze niet zal inscheuren tijdens de bevalling, dat is van teveel factoren afhankelijk en aangezien ik de twee vorige bevallingen niet begeleid had kon ik alleen maar beloven dat ik in eerste instantie niet zou knippen. Na twee episio’s en een moeilijk herstel kon ze zich met deze belofte verzoenen.
Vraag 3 kon wel ingewilligd worden indien ze zelf alert genoeg was tijdens de bevalling.

Nog regelmatig trok ze naar haar gynaecoloog-waar-ze-niet-meer-bij-zou-bevallen voor een echo of wat. Samen met haar man werkte ze fulltime. Hij zou wel eens meekomen op raadpleging maar niet in dié maand, want dan was hij maar drie avonden thuis…
Een paar weken voor de uitgerekende datum gaf ze er de brui aan en leidde ze nog snel een vervanger op zodat ze zich kon klaarmaken voor de bevalling.
Alinoë nam haar onder handen, vertroetelde haar met een ‘Verena’-massage die haar effect niet miste. Weeën, maar nog niet van die aard dat dat ze van een arbeid kon spreken, dacht ze.
De dag erop belde ze me zuchtend of ik eens wou komen checken.
De deur had ze op een kier gelaten, ik vond haar geknield aan de rand van het bed. Ik knielde naast haar en wreef op haar rug.
- Jaaaa….
Klaar voor het ziekenhuis.
- Waar is je man?
- Hij is naar de belangrijkste vergadering van zijn leven. Maar hij is op komst.
Op haar aanwijzingen vond ik haar valies, de toiletzak waar ze nog snel een borstel, een flesje x, wat zeep, een etuitje, nog een flesje y - haar hand leek maar niet te kunnen ophouden met het plukken van toiletgerief van de vensterbank - in propte.
Geknield aan de trap voor de voordeur hielp ik haar de volgende wee opvangen
- Waar blijft hij?
Nog een wee, het ging snel. Een ondersteunende knie tegen haar derrière, een hand op de triangelplek van de rug drukkend, wachtte ik samen met haar.
- Ooooh….
Hij kwam, zag en begon in te pakken. Ik belde de verloskamer van het ziekenhuis: de natuurlijke bevallingskamer met bad was bezet, dan naar het ander ziekenhuis: ook daar waren de twee verloskamers met bad bezet. File op de snelweg, zou ze er nog geraken?
- Ik geraak er niet als Leen niet naast mij zit.
- Leen, ik betaal je taxi terug als je met ons mee in de auto gaat, onderhandelde de man snel.
- Aaaah, ik geraak er niet meer.
- Zie je het zitten om hier je kind te baren?
Ze knikte. Ik keek naar de man. Ook hij.
Op een matras in de badkamer, daar baarde en ontving ze haar dochter, beetje ingescheurd wel.
Nog even was er twijfel of ze alsnog niet naar het ziekenhuis zou gaan om er in alle rust te kramen, maar ook dat overwon ze.
Vandaag zegt ze dat ze niet anders meer zou willen.

zaterdag 29 maart 2008

vroedvrouwshopping

- Hallo, am I talking to Lien?
- Yes, you are.
- Are you a midwife?
- Yes.
- Hallo, I’m Rose, for two weeks in Belgium now, Brussels, I’m 5 months pregnant.
- Congratulations.
- Thank you, I’m looking for a midwife and I have a few questions, do you have time?
- Go ahead!
- How long are you working as a midwife?
- Since 22 years now.
- Do you do homebirths?
- Of course, also births in my birthcenter and in the hospital.
- How often do you do an episiotomy?
- Very few times.

- Are you working by yourself?
- Yes, If you come to see me during the pregnancy, it'll be me who attend you during labor and birth with assistance of my collegue Alinoë.
- Are you ready for visits at home?
- The prenatal visits take place in my house, you’re welcome, if you want my address…
- No, I’d like to have some references about you, could you give me a telephone number of somebody you helped?
- Do you have a list of midwives in front of you?

- Yes.
......

Wie kent het niet ? Het fenomeen vroedvrouwshopping. Eens bellen naar die en naar die, daar op consultatie gaan, toch nog eens op een ander gaan kijken en naar nog ééntje om te zien waar het meest 'klikt' en wat er aangeboden wordt en voor welke prijs want dat laatste is belangrijker dan ooit.
Ja, maar die vroedvrouw komt bij me thuis voor de raadplegingen...
Die vroedvrouw vraagt geen vervoersonkosten...
Bij die vroedvrouw is het bad goedkoper...
Die lacht vriendelijker dan die...
....en die heeft geen puist op haar neus en haar haar zit leuker, ja.

En als zo'n vragenlijstje een houvast zouden kunnen zijn, waarom dan niet, wordt er geredeneerd.
Kan men door het aframmelen van een vragenlijst 'vertrouwen' krijgen in een vroedvrouw? Vertrouwen, waar alles op neerkomt in dat hele 'childbirthing'-proces is geen opsomming van objectieve feiten.
Hoeveel keer heeft ze ja geantwoord? Zeven keer? dat is dan zeven op tien.
Zou ik niet met die van acht op tien in zee gaan?
Vertrouwen is een subjectief gegeven, geen opsomming van punten. Het is een gevoel, dat ook met discretie te maken heeft. Daarom kan je ook geen namen van andere 'tevreden' clienten doorgeven omdat dit het beroepsgeheim schaadt, de opgebouwde vertrouwensrelatie misschien zelfs in het gedrang brengt.

De markt is te groot. Wat zei Nathalie van de mutualiteit eergisteren: voor regio Leuven alleen al hadden ze 100 zelfstandige vroedvrouwen aangeschreven. Begin je daartussen maar eens te profileren als 'ervaren' vroedvrouw.
Aanbod/vraag is omgekeerd evenredig, de concurrentie is groot. (Oh, Leen wat een vies woord, je collega's als concurrenten bestempelen!)
Chapeau voor de nieuweling die het nog waagt zich als zelfstandige te vestigen in een verzadigde streek.
Ik vraag me af hoe mijn collega's met dergelijke telefoons omspringen.
Als men referenties wil, kan men op de website vast wel iets vinden.
Nog niet in het Engels, 'k geef toe.

donderdag 27 maart 2008

zonder piemel

Grote broer van tweeëneenhalf kijkt aandachtig toe bij het eerste (katoen) verluieren van baby-zus. Komt zelf héél dicht bij, met het neusje er bijna op. Hij vindt het niet. Krabt aan zijn kruis als teken: waar is de piemel?
- Je babyzusje heeft geen piemel, geef ik zijn eerste anatomieles, ze heeft een spleetje.
Daar kan het tweejarig verstandje niet bij. Wezens zonder piemel?
- Op school moet hij dat toch al ontdekt hebben? opper ik.
- Ik weet het niet, hij gaat nog maar enkele weken naar school, het enige wat hij van vrouwen weet is van mij.
Hij kijkt van mama naar de baby en dan heeft hij het gevonden. Met zijn kleine vingertje wijst hij naar de navelstreng: de ersatz-piemel! Het kind moet-en-zal dat ding bezitten.
Waarom niet?

Als ik er vandaag de krant op na lees zullen we nog harder schrikken in de toekomst.
Een Amerikaanse man is vijf maanden zwanger’ mét foto waarop man met korte baard, zonder borsten in profiel. Science fiction wordt realiteit? Dat wordt duidelijker na het lezen van het korte artikeltje. In een vorig leven was man een vrouw. Na het ombouwen trouwde hij een onvruchtbare vrouw waarop man-die-vrouw-was besloot om de hormoonbehandeling te stoppen en zich te laten bevruchten.
- Hoewel mijn buik blijft groeien, voel ik me toch een man.
Meer dan geslachtsverwarring voor die kleine later, vrees ik.


En hoe mag je je baby nog aankleden?
Gevaarlijke stoffen in kinderpyjama’s’ Een onderzoek van Test-aankoop.
Schreeuwerige kleuren moet je wantrouwen zoals ze gisteren op het journaal lieten zien: mijdt de Asterix-pyjama’s… De verf bevat een stof die "een negatief effect heeft op het voortplantingsstelsel en bovendien de gezondheid in het algemeen kan schaden". Alsjeblief!
Terug naar eerlijk materiaal, eerlijke grondstoffen en naturel kleuren. Het bestaat. En het is mooi. Je betaalt iets meer maar je kan je uk met een gerust geweten tooien.

woensdag 26 maart 2008

de paardenvallei

Tja, ik word stilaan wakker, krik op van een stevig avondmaal – nee, ik moet nooit koken, dat is Karel zijn passie, je zou zijn vaardige vingers moeten zien vleugelen over dat nietsvermoedend voedsel! En neen, ik ruil hem niet – het nieuws op TV volgen is dan weer gevaarlijk, ik voel mijn ogen onvermijdelijk dichtvallen.
Hup, Leen, zetel uit!

Het Brabants boerepaard dan, deze ochtend om 07.55 u.
Als kind liep ik zo graag naast een weide paarden, vol ontzag keek ik naar die mooie dieren. Niet dat ik een Velvet-figuur was; ik heb pas leren ‘paardrijden’ (stap-stap, babbel-babbel, draf-draf, schok-schok en o, o galop!) rond mijn vijftiende bij Luk zaliger, de zoon van de bakker - drie paarden rijk én een boon voor mij. Mooi meegenomen, alleen was de boon bij mij zoek, voor hèm dan, niet voor zijn paarden, sorries…
En als ik spreek van rond mijn tiende of zo, toén al was ik niet te beroerd om me tussen prikkeldraad te manoeuvreren om een paard te kunnen strelen.
Eénmaal werd ik (te) overmoedig en sprong op de rug van een wildvreemd paard. Geen twee minuten later lag ik languit in het gras te bekomen van mijn megalomaan idee. Oh, mijn kont!
Nog weken gevoeld.
Kan je je mijn vreugde voorstellen toen we de bouwgrond aankochten in de Kerselarenstraat? Niet alleen de oriëntatie van het huis zat goed, er liepen bovendien paarden in een wei en dan nog in meer dan 1 weitje. Links en rechts van de straat en driehonderd meter verderop bevonden er zich paardenweides! En een paar straten verder nog en nog. De paardenvallei als het ware. Mijn favoriet boek van Auel.
Jaren terug, op een zonnige zondagochtend, reed ik van de bakker naar huis toen een prachtig bruin rijpaard me middenin mijn straat blokkeerde. Ontsnapt genoot het van het malse gras langs de berm. Kennismaken was er niet bij; het paard kende mij niet en ik kende zijn naam niet dus wat doe je dan?
Niets anders dan wat ik als moeder doe: het dier rustig toespreken terwijl ik het naderde met een lekker bussel versgetrokken gras. Vanuit mijn ooghoeken had ik twee pluspunten vastgesteld: hij had teugels rond zijn hoofd én de toegang van de volgende wei stond open. Het plan was poepsimpel: teugels pakken en naar de wei leiden.
Het plan lukte nog beter door een kinderliedje te zingen. Zijn oren dadelijk gespitst, de grote neusgaten het odeur van het lekkerste gras snuivend liet hij zich vermurwen. Deze horsewhisperer avant la lettre kreeg de toelating tot strelen en hup, daar had ik hem bij zijn lurven, euh teugels, en nog twee huppen later stond hij in de wei.
Oh ja, ik ben nog teruggereden om een briefje voor de eigenaar te bevestigen aan de prikkeldraad. Nooit iets van gehoord.
Deze ochtend rij ik na een bevalling soezend terug naar huis. Buena Vista Social Club houdt me gezelschap - ik zet nr 8 drie keer op - als daar plots dat struis boerenpaard mijn weg verspert. Een paard zonder teugels! Ondanks mijn vermoeidheid van een nacht wakker zijn stap ik uit naar voorbeeld van een andere hulpvaardige automobilist . Na een paar vergeefse pogingen lukt het ons toch dat enorm dier een wei in te duwen. Bij het afsluiten van de omheining struikelt de man languit en scheurt zijn broek.
-Stuur je rekening maar naar de boer. Hij lacht eens schamper.
Om 17 u staat dat paard nog in de verkeerde wei.
Boer, waar ben je gebleven?

dinsdag 25 maart 2008

maandag 24 maart 2008

te Pasen en een jaar

Er is altijd wel iemand jarig.
Neef Samuel gisteren, morgen schoondochter Tine en neef Bob en binnenkort de oudste zoon.
- Hoe oud zijn je kinderen? wordt er me wel eens gevraagd. Ik heb die vraag leren omzeilen want er werd ongegeneerd al dan niet luidop gerekend en net niet uitgeroepen:
- Ben je dan al zo oud!
- Jamaar, ik ben er vroeg aan begonnen, ik was 22 toen ik mijn eerste kind al kreeg’, haast ik me dan te repliceren.
Vandaag zitten ze weer met z’n allen rond de ronde tafel - nergens een ‘plaats aan het hoofd’, zoals bij koning Arthur is iedereen evenwaardig – voor de paasmaandagbrunch.
Een week geleden was Pasen nog ver van mijn bed, wist ik veel dat we al zo nader waren, we doen voort, we zien de dagen voortrollen, de weken… als plots een mail van zoonlief me tot de orde roept:
- Moes , doe jij ‘weer’ een paasbrunch … op paasmaandag : )
Aangezien dit een traditie aan het worden is zegt moes volmondig: ‘Ja hoor!’.
Even in mijn agenda gekeken. Warempel, hij had gelijk en waarom was het al zo vroeg Pasen?
Daar wist weerman Frank Deboosere een antwoord op. Hoe wordt de Paasdatum berekend?
Drie voorwaarden:
1. het moet al lente zijn (dit was op 20 maart 2008; 19.26u)
2. het moet volle maan geweest zijn (die kwam op 21 maart 2008; 19.40u)
3. het moet de eerste daarop volgende zondag zijn
Vroeger dan dit jaar kan het dus (bijna) niet, misschien 1 dag…
Een witte Pasen dan nog, bij een mooie sneeuwlaag ontwaken we deze ochtend, genieten we van een stralende zon op weg naar de bakker - de (sinds twee dagen bestelde en betaalde) broodjes "zitten nog de oven, kom straks eens terug"!!!- , een donkere hemel, vallende sneeuw, donder en wind. Gevarieerder weer zullen we zelden hebben.
Tijdens het smullen van:
- pompoen/wortel roomssoep
- rode biet/appel/haring/dille hapje
- geitenkaas/okkernoot/zongedroogde tomaat - snack
- zalm/scampi/komkommer hapje
- Thaise gehaktballetjes
- pestopalmiers met kwarteleitjes
- 10 soorten belegde (warme!) broodjes
- ijs met aardbei-coupe

... komen de tongen los. Ik bekijk ze één voor één, die leuke bende en flits terug naar Pasen vorig jaar. Zoveel warmer. De jongste had toen géén blauw oog, was nog kleiner dan zijn twee oudere broers. De dochter was tegen 200 per uur aan haar thesis bezig, de tweede zoon zou zijn einddiploma halen en oudste zoon had nog geen bouwplannen.
Wat wordt het volgend jaar?
Word ik ooit eens bommama?

vrijdag 21 maart 2008

Gift for the midwife

Hi Leen, I read this in my midwifery journal and thought of you.
Thank you for helping me birth Naomi ( 3 years ago now!)

Gift for the midwife

What will happen, you ask me with fear,
When my body is open and birth is near?
Your body will tell you, I solemnly vow,
Do not be afraid, your body knows how.

I can’t do it, you cry, it’s taking too long.
But you can, remember – your body is strong.
Don’t go away, stay with me here.
As long as you need me, I’ll always be near.

Your baby is here now, precious and new,
Calm and serene held close to you.
You look at him softly, so pleased and so proud.
I’ll give you some space now, I don’t want to crowd.


Thank you so much for all you have done.
The work was all yours, for me it was fun.
But I couldn’t have done it if you weren’t with me,
You made me believe I could do it, you see/

What thanks can I give you for care so fine?
Some flowers or chocolates, or maybe some wine?
Your words are my gift, they are my treasure,
Building my confidence, giving me pleasure.

It’s an honor and privilige to do what I do,
No need for a card or flowers from you.
I love what I do, a greast joy in my life
Is being here with you, being truly midwife.



Ruth Henderson

donderdag 20 maart 2008

nooit geen kus meer van Hugo Claus

Ach, het kwam als een schok aan. We zijn er allen van aangedaan.
Niet dat ik héél zijn werk las, een paar boeken maar (als eerste Het jaar van de kreeft, uiteraard, uiteraard), maar de man Hugo Claus is onvergetelijk.
Zelfs mijn pa had er een dikke boon voor al is hij in Het verdriet van België niet ver geraakt. Te dik boek voor een 93-jarige. Samen met hem keken we naar het nieuws. Ivan de Vadder vertaalde het goed: welk belang hebben de regeerakkoorden nog nu we zo’n groot man kwijt zijn?
Eergisteren, in de Slegte, neuzend tussen de boeken sprong me een gedichtenbundel van Hugo Claus in het oog. Een mooi exemplaar.
Aan één kant zijn handschrift, op de rechterzijde de getypte versie. Ik had al een boek of zes in mijn handen (waaronder tot mijn grote vreugde Electra van Iki Freud!) begon een beetje te rekenen en liet de gedichtenbundel liggen waar hij lag.
Hugo Claus, de erudiete duizendpoot. Tijdens de tienjarige viering van de uitgeverij Van Halewijck in ‘De Zwarte Panter’ in Antwerpen, had ik het genoegen een paar schilderijen van Claus te kunnen bewonderen.
Een sympathieke kerel zijn we aan hem kwijt. Een mooi man ook. Jaren terug mocht ik een lezing van hem bijwonen in mijn eigenste dorp. Aan zijn lippen hingen we bij het voordragen van zijn gedichten. Het was muisstil in de grote zaal. Na de lezing mocht literair Kortenberg een boek laten ondertekenen door de maestro zelf. Wat aarzelend schuifelend wachtten we tot het onze beurt was.
- Hoe noem je?, vroeg hij me.
- Leen
- ‘Voor Leen, with love’. In grote, sierlijke letters, voor eeuwig.
Verdorie, op zoveel liefde had ik niet gerekend, ik bedankte hem gauw, kocht al even snel een tweede gedichtenbundel en schoof voor de tweede maal aan.
Deze keer schreef hij ‘een kus’, tekende er een hart bij met een pijl en vroeg wat ik deed in het leven. Blij dat hij eens met een vrouw kon praten, zo leek het wel, met al die stijve harken van dorpsnotabelen aan zijn tafel.
Eén van die gemeenteraadsleden was me te snel af en zei:
- Leen is een verloskundige.
- Nee, hoor, ik ben een vroedvrouw.
- Het is vroedvrouw, verbeterde Hugo Claus hem bezwerend en prompt kreeg ik een kus.
Jee, mijn dag was goed.

woensdag 19 maart 2008

inbakeren en kooltjes

Nu de zon zich schamend over zoveel afwezigheid laat zien, toch voor langer dan vijf seconden, durven wij weer geloven in de lente. En in meer.
We durven dromen van gelukkige zwangeren en mama’s met rustige baby’s in de armen.

Ze kwam terug, de exhausted-mama. Nee, ik ga het geen metamorfose noemen, maar hij in zijn Maxy-Cosy was er al dichter bij. Ze vertoonde zelf al een glimlach op haar gezicht.
Sinds ze erin geslaagd was de voedingen te spreiden – om de drie uren voeden ipv om het uur - had ze een andere baby, zei ze. Veel slaap had ze ingehaald en dat had deugd gedaan
- Wist je dat ik ‘vroeger’ makkelijk 10 uren kon slapen?
Slaapgebrek haalt een mens uit zijn evenwicht, daar moeten we geen tekeningetje bij maken.
Ines, de cranio-sacraal therapeut, had haar opgedragen terug bij me te komen om de baby te leren inbakeren.
Het inbakeren van haar baby was ook in me opgekomen maar omdat hij zo gespannen was, overprikkeld, overstressd, vond ik dat niet het juiste moment om het ter sprake te brengen, ook omdat ik niet zeker wist of de boodschap en de info zou doorgedrongen zijn. Toèn.
Vandaag is ze er klaar voor. Ik spreid het stuk laken open op de onderzoekstafel, neem de wakkere baby voorzichtig uit de draagwieg. Hij protesteert, een beetje. Voelt andere handen dan die van zijn mama en dat is al reden genoeg voor objecties, zo redeneert hij. Ik spreek hem sussend toe en vertel hem wat we gaan doen, toon de mama hoe ze het laken strak moet aantrekken over zijn arm en vastmaken achteraan. Ik leg zijn rechterarmpje op zijn romp en trek de andere kant aan.
Een vlinderpop, zo ziet hij eruit. Ze lacht bezorgd, vraagt zich af of hij zich wel goed voelt zo gevangen in dat laken.
- Wat zegt zijn lichaamstaal? vraag ik.
- Yes, he looks happy enough, but it is a strange view.
Ingebakerd blijft hij rustig op de onderzoekstafel liggen. Ondertussen maak ik zijn ‘hapje’ klaar. Een beetje water meng ik met een stuk koolstoftablet en lepel het hem in (zonder indikkingmiddel want de winkel was dicht).
Protest! Weer iets nieuws dat hij te verduren krijgt; een metalen lepel tegen zijn zoete lipjes, een goedje dat hij nog nooit geproefd heeft en zijn warme moeder is er niet; zou je niet voor minder! Mama neemt het niet van me over, ze kijkt aandachtig toe.
Met een koolstofpreparaat om het maagzuur te neutraliseren kan ze zich verzoenen, alles beter dan chemische troep, dat wist ik al van tijdens de zwangerschap.
Welke adviezen kreeg ze mee? Geen honderd.

- Kind in hoogstand te slapen leggen (deden we al tijdens de kraamperiode)
- Maaltijden spreiden tenzij de baby over zijn toeren gaat
- Tussenin koolstofpapje geven:
doel 1: voorkomen van braken door indikkingmiddel
doel 2: zuurtegraad van maag doen dalen
- Rusten tussenin, zoveel mogelijk
- Inbakeren van baby op rustige momenten
- Baby uit handen geven, papa als susser gebruiken
- Frisse neus halen, er draait nog een wereld buitenshuis…

maandag 17 maart 2008

exhausted

Ze zegt het niet, maar ik merk het aan al haar bewegingen, of het gebrek eraan.
- Exhausted, zoals dat zo mooi klinkt in het Engels.
En hij dan in zijn Maxi-Cosy, nog exhausted-er.
De trappen van vergelijking, wie is er moe, moeder?
Hij weent, niet, nee hij brult, eist:
- Nu, moeder! Nu wil ik de borst. Wantikvoelmenietgoedinmijnveldusalleendeborstkanmijredden.
En toch nog even wegen, meten want we zijn bijna zeven weken ver.
Rond en gezond? Rond wel, gezond durf ik het niet te noemen. Overprikkeld.
Zelfs na de borstvoeding is hij niet kalm te krijgen. De vuurbal in de maag, telkens weer na het troostend aanleggen – een rustpunt voor beiden.
O, we kennen het fenomeen van reflux.
De tolerantie van de moeder. Ze geeft.
Haar melk, haar liefde, haar energie, tot ze een schaduw wordt van zichzelf, een zombie.
Met moeite houdt ze de aandacht erbij:
- What did you say? Met half open ogen.
Dat er een eind moet aankomen.
Dat ze naar Ines moet, de cranio-sacraal therapeute.
Dat ze vanaf nu de maaltijden moet spreiden en geen voeden-op-verzoek meer.
De drie ‘er-ren: ‘rust, regelmaat, reinheid’ respecteren.
En bellen na twee dagen.

vrijdag 14 maart 2008

euthanasie voor popjes

De rotste stage als student vroedvrouw - ik vergeet het nooit - op ‘Praematuren’ zoals dat indertijd heette. Nu is dat ‘Neonatologie’.
De popjes in een incubator. Je bent twintig en zweert dat je kind daar nooit zal terechtkomen. Alsof je dat in de hand hebt.
Vier gezonde kinderen ter wereld gebracht met een gezond gewicht. Dààr zijn ze dus nooit terechtgekomen. Later wel op andere diensten, alle vier. (en wat lees ik daar in de maandag-krant? ‘Ouders krijgen betaald verlof voor kind in ziekenhuis’)
Haar naam ben ik kwijt, maar de leerkracht psychologie ben ik dankbaar voor het breken van een lans voor 'praematuren'. Zij maakte er ons van bewust dat die popjes ook noden hadden, en nog veel meer dan gezonde baby’s. Tiens.
Ze stond er op dat degenen die daar stage deden die popjes ook konden knuffelen. Het was zij die ons de Shantala-babymassage van Leboyer bijbracht. Ik schafte me het boek dadelijk aan.
Maar ik heb die baby’s nooit durven knuffelen - met al die draden aan hun lijfje - bang dat ik in mijn onbeholpenheid er een zou uittrekken en een ramp veroorzaken…
Met afgrijzen moeten toekijken toen er een infuus werd aangebracht. Een eufimisme voor koteren met een naald in de schedelhuid. Het machteloos krijsen van dat mager ding. Want als een ‘ding’ werd er mee omgesprongen. Geen emoties, toch bij die dokters niet. Nee, daar keerde mijn maag van, ik telde de uren af.
Nu wordt er veel baby-vriendelijker gehandeld in het ziekenhuis.
Baby’s pijn doen, daar kon/kan mijn verstand niet bij.

Dat was niet anders met de eerste hielprik.
Zorg je dan voor een natuurlijke bevalling, een zachte geboorte in alle rust en stilte, in halve duisternis, leg je de baby op de buik, geef je die kleine alle ‘adem-en andere ruimte’ en op dag 5 haal je onverbiddelijk die naald boven, want bloed moet je hebben om die vijf cirkels te vullen. Die eerste en de honderd volgende keren was dag 5 de baaldag tijdens de kraamperiode. De foltervrouw ipv. de vroedvrouw.
Het heeft jaren geduurd eer ik dat rustig, vaardig en zonder zweten kon uitvoeren.
Ik zeg het ook: ‘Vandaag ben ik een stoute vroedvrouw’.
Mama’s accepteren dat.

En nu die ‘Roep om regeling levenseinde prematuren’.
Natuurlijk. Ja! Ja! En nog eens Ja!
Verontwaardigd ben ik te vernemen dat euthanasie voor prematuren onbestaande is.
Baby’s moeten lijden, volwassenen mogen kiezen.
Je reinste waanzin, Inferno.
They shoot horses, don’t they?

woensdag 12 maart 2008

de nieuwe man



- De nieuwe man bestaat en het leuke : hij is helemaal van mij :) !!! :),

schrijft ze

maandag 10 maart 2008

komt u vroeden?

- Dag mevrouw de vroedvrouw, schudt de schoonvader me een hand.
- Komt u vroeden? vraagt hij.
Ach, een linguïst.
- Eigenlijk kom ik achterwaren, zeg ik; de zorg waarnemen voor moeder en kind, komt van het oude woord achterwaarster; vroedvrouw voor West-Vlamingen
- Ah zo, zal ik eens opzoeken
- Dat vind je in de huidige woordenboeken niet meer, in de oude wel.
- Die heb ik hoor!

Bij het afscheid vraagt hij waar het woord achterwaarster van komt
- Waarschijnlijk kwamen de vroedvrouwen langs achter binnen.
- O, langs daar, lacht hij schalks.
- Ik bedoel langs de achterdeur.
- Ah ja.
- Welke deur had u in gedachten?
- Géén, klopt hij me vaderlijk op de schouder, géén ander.

We zijn twaalf uren verder.
- Ik twijfel nog, zei ze toen, op de divan na een wee, misschien wil ik niet hier bevallen.
Het verbaasde me niet, het zou me eerder verbaasd hebben dat ze die woorden niet had uitgesproken.
- Ik weet al lang van je twijfel, bij elke consultatie kwam het woord ziekenhuis ter sprake, wist je dat?
- Ja, toen ik voor een monitoring naar het verloskwartier moest, kwamen de vorige drie bevallingen weer naar boven en die waren goed verlopen
- Het voelde als ‘thuiskomen’?
- Nee, zo zou ik het niet stellen, lachte ze, maar toch…
- Je moet bevallen in de omgeving waar je je goed voelt, je veilig voelt.
Man aanhoorde het, hij ging niet beslissen waar zijn vrouw moest bevallen. Hij had haar wens om thuis te bevallen gesteund, had het groot opblaasbaar bad in de keuken helemaal gevuld. Alles, alles lag klaar maar met die teleurstellende en confronterende één cm ontsluiting na mijn inwendig onderzoek was het tijd om de dingen klaar en duidelijk te stellen. Ik wou nog even naar huis - ze wonen op 10 minuten rijden van mij - want al kon dit zich plots snel ontwikkelen, het kon ook nog uren duren.
- Jamaar, wat als het gaat zoals bij de vorige, toen ik in tweeëneenhalf uur tijd beviel?
Goed, als dit een argument was om zich wel veilig te voelen wou ik zelfs wachten vanaf de eerste cm opening.
Maar nee, ze wou toch naar het ziekenhuis. Ze had beslist. Het was middernacht.
- Nog even goede vrienden hoor. Ik help jullie inladen.
De valies voor het ziekenhuis bleek maar half klaar. Mmm, dus hier was ook geen zekerheid….
Vader werd gebeld als babysit. Tijdens het wachten op ‘vader’ verzamelde ik mijn geëtaleerde verlos-spullen. Ik zag de rust in haar gelaat komen, ze wist dat ze naar gekend terrein ging en zag zichzelf daar goed baren. Ze maakte zelf een grapje. Ik hielp haar in haar laarsjes als plots:
- O, mijn vliezen breken.
Bij het uitkleden registreerde ik helder vruchtwater.
Na het kraamverband, de disposable slip wachtten we op een droge strectchbroek die manlief boven zocht.
- Ik moet duwen, zal ik naar ’t WC gaan?
- Ga jij maar lekker in bad liggen.
Een perswee slingerde zich als een slang naar buiten. Snel trokken we de kleren uit. Uit mijn koffer griste ik een bevallingssetje en handschoenen.
- Mag ik duwen? vroeg ze, toen ze al niet kon tegenhouden wat de natuur haar opdrong.
Met broek in handen stond hij terug in de keuken, veel tijd om vragen te stellen kreeg hij niet want daar zwom zijn dochter in een waas van vernix het water in.

zaterdag 8 maart 2008

De waterdraagster

"Kom breng me water, water, water, water
Dibbidobidabidoo, water…"
Dat oude ezel-liedje dat m’n petekindje me steeds wil horen zingen zit in mijn hoofd terwijl ik met de zoveelste hete ketel voorzichtig van het fornuis naar het geboortebad stap. Vandaag ben ik een waterdraagster.
Net dat is het boeiende aan ons beroep, het is altijd weer anders. Een andere vrouw, een ander huis, een andere ontwikkeling, een ander gesprek, een andere sfeer, andere geuren, kleuren, een ander kind...

Ze heeft wee en wel frequent. Twee centimeter opening.
Flashback ik, naar haar vorige bevalling: wee-wachten-wee-weg-stap-stap-wee-wachten… Nu is ze in haar eigen biotoop en wacht ze op de partner, hij zou om twee uur komen.
Er wordt voor twee uur niet bevallen, weet ik. Het is middag.
Twee zussen, één met een vier maanden-oude baby, één zonder perst appelsienen voor de weeën-zus. Ze drinkt dankbaar.
En daar verschijnt hij ten tonele, ontdoet zich van zijn kledij en voegt zich bij haar in het geboortebad. Baby van zus krijgt de borst op twee meter van het bad.
Uren duurt het. Het stagneert, veel wee, weinig ontsluiting en dan moet de vroedvrouw handelen en zussen en zichzelf van het toneel verwijderen, hoe aangenaam het gezelschap ook is. Een geboorte met de hele familie erbij, het is weinigen gegund. Zus fluistert me iets toe. Woorden: hij en zij, gisteren.

Nee, schudt ze haar nat hoofd in het bad, ze heeft geen zorgen.
Waarom geloof ik haar niet?
De buitenlucht doet me goed, ik doe 'de toer van de blok'.

Terug.
Ze is haar ‘obstructie’ kwijt, ze heeft haar ding kunnen doen tijdens onze afwezigheid, twee maal twintig minuten later bevalt ze van haar tweede zoon.

donderdag 6 maart 2008

Vera Drake

Terwijl het wachten blijft op wie van de twee zwangeren het eerst zal bellen, want beiden ‘overtijd’ vul ik mijn tijd met de dagelijkse beslommeringen én een filmpje meepikken van TV. Wat ik anders zelden doe.
Vera Drake, van Mike Leigh, drie sterretjes .
Je wordt op het verkeerde been gezet, deze vrouw is een heilige, altijd in de weer(en met welk een tempo) voor haar gezin , haar ouders en anderen.
Die anderen – en daar gaat het om – zijn ongewenst zwangere vrouwen.
Tussen al de altruïstische bedrijven door zie je Vera-sympa (of draak, ja, het venijn zit in de staart) naar een blikken doos grijpen, zo één die ik hier nu in huis heb, van mijn grootmoeder zaliger. Tot mijn ontsteltenis gaat ze over tot een bedrijf waar ik niét mee sympathiseer. Met de liefste glimlach hoor je haar een vrouw vragen het slipje uit te doen en op bed te gaan liggen, ondertussen neemt ze de rasp (het meest traumatisch-ogende instrument), schraapt ze roze zeep en kookt ze water. Ze brengt de rode gummi sonde vaginaal in en pompt het zeepwater het lichaam in.
De vroedvrouw in mij komt boven. Dit gaat me veel te vlot. Dat spul moet toch in de baarmoeder terecht komen; verder dan de vagina? Daarboven dus, door die gesloten, stugge baarmoederhals. Daar is toch wat wringwerk voor nodig om een dikke sonde erdoor te krijgen?
Mike Leigh zal zich bij de vrouwelijke anatomie weinig vragen gesteld hebben.
Geruststellend spreekt Vera de vrouw toe en laat ze achter met de boodschap dat ze binnen twee dagen bloeden zal en zich daar geen zorgen over moeten maken. Dan keert ze terug naar haar warme thuis waar ze door het hele gezin op handen gedragen wordt.
Tijdens zo een knusse familieaangelegenheid staat een inspecteur voor de deur en komt de hele waarheid hortend en stotend boven. Een vrouw was bijna gestorven.
Het heet dat ze de meisjes wou ‘helpen’ - gratis bovendien. Een ander, een opdrachtgeefster, liep met het geld weg.
- Zoals jij ooit geholpen bent geweest, suggereert de inspecteur?

Bof, een beklijvende film, deprimerend zelfs.
- Ik ben niet voor abortus, zeg ik hem na de film.
- Ik ook niet, maar soms is het de enige oplossing.

dinsdag 4 maart 2008

zaterdag 1 maart 2008

Je vous souhaite des rêves

'Je vous souhaite des rêves
à n'en plus finir
et l'envie furieuse d'en réaliser quelques-uns.
Je vous souhaite d'aimer
ce qu'il faut aimer
et d'oublier ce qu'il faut oublier.
Je vous souhaite des passions.
Je vous souhaite des silences.
Je vous souhaite des chants d'oiseaux
au réveil et des rires d'enfants.
Je vous souhaite de résister à l'enlisement,
à l'indifférence, aux vertus négatives
de notre époque.
Je vous souhaite surtout d'être vous.'
Brel.

Dat Brel-tekstje zat bij haar diploma.





'The director of the Prince Leopold Institute of Tropical Medicine hereby certifies that
Gielen Saïdja
born in Kortenberg on the 30/11/1985
has completed the postgraduate course in Tropical Biomedical Sciences and International Health
from 10 september 2007 to 29 February 2008
and has succesfully passed the tests as required by the course regulations. Accordingly the
POSTGRADUATE CERTIFICATE IN TROPICAL
BIOMEDICAL SCIENCES AND INTERNATIONAL HEALTH
is granted.'

-Misschien schrijf ik me nog in voor een cursus voor een half jaar tot ik naar Zuid-Amerika vertrek, zegt ze.
Misschien kun je ook eens rustig van je nieuwe leven genieten, denk ik.