dinsdag 30 december 2008

Young@Heart

Moe, moede, moeder.
Alle drie.

Bij ‘moede’ hoor ik mijn moeder over de vreemde arme snuiter zingen:
‘….was moede, moede van het wandelen’
We begrepen meteen waarom:
‘Hij had zijn luit verloren
Uit zijne mantel…’

Waarbij pa enthousiast en met veel nadruk op het eerste woord insprong :
‘…ZAK tiralala, Zak tiralala…’
Het was me als kind een raadsel waarom pa telkens zoveel leute had bij dat weemoedig lied.
Ze hadden zo met Young @Heartclub mee kunnen doen.


Schitterende film trouwens, deed me lachen en huilen.

Zingen is me niet vreemd.
Maar mezelf zien met zo’n inpak-wallen onder de ogen wel.



Ik vraag het Eileen, op haar regenboog:
Should I stay or should I go?

met dank aan Tinte en Moosability

vrijdag 12 december 2008

La Mama

woensdag 10 december 2008

einde praktijk

Balen was het wel de derde. ’s Morgens na het bericht ‘gebroken vliezen en lichte weeën’ snel koeken en chocoladen Sint gehaald bij de warme bakker, nog eens extra gepoetst, de verwarming op maximum gezet, lakens strak getrokken, drank en glazen klaargezet, fruit in een schaal geschikt en dat alles voor 9u.
Dit zou de laatste bevalling in het geboortehuis Diep Rood worden. Ik was in blijde verwachting en ik zou ze daar eens in de watten leggen!
’s Middags bij haar thuis langs geweest om de kleine in de buik te beluisteren maar dan, ’s namiddags moest ik ze wel naar het ziekenhuis sturen vanwege te lang gebroken vliezen.
Het volgende moment – als troost - het vliegtuig geboekt naar Pau en de mijter van de sint opgegeten.

Drie dagen later, op de verjaardag van Sinterklaas, belt hij om 6u om te zeggen dat ’t vrouwtje contracties heeft.
Net zoals de eerste keer zou ik de arbeid opvolgen en ze doorsturen naar het ziekenhuis voor de bevalling.
De frustraties van de gemiste bevalling laaiden weer op toen ik me aankleedde.
Ik wou zo graag nog eens een pasgeboren kind in mijn handen voelen.
Hebben deze verlangens een rol gespeeld?
Ik vrees van wel.
Een paar uren na de bevalling vroeg hij haar of we dat afgesproken hadden.
Ze ontkende en ik ook. Op geen enkel manier had ik haar proberen te beïnvloeden tijdens de raadplegingen.
Ze werkte als specialist in een universitair ziekenhuis, getrouwd met een specialist, uit een doktersfamilie stammend; voor hen was er maar één veilig baken om te bevallen: het ziekenhuis.
Eénmaal had ze zich laten ontvallen dat, indien het niet anders kon (te snel ging bv.), ze desnoods (bij nood dus) thuis zou bevallen maar dat hij daar tegen was.
Ik had er geen woord aan vuil gemaakt maar toegegeven, het was niet in dovemansoren terecht gekomen.
Ze lag te bed op haar zij, had onmiskenbaar weeën, nog intacte vliezen en was nog heel alert en rustig. De kleine deed het goed, bewoog nog flink voor en na de wee, ’t hartje klonk wel een beetje tachycard vlak na de wee maar dat herstelde zich.
Halfduister. De zoon was net opgehaald door de grootouders, vanaf nu kon ze er voor gaan.
Ik vroeg hem olie om haar te masseren. Ze stelde vragen , zuchtte voor een wee en hervatte het gesprek. Hij keek en zweeg.
Niemand vroeg naar de ontsluiting. Men liet het op zijn beloop. Een vrouw ontsloot in alle sereniteit. Waarom zouden we de rust verstoren?
Woorden bleven achterwege.
Met z’n drieën op bed, om beurten masserend. Net zoals de vorige keer kwam er geen klacht over haar lippen. Ze mocht nochtans.
Na een half uur dacht ze te moeten plassen. Soepel kwam ze recht en kroop na de boodschap weer in ’t warme nest, het kersenpittenzakje omklemmend om haar ritme terug te vinden.
En dan zei ze het, dat ze ‘het’ lichtjes voelde duwen in haar onderrug. Misschien werd het toch eens tijd voor een evaluatie?
- Een soepele boord, vruchtvliezen als een gespannen ballon, wil jij mijn koffers uit de auto halen? richtte ik me tot hem.
Hij had kunnen weigeren en zeggen dat ze meteen naar het ziekenhuis moesten, maar hij nam mijn autosleutels aan en twee tellen later kwam hij gepakt boven.
Rustig, berustend.
- De kleine gaat komen, verduidelijkte ze hem.
- Ik weet het.
Vanaf dan werd het een lust voor het oog. Het natuurlijk proces van baren openbaarde zich eens te meer aan mij. Ik genoot tot in de toppen van mijn tenen. Tintelingen in heel het lijf, dankbaar voor het vertrouwen.
Eerst de douche van spattende vliezen over me heen. Ik had voor mijn vertrek nog getwijfeld of ik die propere jeans wel zou aantrekken, maar dan…
Mooi, mooi kind. Roze kind. Roze meid.
Tien op tien op je eerste rapport.


- Kan ik de navelstreng voelen kloppen? haalt ze mij uit mijn roes.
Samen voelen ze de pulsaties. Dat had ze de vorige keer gemist.
- Wanneer ga je afklemmen? hervalt ze in haar doktersrol.
- Pas als de navelstreng niet meer klopt.
Ze knikt goedkeurend.
En dan de dochter aan de borst, alsof het nooit anders was.
Ik had geen mooier einde van mijn praktijk kunnen dromen.

vrijdag 5 december 2008

Louis

Negentig verhuisdozen en nog 15 gebruikte bovenop. Het kon allemaal in mijn klein ottootje.
Een onmogelijke taak lijkt het wel, je huisraad inpakken.
Gooi weg.
Ik wil wel maar mijn handen blijven haperen bij elk voorwerp. Hele filmen paseren de revue bij het verpakken.
Wie gaf me dit? Wanneer kocht ik dat?
En dan ben ik nog niet eens aan de klerenkast toe.
Maar af en toe levert zo’n verhuis wel leuke scenes op.
Neem nu het containerpark, een drukbezochte plaats tegenwoordig.

Een paar weken terug haalde Karel de leeggemaakte dozen en het winkelwaar uit de camionette.
Met een overbezorgd gezicht bracht hij me een kartonnen doos onder de aandacht:
- Waar heb je dat gehaald? wijzend op het koffertje in een achtergebleven doos.
Hij moet gemeend hebben dat ik me aan een folie had overgegeven.
- Oh dàt? Dat heb ik uit het containerpark gehaald.
- Weet je wat dat kost!
- Geen idee, een Yves Saint Laurent beautycase zal wel niet goedkoop zijn, nee.
- Niks Yves … dit is een Louis Vutton.
- Ah? En wat mag dat dan wezen? Dit kistje stond bij herbruikbare goederen, ik weet dat ik er niets uit mag halen, maar dit vond ik wel handig en het stonk niet, dus heb ik het in een kartonnen doos meegenomen. Dat spiegeltje plak ik met een sjik wel vast.
Loammi zoekt het op,
- 2000 euro kost dit kistje.
Karel kan er niet bij dat iemand dit van de hand doet.



Volgende dag bij de bank van ons dorp schoffelt er een bejaard vrouwtje binnen, beige regenjas, witte haardos zoals je ze bij dertien in een dozijn ziet.
Ik geef Karel een elleboogstoot en wijs – discreet, jawel, dat kan ik ook – naar het omaatje.
In haar hand heeft ze haar grote Louis Vuitton tas vast.
Zou het?

dinsdag 2 december 2008

'Ik werd er giechelig van'

‘De vulkaan is weer tot rust gekomen’, die woorden pluk ik uit haar tuil bloemen.
Twee pakken koeken, muisjes, een tekening van haar jongste dochter; ik krijg het allemaal cadeau.
De kleine zoon, acht weken oud, deponeert ze op de onderzoekstafel.
‘…na de kille, klinische begeleiding in ’t buitenland voelde het alsof er in Erps Kwerps een warm deken om me heen werd geslagen. Een deken van interesse en een luisterend oor.
In plaats van het gevoel een risicovolle ziekte te hebben, besefte ik hier dat we een baby gingen krijgen, nog een wondertje bij!…’

Drie weken voor de bevalling kwam ze in België aan. Ze had me een maand ervoor gebeld, of ik haar thuisbevalling wou doen. Haar man werd onverwacht (terug ) naar België getransfereerd, met als gevolg heel het gezin.
En waarom niet? Ze was me niet vreemd, ik had ze al zien bevallen.

De verhalen over haar gynaecoloog daar deden me schuddebuiken.
Zijn reactie toen ze hem zei dat ze al drie keer thuis was bevallen.
“Hij moet gedacht hebben dat ik onder een boom was bevallen want van toen af aan legde hij me alles haarfijn uit. In de aard van ‘dit is een speculum – daarbij stak hij het onding in de hoogte -, daarmee ga ik in je vagina kijken’.
Moest ik op zo’n vreselijke tafel gaan liggen met mijn benen opengesperd (waarom is dat nodig tijdens de zwangerschap?), hij zette een hilarische stroboscopische bril op en verdween met zijn instrument en neus tussen mijn benen. Ik werd er giechelig van.
En altijd een echo.
Voor elke consultatie moesten we met alle andere zwangere vrouwen urenlang wachten op kleine harde banken. Met de regelmaat van de klok kwam er één van de partners binnen om zich boos te maken op de secretaresse. Ik begreep de taal niet maar de pantomime was overduidelijk. Iedereen was boos owv het lange wachten, er werd niet aardig gezucht.
Mijn zwangerschap werd als een ziekte beschouwd, heel medisch aangepakt, met argwaan luisterde hij naar de harttonen , steeds op de hoede voor iets abnormaals.
Wegens bezoek aan het buitenland had ik twee consultaties gemist. Dit werd een hele scene want enkele onderzoeken waren niet kunnen doorgaan! Nee, ik zag het echt niet zitten om daar, in dat steriel ziekenhuis te bevallen, heb allerlei uitwegen gezocht en toen mijn man hoorde dat hij weer naar België moest, ben ik tot rust gekomen. Ik vroeg de gynaecoloog een verslag voor jou te schrijven. Hij vroeg me of hij daarin de thuisbevalling mocht ontraden wegens risico voor overmatig bloedverlies. Ik gaf hem volle toestemming.
Hij heeft geen verslag willen maken, enkel de permissie voor het vliegtuig…”

Een paar weken later vond ik haar stil op bed,
haar moederschoot als een broeiende vulkaan.
Net op tijd was ik,
voor de eruptie.

maandag 1 december 2008

Vanavond wordt het weer warm

Onthou het. De slechts mogelijke tijd om zonder stookolie te vallen is zaterdagmiddag.
- De chauffeur is net naar huis.
- En wanneer komt hij terug?
- Maandag.
- Sta ik dan als eerste op de lijst?
- Dat weet ik niet, mevrouw.
Ik waan me weer in Frankrijk, net zoals hij elke morgen doet op een 1000 km van hier, open ik de kachel, maak proppen van kranten, voeg droog hout toe en hoop dat het vuur voor lang is.
Mits wat acrobatentoeren vind ik toch nog wat brandhout achter het tuinhuis.
De motor van de ‘warmteverspreider’ (hoe noemt dat ding?) boven de haard heeft ook zijn beste tijd gehad. Een kleine ‘pffff’ komt er nog uit.
Heel ’t weekend is het een 16° in huis. Doenbaar met twee truien boven elkaar.
Ik mis mijn ochtenddouche. Morgen of misschien deze avond al? Het is behelpen met de waterverwarmer en een emmer.
Niks nieuws, in Indië deed ik het ook met een kan en een emmer lekker koud water.
Maar een mens zou voor minder naar verjaardagspartijtjes trekken.
Aankomen in een lekker warm huis. Van Zapnimf ende hare Moose.
Een allegaartje van voedsel en drank tussen de sigaretten, het mag voor een keer. Pralines en dan de soep van Chelone waarvan ze wil beweren dat we het sàmen gemaakt hebben.
Ben net terug van Frankrijk, geen tijd gehad om te kokkerellen .
Maar zie Chelone, dat kan ik niet. Da’s liegen voor mij – mag niet van ma en pa - en valt te achterhalen door nimfie.
Scampies, goulash, roulade van brood en zalm op stokjes, pizza, pannenkoeken, ijstaart, nog pralines en vooral véél verhalen die we delen met voor mij de helft onbekende mensen.
Op dezelfde golflengte wel, dat merk je meteen.
Openbaringen. Hoe later op de avond hoe meer.
- Niet voor blogs, hé mensen!’ roept een anoniem iemand (de dysfunctionele huisvrouw) schalks.
Tuurlijk niet, wat dacht je?!

- Waarschijnlijk nog voor de middag, mevrouw, de chauffeur werkt de bestellingen af.
Deze avond wordt het hier warm.

zaterdag 29 november 2008

ik wil niet/nu zitten...

“…Tussen twee weeën in loop ik naar de badkamer en laat het bad lopen, terwijl ik alweer een nieuwe wee opvang over het luierkussen geleund.
Ik hoor in de living Leen naar haar collega bellen met de boodschap dat ik druk voel.
Carl staat naast me, zijn hand op het luierkussen…ik leg mijn hoofd ertegenaan, zijn koele hand doet deugd…
- Leen, ik moet gewoon meeduwen, ik kan niet anders!
Leen komt de badkamer binnen en besluit dat het toch maar geen bad-tijd is en dat we beter terug naar de living gaan… daar staan de baarkruk en al Leen haar spullen al klaar.

Het valt me op dat Leen me nu ook nog mijn gang laat gaan, waar ik ook loop, wat ik ook doe, ik denk eigenlijk niet dat ze vijf zinnen gezegd heeft.
Opnieuw valt het verschil met de ziekenhuisbevalling me op, waar alles meer geregistreerd verloopt. Er wordt gemonitord, er wordt gecoached (in het genre van ‘duwe zenne madammeke”) en de omgeving is ook een stuk sterieler…van dit alles nu niets; ik loop waar ik lopen wil, doe wat ik voel… ik voel dat Leen alles in ’t oog houdt en dat stelt me gerust, ik zie vanuit een ooghoek dat ze alles klaar houdt, dat ze Carl stil aanwijzingen geeft waar te gaan zitten zodat hij mij kan ondersteunen, maar het gevoel van ‘men laat mij doen’ overheerst.
Een gek gevoel eigenlijk; even doorspekt met onzekerheid (gaat het wel goed zo – ik krijg geen feedback?) maar direct daarna empowerded het echt.
De stilte valt me vooral op… de stilte van de anderen want dit keer maak ik best wel kabaal met het puffen en het zuchten.
Vriendin ging foto’s nemen, ze neemt er eentje tijdens de wee… de plotse flits doet me schrikken en mijn concentratie verliezen. Ik vraag geen foto’s meer te nemen.

Plots voel ik persdrang: dit herken ik! En dat zeg ik ook…het eerste wat opnieuw hetzelfde aanvoelt als bij mijn eerste bevalling sinds de vliezen braken.
Wat een krachtig gevoel, mijn angst dat ik geen kracht meer zou hebben om te persen was totaal ongegrond, mijn lijf neemt gewoon opnieuw de boel over.
Ik probeer op de baarkruk te gaan zitten, maar dat lukt niet. Ik kan gewoon niet gaan zitten, er zit ‘iets’ in de weg, ik probeer opnieuw maar het lukt niet, ik sta zo goed als recht te persen
- Baarkruk weg, die staat in de weg, ik kan toch niet zitten!
Leen neemt de baarkruk weg.
Het voelt aan alsof ik stoelgang maak en dat is écht een vervelend gevoel, ik wou dat iemand dat even wegnam!
- Kalm, hoor ik Leen zeggen, daar zit geen stoelgang maar een kind te duwen.
Ze zegt ook dat ik op Carl zijn knieën kan gaan zitten mocht ik dat willen.
Dat lijkt me niet zo’n goed idee, lijkt me nogal onstabiel en trouwens: ik kan niet zitten!
Plots voel ik het hoofdje binnenin doorschuiven naar voor toe, de druk op mijn perineum is weg, ik voel dat het hoofd eraan komt:
- Vlug, geef me de baarkruk terug, ik wil NU zitten!
Even snel als ze weggehaald werd staat ze terug klaar. Nu lukt het zitten wel, ik leun achterover in Carl zijn armen.
Ik voel het hoofdje komen en duw heel zachtjes mee… ik wil niet inscheuren deze keer én heel vreemd, ik wil het voelen… ik weet wat eraan komt, hoe snel het nu zal gaan en ik wil het bewust meemaken.
Dus voel ik het hoofdje zachtjes geboren worden, daarna de schoudertjes en daarna glibber, glibber, het lijfje… en dan – na hoogstens 5 minuten persen – krijg ik een wit kindje tegen me aan: van kop tot teen wit van de huidsmeer, nog donzig in haar gezichtje.

Ik herinner me eigenlijk niet meer wanneer we gekeken hebben of het een jongen of een meisje was, of dat iemand ons dat gezegd heeft… wat ik me wel nog levendig herinner en ook op de foto’s telkens om moest lachen is dat ze in een bruine kottekeskeukenhanddoek’ gewikkeld werd.

Nog geen tien minuten na de geboorte kwam de placenta.
Mijn badje, al gevuld van tijdens de weeën kon ik gelijk inplonzen, genieten van het warme water.
Nadat de refelexen van onze dochter bekenen en goedgekeurd zijn, installeer ik me in de zetel, blij dat alles goed verlopen is, dat ze een goed zuigreflex en een goed gewicht heeft ondanks het feit dat ze zo vroeg gekomen is.
Ik leg ze aan de borst en na even snuffelen drinkt ze, gelijk al met grote slokken.
Wat een rustige sfeer, zalig gewoon, is me dat genieten!…”

maandag 24 november 2008

woensdag 19 november 2008

Het geschenk

Moeder overhandigt me een uitgescheurd papier waarop ze in drukletters een gedicht schreef.
- Lees het aan je pa voor, hij heeft erom gevraagd.
Bij de eerste zinnen schiet moeder haar gemoed vol.
- Ik heb het altijd een triestig gedicht gevonden, we moesten het in de lagere school leren, je pa ook. Pa knikt en kijkt haar aandachtig aan. Zoals ervoor heeft hij mijn ansichtkaart uit Frankijk in de zetel liggen. Hoe vaak zou hij het al gelezen hebben?
Ik lees verder, pa verbetert een zin, ik moet het herlezen om te zien of het nog klopt. Nee, het klopt niet, ma is een zin vergeten.
Weerom opnieuw, pa pinkt een traan weg.
(“Ik had binnen een maand willen ‘weggaan’. Nee, pa, je moet ons huis en onze tuin in Frankrijk nog zien, met het vliegtuig ben je er zo.
Ja, ik wil wel, maar de winter…)

- Verdomme, zit ik nu zelf ook al te janken, waarom leerden ze jullie geen leuker gedichten op school!

Het geschenk

I
Hij trok het schuifken open
Het knaapje stond aan zijn zij
En zag het uurwerk liggen
- Och grootvader, geef het mij

‘k Zal het u wel eens geven
toekomend jaar misschien
Als ge wel leert en braaf zijt
Zei de oude, we zullen wel zien

- Toekomend jaar! Sprak het knaapje
O, grootvader, maar dan zoudt
ge reeds lang kunnen dood zijn
Ge zijt zo ziek en zo oud

De oude stond te peinzen
en dacht : Het is wel waar
En zijn lange vingren streelden
Des knaapjes krullend haar

Hij nam het zilvren uurwerk
en ook de zware keten erbij
Lei het in de gretige handjes
- ‘t komt nog van uw vader, sprak hij

II
Er was een grafje gedolven
De scholieren stonden er rond
Een grijsaard boog met moeite
Nog een knie ten grond

Het koele morgenwindje
Speelde om zijn haren zacht
’t Gele kistje zonk neder
arm schaapje, wie had dat gedacht

Hij keerde terug naar zijn woning,
de oude vader, en weende zo zeer
En lei het zilveren uurwerk
in het oude schuifken weer

Rosalie Loveling (Nevele 1834-1875), zus van Virginie, nicht van Cyriel Buysse

zaterdag 15 november 2008

3 in 24u tijd

Bevallingsverhalen. Ze zitten in mijn hoofd of staan half genoteerd op het partogram.
Van sommige maak ik het verhaal af, zoals twee haar geleden van deze.


‘Lieve Julie
De wijze waarop jij werd geboren
Daar mag iedereen van dromen
Zo mooi, zo rustig, zo zacht
Zo wonderlijk, zo te vroeg-onverwacht
Ontvingen je mama en papa je in hun armen
Om voorgoed je hartje te verwarmen’

Een zondagmorgen. Linda aan de lijn, drie weken voor haar uitgerekende datum. “Ik heb af en toe weeën”, vertelt ze, ze twijfelt of ze al ‘in arbeid’ is. Op de vraag of ze betrekkingen heeft gehad antwoordt ze bevestigend.
De liefde bedrijven op het einde van de zwangerschap kan al eens een valse arbeid-start uitlokken, dat weten alle vroedvrouwen. We spreken af dat ze het rustig aan doet vandaag. Daar kunnen we een valse start mee nekken. Een échte arbeid laat zich niet in de luren leggen door een beetje rust.
Ze is zwanger van haar tweede kind en wenst poliklinisch te bevallen.
Middag. Linda aan de lijn. ‘Het’ zet zich door. Toch heeft ze geen zekerheid omdat de weeën nog een onregelmatig patroon vertonen, maar de sterkte van de wee herkent ze als echte arbeid.
- Bel me als je naar het ziekenhuis vertrekt, spreek ik met haar af want ze moet haar man nog bereiken, haar moeder, vervoer vinden, opvang voor haar dochter… het heeft geen zin dat ik meteen vertrek.
Maar ik krijg geen nieuws meer en besluit het ziekenhuis te bellen.
Effectief, in de chaos van de bedrijvigheid heeft ze geen tijd gevonden mij nog te bellen.
De vroedvrouw van het ziekenhuis maant me tot spoed aan want er is al flink wat ontsluiting. Daar baal ik even van, ik moet me nu reppen naar de hoofdstad want een tweede kind kan soms zo snel gaan dat het net zo goed geboren kan worden tijdens mijn rit naar het ziekenhuis.
Acht centimeter ontsluiting als ik de ‘doe-maar-lekker-of-je-thuis-bent-bevallingskamer’ betreed.
Giorgio, de Italiaanse papa staat naast Linda. Hem had ik nooit eerder ontmoet, hij kon nooit meekomen op consultatie wegens te druk, dus maken we snel kennis – in ’t Frans.
Linda puft rustig een wee weg, je zou het haar niet geven dat ze bijna klaar is voor het baren. Ze blijft in haar cocon, wil niet meer naar het uitnodigend bad, stil blijven liggen wil ze.
We masseren om beurten haar rug, Giorgio en ik. Soms raken onze vreemde handen mekaar op haar rug. De bewegingen staken dan niet. In een half uur tijd zijn we bondgenoten geworden, hij en ik, voor haar. We willen beiden de sereniteit van de arbeid bewaren, een stilzwijgende afspraak tussen ons.
Linda de kracht en het vertrouwen geven om te baren.
Dat doet ze ook, zo heerlijk instinctief dat ik er bijna bij sta te glunderen.
Ach, Linda, geef jezelf, schenk jezelf dat kind.
Alsof ze nooit anders deed neemt ze haar kind uit haar schoot aan en legt het op haar borst.
Kleine Julie (2695 gram), prachtig kind, wees welkom.

In een roes van euforie kom ik thuis aan. Steeds een ontnuchtering want thuis ben ik vroedvrouw af en kruip ik in de rol van mama. Er moet - zoals steeds - nog van alles gedaan worden.
En dan krijg ik Kathie nog aan de lijn. Ze moet naar het ziekenhuis te Mechelen; de geplande thuisbevalling kan niet doorgaan want ze is flink over tijd.
Na een paar bemoedigende woordjes en de belofte haar te begeleiden eens de weeën komen opzetten, haak ik in.
Drie uren slaap haal ik, maar dan moet ik eruit.
Na aankomst in het ziekenhuis waren haar vliezen spontaan gebroken. Meteen kreeg ze erg sterke weeën en uitgeput van het lange wachten op de baby zag ze zich dit kind niet puur natuur krijgen.
Eens de optie ziekenhuis genomen kon ze van alle ‘gemakken’ gebruik maken, dus ook van een epidurale verdoving. Vooruit dan maar, ik gun het haar. De spanning is te groot geweest; spanning ook tussen hen beiden.
De arbeid lijkt te stagneren, we beslissen allen een dut te doen, zij beiden in de verloskamer, ik in een bureau.
Tegen de ochtend is het zover, het kind duwt. De paniek slaat weer toe, gaat ze dat kind er wel uit krijgen? Met z’n allen: de papa, de ziekenhuisvroedvrouw en ik moedigen we haar aan, sterken haar zelfvertrouwen.
- Je kan het Kathie, komaan, nog even.
Een reuzehoofd komt piepen, ik voel een strakke navelomstrengeling rond de nek; het kind kleurt blauw, we moeten snel handelen. Ik grits de klemmen van de tafel, de assisterende vroedvrouw komt me tegemoet, duwt de navelstreng plat zodat ik makkelijker kan knippen tussen de klemmen. Het kind is bevrijd, nog eens flink persen voor de romp van dat groot kind.
Geen tijd voor huid-op-huidcontact . In een mum van tijd ligt de blauwe baby op de onderzoekstafel. Ogen staan op oneindig, ze staren. Bewegingsloos ligt hij daar.
Ik noem dit het ‘de-dood-in-d’ogen-kijken’ moment.
Snel aspiratie, stimulatie en daar merk ik een knippering van de ogen en een armpje schiet de hoogte in.
Leven!
Een schreeuw!
Meer moet dat niet zijn.
Welkom knuffel David (4420gram). Bijna twee kilo meer dan Julie.

Tijdens de ochtendlijke rit naar huis wordt ik mobiel gebeld.
Bernard aan de lijn. Aarzelend. Weet niet goed hoe hij deze vrouwenzaak moet aanbrengen.
De eerste keer in verwachting van een kind. Maar hij kan er niet omheen: zijn Hongaarse, 40 jarige vrouw ‘lijkt’ wel contracties te hebben sinds enkele uren, wat nu?
Ook ik twijfel. Ik dacht – uiteraard - rechtstreeks naar huis te rijden om mijn consultaties van 9u te starten. Zou Helena in de latente of actieve fase zijn van haar arbeid? Daar kom ik alleen achter als ik ze dadelijk ga bezoeken. Ik verander mijn route en rij recht naar Leuven.
- Bonjour!
Ah, Leen, je suis content que tu es là, verwelkomt Bernard me opgelucht. Hij wijst me de weg naar boven. In een donkere kamer ontwaar ik haar. Het gordijn wordt opengeschoven. Het licht dat binnenvalt werpt een flits op een foto van Helena in haar gloriejaren, een moviestar.
Ze heeft haar lange blonde manen in een knot opgestoken. Begroet me met een zwakke glimlach.
- They are coming every three minutes apart, but not that painful, I can manage it. Do you think that I make progress?
Ze zucht een wee weg en vervolgt haar verhaal dat telkens onderbroken wordt door een wee. De weeën zijn kort, de frequentie ervan regelmatig, ze is nog flink alert, kan heel coherent praten tussenin, hm. Toch onderzoeken doe ik. Ik doe er redelijk lang over om 100% zeker te zijn van wat ik voel.
- Do you feel the baby pushing? vraag ik haar.
- Yes!, maar tot nu had ze er niet aan durven toegeven.
- You’re ready to deliver, meld ik haar en schiet in actie. Collega bellen, koffers uit de wagen halen, instrumenten klaarzetten, baarkruk, luierkussen, lintmeter, snel de eerste twee afspraken afbellen en de weegschaal: dat laatste is minder noodzakelijk, gewoon routine. Foetale harttoontjes nogmaals beluisteren; die baby is nog steeds in zijn nopjes daar in mama’s buik!
Ik voel het weer tintelen in heel mijn lijf. Het jeukt tot in de toppen van mijn vingers: straks mag ik nog een baby ontvangen. Adrenaline in drie lijven.
Ook het persen verloopt probleemloos. Met beperkte aanwijzingen heeft ze de truc al snel beet. De zwaartekracht helpt ook een handje, het is persen zoals je stoelgang maakt, op de kruk ipv op de plee. De meest logische manier. In kleermakerszit gezeten kan ik alles mooi volgen. Als baby’s kruintje komt piepen, haal ik er de spiegel bij. Bernard kijkt opgetogen naar het spiegelbeeld, Helena sluit liever de ogen als ze pauzeert na een wee. Op mijn aanraden gaat ze wel eens voelen en is verbaasd dat harde stukje hoofd aan te treffen op die anders zo zachte plek. Het geeft haar extra kracht. De volgende wee schuift het hoofdje er half door. Het moment om wat af te remmen, we willen het inscheuren beperken. Ze volgt al mijn aanwijzingen en vijf minuten verder leg ik haar kind in de armen.
Een zachte schreeuw, een springlevend kind.
Ik bedek het met een rode handdoek.
- What’s the sexe?
Dat verklap ik niet. Te mooi om de ouders dat zelf te laten ontdekken.
- It’s a boy!
Welkom sterke Bruno (3500gram). En veel geluk in ’t leven.

donderdag 6 november 2008

zaterdag 1 november 2008

Schunnige liefde



Zijn wij nog steeds die minnaars van de ergste soort,
Ik die mijn leven met het jouwe heb verward
En jij die meer en meer gelijkt op wat ik doe
En hier verloren bent gelopen in mijn woord?

Ik ben schuldig omdat jij je niet herkent
In jou, het beeld dat ik van jou gesneden heb.
Ik ben schuldig want bedrogen heb ik jou
Met jou – en toch was dit bedoeld als een geschenk.

Ik heb je veel te dicht tegen mij aan gehouden.
Ik heb je altijd veel te diep in mij bewaard.
Als ik je hier laat zien wie je geworden bent
Schrik jij nog steeds van mijn gezicht in jouw gedicht

Leonards Nolens

Leonard Nolens ' (°1947, Bree) bundel Liefdesverklaringen (1990) werd in Nederland bekroond met de Jan Campertprijs 1991, in België met de Driejaarlijkse Staatsprijs 1992. Voor zijn gehele werk kreeg hij in 1997 de Constantijn Huygensprijs. Voor Bres kreeg hij in 2008 de VSB Poëzieprijs.


donderdag 30 oktober 2008

Marieke Ayrin

Het geboorteverhaal van Marieke zoals het in haar dagboek staat opgetekend.

(Wat vooraf ging: we zijn al een week over tijd en de vastgestelde datum om de bevalling in te leiden nadert. Ik wil thuis bevallen. Het is 23 oktober. Iedereen is het huis uit. Zoontje is bij Moeke en Pappie. En Patrick is gaan repeteren met het koor van Trees Rhode. Samen wachten, ging niet. Alleen wachten gaat beter. Het heeft iets meditatief. Ik ben helemaal alleen thuis, net wat ik nodig had om toch nog een thuisgeboorte mee te maken.)

Het vervolg: om 15u.30 begonnen de weeën elkaar om de 7 à 10 minuten op te volgen maar nog zeer draaglijk; 1 op mijn pijnschaal . ‘k Heb Patrick dan toch een berichtje gestuurd om naar huis te komen van de repetitie ondanks het feit dat ik wel genoot van een leeg huis, alleen met mijn dikke buik. De hele tijd heb ik lopen zingen van “kom maar kindje, kom toch vlug bij mij dan kan ik je in m’n armen houden allebei.” Ondertussen liep ik op te ruimen en te rommelen tot Patrick thuis was. Overal brandde een kaars en op de schouw beneden wolkte een wierookstokje. Ik keek nog eens alle attributen na op de slaapkamer. Alles leek in orde. Patrick kwam nu thuis. Hij was een beetje zenuwachtig-blij, zo van laat het nu maar gebeuren. Hij maakt alvast een vuurtje in de openhaard. We bellen Leen om haar op de hoogte te stellen van de stand van zaken. Nee, ze moet nog niet komen. Gewoon weer wachten. De weeën bleven hun werk doen terwijl ik mijn zinnen verzette met “Zwellend fruit” van Peter Verhelst. Een prachtig sprookje. Gruwelijk ook, zoals sprookjes horen te zijn. Ondertussen zink ik af en toe weg in een wat pijnlijkere wee met quotatie 6 à 7op de schaal. Om half negen hebben we Leen weer gebeld of ze misschien toch eens langs kon komen voor we de nacht ingingen. Ja, ze had zelf ook gedacht even te komen kijken.
Leen voelt 2 cm opening rekbaar tot 3. De baarmoederhals is heel zacht, de vliezen nog intact. Het gaat de goede kant uit. Leen stelt voor om te strippen. Patrick denkt: ‘Humm, nu, hier???’ Flauwe mop. Dat dacht hij niet, ofwel, ik moet het hem toch eens vragen.
Strippen (vliezen losmaken) doet zeer maar alles voor het doel dat ik voor ogen had: thuis bevallen, een geboortehuis geven aan ons nieuwe kindje.
Als Leen nog maar net de deur uit is, na ons een goede nacht te hebben gewenst met slaapwel enzo, barsten de weeën quotatie 7,8 en 9 los. Patrick blijft bij me terwijl ik in de zetel lig, masseert m’n rug en fluistert me toe ‘loslaten, ruimte maken, openen’ zoals ik hem gevraagd had.
Ik probeer ook mezelf los te maken van de pijn alsof hij niet mijn lichaam behoort. Of misschien behoort de pijn net wel mijn lichaam maar niet mijn geest. Het vergt veel concentratie maar het werkt. Pijnbestrijding met het hoofd. Vooral het ‘ruimte scheppen’ helpt. De tijd gaat nu vliegensvlug of staat hij stil? Het is 1 uur als we Leen weer bellen.
Tien minuten later is ze er. De openhaard brandt nog en Leen vraagt waarom we hier niet bevallen. O ja, OK. Hup alles wordt in allerijl verhuisd. Patrick onderhoudt het vuur. Leen installeert alles bij de haard. Ik vang weeën op. Het wordt hoe langer hoe moeilijker. Ik blijf me concentreren. Op verzoek van Leen laat Patrick het bad vollopen en eenmaal daarin zijn de weeën iets draaglijker. Loslaten, ruimte maken, openen. Mijn mantra. Na een uur moet Leen komen. Ik heb persdrang. Ik heb het hoofdje letterlijk voelen stoten tegen mijn bekken. Ik hoorde zelfs ‘klong’ maar dat zal wel verbeelding zijn.
Tussen 2 weeën door gaan we naar beneden. Ik weet nu dat het snel voorbij zal zijn en voel de controle weer helemaal terugkomen. Nieuwe energie vult mijn lijf. We installeren ons bij de haard. Even is het moeilijk want er komt een wee die niet te houden is en ik zit nog niet goed op de baarkruk. Mijn benen bungelen onbeholpen in de lucht. Ik vraag om me wat meer naar voor te zetten op de kruk. Met mijn voeten nu stevig in de grond kan ik goed persen. Patrick zit achter me en houdt me stevig vast. Leen zit voor me op de grond. De drang is nu zo groot dat het voelt alsof ik stoelgang maak. Ik roep: “Ik denk dat er stront komt.” Achteraf excuseer ik me hiervoor bij Leen. Maar zij noch Patrick kon zich die uitroep herinneren. Ik had me weer onnodig zorgen gemaakt. Enfin, het staat nu ook op papier zodat het de eeuwigheid kan ingaan dat Katelijne ‘stront’ zei tijdens de geboorte van haar tweede kindje.
Het hoofdje is er nu door. Ik praat met het kind maar Leen vindt dat niet zo’n een goed idee. Nu niet, ik moet persen en doe dat dan ook. Leen spoort me aan. Patrick houdt me goed vast. En daar is ze dan: onze dochter. Leen vangt ze kundig op en legt ze op mijn buik. Het kleintje begint te snuffelen met het hoofdje omhoog. Ze vindt een borst en begint meteen te zuigen.
De navelstreng wordt doorgeknipt. Ik hoor een akelig ‘kgggk’. Nu zijn we voorgoed gescheiden. Zo dicht als die 9 maanden komt ze nooit meer. Ik huil als een wolvin in de nacht met grote uithalen diep vanuit de buik. Patrick troost me. Ik ben niet verdrietig. Het is zo. Patrick zegt trots te zijn op mij en houdt me zo mogelijk nog steviger vast.
Ik informeer naar de nageboorte. Even later hoor ik een natte ‘floep’. Dat was het dus. De moederkoek is helemaal intact.

Marieke Ayrin, vredebrengende ster van de zee, is geboren.
Het haardvuur smeult na. Patrick had even wat anders te doen dan vuurman spelen. Maar met wat droge takjes en een dik blok is het gauw weer aan de praat.
Marieke wordt gewikt en gewogen en goed bevonden.
Nu komen de minder leuke dingen: het hechten. Omdat we nu beneden zijn moeten we een andere plek zoeken om te hechten dan het vers opgemaakte bed met matrasbescherming. Het wordt de tafel maar omdat die ovaal is lopen we het risico dat ze kantelt. Geen nood Patrick zet zich er mee bovenop om alles in evenwicht te houden. Marieke ligt op mijn buik. Patrick heeft z’n bandoneon boven gehaald en zet ‘Chiquilin de Bachin’ van Piazzolla in. Zo schor als een kraai val ik in met het lied. Zingend en spelend word ik gehecht, met z’n drieën op de tafel.
Het vuur brandt. Een man en een vrouw geholpen door een kundige vroedvrouw hebben een nieuw mensje op de wereld gezet.
Marieke Ayrin weegt 3kg280 en is ongeveer 50 cm lang. Ze heeft veel haar, licht op de kruin en donker in de lengte. Ze lijkt een popje. We zijn dol op haar.

Katelijne

dinsdag 28 oktober 2008

in stijl zwanger zijn

http://www.mydailystyle.blogspot.com
Of hoe je in stijl zwanger kan zijn.
Zwanger en aantrekkelijk.
Niet dat het mij – als verjaarde hippie - ooit heeft beziggehouden. In mijn tijd droegen we tentjurken vanaf de vijfde maand. Of nog beter een:
Overgooier:m. (-s): Wijd kledingstuk dat je over het hoofd aantrekt, m.n. een rok en lijfje aaneen, zonder mouwen waaronder een blouse of een trui gedragen wordt

Je kon er inderdaad alles onder kwijt: een T-shirt , een blouse of een hemd (van je eega), een pull of niks; enkel je slip. Handig zeg. Vooral als er een onuitwisbare plek de voorkant je blouse sierde, geen kat dat het zag.
Een donkerblauwe -zelfgemaakte - had ik, die paste bij alles, wat je eronder droeg fleurde het geheel op.
Wij moesten het van onze vrolijke armen hebben. De rest was grijs. Pardon blauw.
Gegesticuleerd dat we hebben…………NOT!
Na de laatste vier maanden snakten we wel terug naar een jeans.
Nog eens vier maanden later konden we er eindelijk terug in.

zaterdag 25 oktober 2008

wie moet het allemaal weten?

'uw werkgever
familie
vrienden en kenissen
buren
zakenrelaties
de school van uw kinderen
uw vaste leveranciers
uw huisarts, specialist en apotheek
uw tandarts
uw mutualiteit
diverse verzekeringsinstanties en het pensioenfonds
de bank
de notaris
de inspecteur der directe belastingen
uw garage
sportclubs en verenigingen
dag-en weekbladen
de nieuwe bewoners van het oude huis'
uit: verhuistips

bij deze: Moosability.blogspot.com : we gaan verhuizen!
toch ergens in 2009

mijn verzameling geboortekaartjes schenk ik weg, liefhebbers mogen zich melden

woensdag 22 oktober 2008

Gruschwitz garen

Een kommetje water, een stuk zeep, een handdoek en garen van het sterkste soort; Gruschwitz, stervormig gevlochten. Op de kop getikt op een rommelmarkt.
Hij glimlacht een beetje onwennig maar kijkt hoopvol wanneer ik me met mijn attributen naast hem neerzet.
Ik leg de handdoek op mijn schoot, knip twee stukken draad af en wring ze aan weerszijden van de ring door. Maak zijn vinger nat en zeep in. Trek voorzichtig voorwaarts.
- Ja, ’t ga lukken, Leen.
Ik bekijk de obstructie. De knokkel van zijn ringvinger is dikker dan van de andere vingers.
- Zo gek hoe ik aan die verdikking kom, zegt hij.
Na een zware beklimming stond ik aan de top uit te hijgen en het landschap te bewonderen.
Ik wil er mij bij zetten en verstuik of breek daarbij die vinger toch niet zeker!
Nee, je gaat er hem toch niet afkrijgen, ik voel het.
’t Is waar, hij zal het nog even met die trouwring moeten uitzingen .
Een juwelier heeft vast beter materiaal, verzeker ik hem.

Nee, maar, was dat een verrassing aan de deur.
Ze hadden gewacht tot ik klaar was met de consultaties.
We zouden net aan tafel aanschuiven toen de bel ging.
En daar stond hij, gelaarsd, met helm in de hand.
Of hij stoorde?
- O, maar ik kom wel terug als jullie net gaan eten.
- Maar nee, schuif aan, stoofpotjes zijn er om met velen te delen.
Bij elke hap werd het verhaal duidelijker.
Zijn vrouw en hij hadden na 32 jaar huwelijk beslist om met onderlinge toestemming…

maandag 20 oktober 2008

Zis weg mét Judith

Klik voor vergroting

Haar blog : Zon voor iedereen

25 juni 2006 :
Als ik zeg :een berg afwas, dan bedoel ik een berg; gootsteen, aanrecht, afdruiprek en fornuis: alles staat vol. Meisjes in den blok. Koken doen ze nog, als ontspanning, terwijl ik dan , vanuit praktische overwegingen zou denken: ga naar het studentenrestaurant de Alma als ontspanning.
Maar nee, elke dag vers eten, dat willen ze, of ze moeten blokken of niet.
Wanneer waren ze van plan die afwas te doen? Tja, na de examen!
Goed, als moeder wil je je kind helpen, op welke manier dan ook. Dus handen uit de mouwen en afwas sorteren op de tafel die eerst ontruimd moet worden. Daarna kan de ‘berg’ op tafel. Er komt zelfs warm water uit de losstaande kraan én ergens vind ik ook detergent, ik kan aan de slag terwijl dochterlief verder studeert in haar kamer op het eerste.
Als de afwas half ver is sijpelen de kotgenoten binnen, nog onder de adrenaline van het net afgelegd examen.
’t Ging goed, ze zullen erdoor zijn.

Judith uit Oostende – oudste van een kroost van 8 - pakt spontaan een handdoek om af te drogen. Ze is het maatje van dochterlief geworden omdat beide meisjes als enige heel de blokperiode op kot bleven studeren. Judith vertelt over de startproblemen van haar pleegbroertjes en zusjes, over haar jaar in Afrika, het Erasmusproject waar ze binnenkort instapt en welk een toeval Saïdja bij hen bracht….

Mooi kind, bedenk ik, ze mag zo ons leven in.
Op haar aanwijzingen vind ik het Marokkaans winkeltje waar je werkelijk àlles kan kopen.
Geladen met drie zakken kom ik het kot weer in. Samen smullen we van al die lekkernijen in het zonnetje buiten.
Ik kan niet weg voor ik ook de living én WC heb gepoetst – hoogtijd was dat! Ik laat de keuken voor wat ze is want zoontje wacht thuis.

Een innige omarming -zoals steeds - en erbovenop dikke kussen. Kop op dochter, ’t zijn de laatste loodjes.

vrijdag 17 oktober 2008

Cyrus groet 's morgens de dingen



Dag ventje soezend onder de wol in de wieg
vlieg vlieg
dag wieg in het park
dag mat op de vloer
woef bereknuf bij beebielief
en
dag moedermama met je lach
zoete lach
van mamaatje lief
goeiendag
Daa-ag ventje
waf lief ventje
dag ventje klein


vrij naar Paul van Ostaijen (1896-1928)

dinsdag 14 oktober 2008

Cuisinier suppose une tête légère...

Ik weet het niet hoor. Verstand op nul. Dat lijkt me het meest opportuun is zo’n situatie.
De uitnodiging liet het al doorschemeren:

‘Het is weer zo ver, een volgend kind - Saïdja vertrekt naar Zuid-Amerika voor
9 maanden - spreidt haar vleugels en of we daar blij mee zijn of niet, we
zouden het fijn vinden als jullie hier komen eten op zaterdagmiddag.
's Avonds is er een nog een verrassingsfeest voorzien, waar Saïdja al weet van heeft; zo verrassend is het echt niet meer,
maar ook daar: welkom!
In ieder geval hoop ik op een talrijke opkomst, hoe meer zielen, hoe draaglijker, zou ik zeggen
vanaf 12u gaan de deuren open.’


De feestvreugde (?) is aan ons voorbij gegaan, we stonden zowat twaalf uur aan het fornuis.
Ja, ze vonden het lekker, maar iets simpel was even goed geweest, zeiden ze.
De volgende keer moet onze timing beter.

‘Cuisinier suppose une tête légère, un esprit pur de bonté, et un coeur large de générosité’

Parelwijn, olijven en tortillachips met chimichurri-dipsaus (wegens succes vorige keer)
Canja: Braziliaanse kippesoep met rijst, middeleeuws recept: kip, bouillon, laurierblad, ui, knoflook, risoni-rijst,
citroenschijf en muntblad als garnituur.

met dank aan Gato Azul http://gato-azul.blogspot.com/2008/07/canja-soupe-au-riz-et-au-poulet-recette.html
Feijoada met witte rijst; een stoofpot van diverse soorten vlees en bonen, versierd met sinaasappelpartjes.
Voor 6 pers.: 300g varkensvlees, 200g sparerib, 200g rundvlees, 200g worst, 100 g bacon, 500 g zwarte bonen, 4 knoflooktenen, 3tl rode peper, 2 laurierblaadjes, gesneden bieslook als versiering, zout, olijfolie
Enchiladas: wrap met chili con carne vulling
Herfstdesserts:
-Bladerdeegtaart met peren en rodewijn-glazuur, recept uit Delicious okt 2008, p 82.
-Drie-in-de-pan: gekarameliseerde peren, chocoladesaus en karnemelkpannenkoekjes: recept uit Delicious nov 2008, p 94.
-Ijs met koffie
Vergeten: pralines.

Saïdja
Geboren 30 november 1985 te Kortenberg
170 cm, G: 60 kg (?)
Haar: wit/blond, krullend en droog, splitsend ook (er moet een stuk af).
Ogen: blauw, blonde wimpers, pretlichtjes.
Mond: immer lachend; ‘Joehoe!’ borrelt er te pas en te onpas uit.
Hals: eerder lang, neiging tot kropvorming, maar huisarts zegt van niet.
Huid: droog, opflakkering eczeem aan armen en benen.
Voeten: klein, maat 37, twee littekens voetzool linkervoet.
Allergieën: sterke pinda-allergie, huisstofmijt, grassen, pollen, paarden…
Medicatie: puffers en antihistaminica bij hooikoorts
CV: biologe, tropische geneeskunde, 4 jaar scoutsleidster.
Reiservaringen: Benelux, Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Marokko, Noorwegen,
Kroatië, Oostenrijk, Polen, Spanje, Turkije, Oeganda, Zuid-Afrika, Zweden…
Plannen: rondreis Zuid-Amerika op een moto met vriendin Judith.
Rijbewijs: A en B.
Rij ervaring A: nihil.
Aankomst in Brazilië op 19 oktober 2008.
Verder weet ik niets. Toch dit: ze wil broer Yolan bezoeken in Argentinië.
Opdracht: elke week bellen naar één van de ouders.

Als ze ooit terugkomt maak ik de heerlijkste dis met al haar lievelingsrecepten.

donderdag 9 oktober 2008

Een dag van extremen

Houtsniplei, Franse lei, Roerdomplei, Buizerdlei…
- Neem je lei en griffel, zei zuster Marie-Achille van het eerste leerjaar.
Met grote voorzichtigheid kraste je de sommen op het zwarte bordje. De gulden middenweg.
Je had het gauw geleerd: te hard drukken brak griffels, te zacht griffelen liet je bord zwart.
- Kras, kras, ging het door de klas. De uitsparing met het potje inkt lonkte.
Griffel-as op je houten, schuine bank.
En ’t leukste: het nat oranje sponsje om met een schone lei te beginnen.
De volgende keer.

Waar is ze nu?
Haar as in een urne, de urne op het kerkhof, het nieuwe kerkhof naast de stad.
In het crematorium verloopt alles een beetje vlug, te vlotjes. Kan men in een half uur afscheid nemen?
Hans Andreus’ gedicht incluis?
‘…Vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens
ze zouden je niet geloven…’
Wat een onzin, bedenk ik en ook: ik wil spreken. Ik wil alle aanwezigen over mijn buurmeisje vertellen. Maar de gelegenheid wordt niet geboden, niemand leest iets van eigen bijdrage voor. De kracht ontbreekt om op te staan en het woord te vragen. Had ik maar op voorhand moeten afspreken, tekst voorbereiden.
Ik lees in gedachten mijn woorden voor en sein haar: ‘ Vlieg waarheen je wil, je bent vrij nu. Je was me lief en ik ben tekort geschoten…’

Een dag van extremen. Net zoals een week geleden: een thuis bevalling, haar overlijden en 's avonds nog een thuisbevalling, alles op de eerste oktober.

’s Namiddags, in Antwerpen, draai ik de knop om.
Vijf meiden achter een mochito en tortilla’s bij de Huisvrouw.
Heel andere koek. Heerlijke koek. Vrij en vrank, laat ik daar ook vrolijk op volgen.
Bevallingsverhalen, uiteraard, uiteraard.
Het ultieme woord voor vrouwelijke geslachtsorganen?
-‘piemel’ is makkelijk, maar wat zeg je tegen je dochter?
Moeten we dan een enquête starten?

dinsdag 7 oktober 2008

kinnekeskak

-Meconium
-Overgang
-Vaste stoelgang
-Zalfachtig
-Gekabbeld
-Ruikt vies
-Groenachtig
-Slijmerig
-Lopend
-Spuitend
Uit: Observaties in het patiëntendossier. In de luier van de pasgeborenen, door M. Van Dam

En wat als er géén kaka komt, kabbelend noch spuitend?
Dan wordt het plasluiers tellen. Er moet iéts uit de baby komen.
Ok, ’t is waar, er zat meconium in het vruchtwater, dus weten we dat de darmen functioneren. En de dag nadien kwam er nog éénmaal een ‘meconium’-luier.
Op dag vier na de geboorte een paar veegjes.
- Alsof het wat natte windjes waren, zegt ze.
Ik bekijk de buik van het kind. Op zijn zachtst gezegd ‘opgezet’.
- Dat hebben ze op de echo al gezien, dat de omvang van zijn buik groter was in proportie met zijn lichaam.
Ik ben er zeker van dat het kind goed drinkt, moeder heeft stuwing en hij slikt hoorbaar wanneer hij aanligt. De veelvuldige natte plasluiers zijn het bewijs. Maar waar blijft die kaka?
Temperaturen helpt niet, zelfs met olie op de thermometer, geeft hij zich niet prijs.
Ik druk voorzichtig op het gespannen buikje, het kind lijkt er geen hinder van te ondervinden. Met wat olie op mijn hand masseer ik de buik in wijzerzin, telkens neerwaarts eindigend, richting endeldarm. Ik vraag haar dit meermaals te herhalen en net zoals gisteren het kind bij het venster te plaatsen. Daglicht moet dat kind hebben om de fysiologische (?) geelzucht aan te pakken.
- Ja maar, Leen, je moet weten dat ik Indische roots heb, wij kleuren iets donkerder dan doorsnee blank volk.
Het oogwit is nog niet geel gekleurd. Geruststellend. Ook het gedrag van het kind: het vraagt actief naar voeding en valt niet meteen in slaap wanneer hij aanligt. Tussendoor slaapt hij wel als een roos.
De vijfde dag ben ik vastberaden: als er weer niks geproduceerd werd zou ik het kind een halve glycerine-suppo opsteken. Maar zie: vier kakaluiers sinds ik weg ben! Iedereen lacht.
Ik een beetje minder als ik naar de baby kijk, lijkt wel net uit skivakantie teruggekeerd.
Onmiskenbaar. Bellen naar het ziekenhuis, het duurt en duurt. Uiteindelijk krijg ik geen enkele pediater aan de lijn, beslis haar zo naar spoed door te sturen, met verslag van de thuisgeboorte en evolutie.
’s Avonds op mijn GSM:
- We zijn op weg naar huis, ze hebben beslist niet tot fototherapie over te gaan omdat het al de vijfde dag was.
- Wat was de waarde, hebben ze je een cijfer gezegd?
- Hij had 17.
- Proficiat, zeg ik, je bent de eerste mama die met een baby van 17 (mg/dl) naar huis mag!

zaterdag 4 oktober 2008

och kind

"Och kind, weet je
vanwaar je komt?
Van zoveel plaatsen kom je,
uit het water en van de aarde,
uit het vuur en uit de sneeuw
langs oneindige wegen
naar ons beiden
en nu willen wij weten
hoe je bent, wat je ons zegt
omdat jij meer weet van de wereld
die wij je gaven"


P. Neruda

woensdag 1 oktober 2008

35 and holding

Het was warm dit weekend, we zaten ’s avonds aan de tuintafel te nippen van ons glas.
Ik hoorde gerucht bij de buren, ze suste de blaffende honden.
- Sssst, baasje gaat straks komen, hoorde ik ze zeggen.
Ik wendde me tot mijn genoot:
- Toch raar, we zijn nu al 20 jaar buren, we spreken elk jaar af dat we mekaar gaan uitnodigen en toch komt het er nooit van.
Niet dat er een slecht contact is, verre van. Telkens we mekaar op straat ontmoeten is het niet van ‘hoewiset’ en weg, nee, we staan ruim een uur te praten.
Zij bleek er dan nog het meeste behoefte aan te hebben, aan die babbel, bij mij stond het werk wel altijd te wachten.
Mijn buurmeisje, zelfs al is ze in de dertig, je hebt ze als tiener en babysit van je kinderen leren kennen en het blijft ‘meisje’.
Wat heeft dat kind allemaal meegemaakt.
Hij weet het onderhand.

Het was mei 1990, zwanger van de vierde toen ik langs het tuinpad iets van bij de buren voelde overwaaien, iets dat ik niet anders kan omschrijven als bad karma.
- Er is daar iets aan de hand, zei ik tegen mijn ex.
Twee weken na de geboorte van de jongste, om 4 u, zat ik mijn kind te voeden in bed toen ik portiergeklapper opving. Onze straat is zo verlaten dat er zelden een auto stopt, ’s nachts. (Is dat eventjes veranderd toen mijn kids begonnen uit te gaan).
Turend door het badkamerraam zag ik door het schemer een viertal wagens, ook politiewagens, geparkeerd voor de deur.
Een venster verder zagen we hem hangen, onze buurman. Maak mij niet wijs hoe iemand eruit ziet die zich verhangen heeft, dat gebroken silhouet staat voor immer in mijn geheugen gebrand.
Natuurlijk ontfermde ik me over ons buurmeisje en haar moeder. Maar was me dat schrikken toen ik de buurvrouw zelf aantrof, bedlegerig, beide borsten gruwelijk verminkt door kanker, slordig omzwachteld.
Ik overwon mijn walging en nam de verzorging van het buurmeisje over, ik vond ze te jong voor dergelijke taken. Achteraf vond ik me als zogende moeder ook niet meer geschikt en schakelde een huisarts in, die schakelde op zijn beurt een verpleegster in. Een opname werd geregeld, chemotherapie gestart, na een half jaar zagen we Lazarus-buurvrouw weer in de tuin.
Zoon nummer twee, van negen oud, ontwikkelde daarop een slaapfobie. Elke avond huilen, niet naar bed willen, niet kunnen inslapen, in het ouderlijk bed leggen en ’s nachts verhuizen naar zijn eigen bed… tot het er op een dag uit kwam: hij was bang voorgoed in te slapen zoals buurman had gedaan.
Zo stom waren wij geweest, bevreesd voor de waarheid, hadden wij onze kinderen verteld dat buurman overleden was in zijn slaap.
Twee jaar heeft de buurvrouw het nog volgehouden, tot de meerderjarigheid van haar dochter, pas dan kon ze loslaten en sterven.

Wees was ze nu, dat meerderjarig meisje. Mijn deur stond open, ik zei het haar. Maar haar oma trok bij haar in.
Het werd weer als vanouds: mekaar begroeten op straat. Oma leek nog meer behoefte te hebben aan contact, maar oma was ook flink paranoïde. Ook zij haalde op de duur politiewagens in de straat.
Met de juiste medicatie in psycho-geriatrie kwam oma tot bedaren.
De rust leek hersteld. De levensgezel beminnelijk.
Een jaar terug stond ze huilend aan mijn deur toen ze vernomen had dat Isis, onze zwarte kat in haar vijver verdronken was. Ik had met haar te doen.

Vandaag stond haar levensgezel verweesd aan de deur. Ik lag in bed wegens een nachtelijke geboorte.
Karel vertelde het me. Of we wisten waar ons buurmeisje was? Bleek redelijk depressief de laatste tijd. Haar auto stond er nog, haar schoenen ook.
Kippenvel. Ik kon al raden wat er aan de hand was.
Terug politiewagens voor de deur. Toen ik de labo-staaltjes buiten zette sprak ik iemand aan.

Ze is niet meer.
En ik? Ik kan niet anders dan schrijven. De waarheid, niets dan de waarheid.
De verwelkte bloemen uit de vaas halen ook, mijn kop breken over de verjaardag van overbuurvrouw-die-ik–vandaag-niet-wil-zien, laat staan spreken, pijn hebben over heel het lijf, koffie en cola drinken - wat van mijn homeopaat niet mag - de vloer dweilen om weerstand te bieden tegen al die ‘had-ik-maar’s die me nu constant kwellen...

dinsdag 30 september 2008

for Archie









Sweet and Low by Alfred Lord Tennyson 1809-1883

Sweet and low, sweet and low,
Wind of the western sea,
Low, low, breathe and blow,
Wind of the western sea!
Over the rolling waters go,
Come from the dying moon, and blow,
Blow him again to me;
While my little one, while my pretty one, sleeps.

Sleep and rest, sleep and rest,
Father will come to thee soon;
Rest, rest, on mother's breast,
Father will come to thee soon;
Father will come to his babe in the nest,
Silver sails all out of the west
Under the silver moon:
Sleep, my little one, sleep, my pretty one, sleep.

zondag 28 september 2008

Ce sont les plus bêtes qui accouchent le plus facile


Erik Satie Mouvements En Forme De Poire - Manière De Commencement

Toen zei ik dat ik je verhaal nog niet klaar had.
Eerlijk gezegd er nog niet aan begonnen was.
Sinds iemand opmerkte dat mijn verhalen noodgedwongen altijd op hetzelfde punt belanden, was de zin om te schrijven me een beetje vergaan.
De uitkomst is altijd een kind. Variatie op hetzelfde thema.
En toch en toch.
Hoeveel seks vind je op internet?
Ook een variatie op hetzelfde thema.
En ook: ik kan niet alle geboortes opschrijven, er zijn verhalen die je voor jezelf moet houden omdat er factoren meespelen waarmee de vrouw niet geconfronteerd wil worden, laat staan gepubliceerd wil zien, zelfs anoniem. Systemen die al jaren meespelen, blootgelegd bij de thuisgeboorte, daar moet je voorzichtig mee omspringen. Een vrouw bevalt niet alleen met haar lichaam, veel meer nog met haar psyché, met heel haar geschiedenis, haar hebben en houwen. Ze bevalt als vrouw, als dochter, als echtgenoot, als zus, als schoonzus, als vriendin, als buur.
En straks, met de kleine aan de borst, kond doen aan de hele entourage.
Wat gaat ze vertellen? Wat vertelt de vader? Wat de vroedvrouw?

Zie je, ik zou heel graag je verhaal opschrijven, maar wat me bij jou nog meer tegenhield is dat je zelf zo mooi schrijft. Ik hoop vurig dat je de energie vindt voor schrijven tijdens je kraamperiode. De verhalen die je dagelijks vertelt zijn te mooi om vergeten te worden.
Je zal zien hoe blij je kinderen daar later mee zijn.
Je man vroeg me waarom het zo lang geduurd heeft bij het derde. Een goede vraag.
Mijn eerste antwoord daarop is dat een derde doorgaans langer duurt dan een tweede. Het tweede komt het vlugst, de derde trager, wel sneller dan het eerste.
Mijn volgende antwoord is dat je met je demonen uit het verleden moest klaarkomen voor je je kon overgeven aan het baren.
Je was er mee bezig, dat zag ik in het bad. Aanvankelijk deed dat bad je goed, maar na een tijd merkte ik aan het krommen van je rug tijdens een wee dat de ontsluiting tegengehouden werd.
Je vroeg je hardop af of je het wel zou kunnen, dat kind baren, weet je nog?
Ze knikt.
- En jij zei me dat ik dat zeker kon.
- Ja. Het eerste kind heeft je bevestigd in de verleden-verhalen van je moeder, je leek gedoemd om haar keizersnede-scenario te volgen, maar ondertussen weet je beter. Je hebt dat tweede kind op eigen krachten kunnen baren. Ik heb daar wel een paar trucs voor moeten bovenhalen, onder andere je blind maken door je bril af te nemen.
Ze lacht. Ze herinnert zich dat gebaar maar al te goed. Haar vroedvrouw die de bril wegneemt. Haar controle. De vroedvrouw had haar ook nog doof willen maken om ook dat brein uit te schakelen.
Prikkelarm. Pas dan kon er sprake zijn van overgave.
‘Ce sont les plus bêtes qui accouchent le plus facile’ dixit madame de Béarn zaliger.

Ik ben gekend als een ‘kordate’ vroedvrouw, dat hoor ik toch vaak. Dat wil zeggen dat ik niet eindeloos toekijk zonder te interveniëren. Als ik merk dat een bepaalde houding niet ‘productief’ is, geef ik dat aan en stel ik iets anders voor.
Ik heb je uit het water gehaald en op bed laten liggen, samen met je man.
Jullie hebben tussen de weeën in geslapen. Erik Satie op de achtergrond.
Ook slapen is verlies van controle.
Spierontspanner, baarmoerderhalsopener…
Bij elke wee werd je weer wakker en kwamen de zorgenrimpels boven. Daarom heb ik je een beetje geholpen, de cervix gemasseerd en tegengehouden tijdens het persen tot hij helemaal achter het hoofd van je kind zat. Daarna was het een kwestie van een paar tellen.
Het had gerust nog een paar uur langer kunnen duren, had ik mijn handen thuisgehouden.
Nee, het was geen hands-off-obstetrics deze keer.
Ze vindt het niet erg.
Ik ook niet.

woensdag 24 september 2008

Wil je naar de baby kijken?

- Hey, Leen, ken je me nog?
Ik kijk op. Ik herken ze. Gelukkig.
- Je hebt mijn dochter op de wereld gezet.
- Nee, ik heb je daarbij geholpen.
Ze lacht.
- Ze is nu vijf, kijk hier. Ze toont me een foto, snel uit haar geldbeugel gevist.
Vroeger, als kind, verbaasde ik me steeds over die schare foto’s in geldbeugels. Mijn moeder deed dat niet. Zou moeder zich ooit lovend over haar kinderen geuit hebben? Nu ben ik blij de metamorfose van elke baby van toen te kunnen zien aan de hand van een foto, het liefst nog in levende lijve.
- Mooi kind.
- Goh, Leen, weet je nog die keer dat ik op consultatie kwam met mijn zoon?
- ???
- En dat hij daar zo’n kuren kreeg, naar je kraan liep en die telkens wou opendraaien.
Ja, het begint te dagen. Het beeld komt terug. Het kind, misschien 2 jaar oud dat plots alle aandacht opeiste door hardnekkig die kraan te willen openen, mama die dat probeerde te verhinderen en de jongen die niet tot reden vatbaar was. Ik herinner me vooral haar ontreddering bij die scène. Ze wist niet hoe ze het moest hanteren, hoe ze de jongen op andere gedachten kon brengen.
- Achteraf is gebleken dat hij autistisch is, verduidelijkt ze. En die kraan, dat was zijn enige houvast in die nieuwe situatie. Hij wist dat er uit de kraan water zou komen en hij had die zekerheid nodig.
Terwijl ze verder praat loopt de film bij mij en dan zeg ik het:
- Weet je, ik denk dat hij dat niet van vreemden heeft.
- Hoe bedoel je?
- Ik vond de reacties van zijn papa soms ook een beetje ‘raar’.
- Ik ben ondertussen van hem gescheiden.
- Je luierkussen stond boven je bad opgesteld, niet?
Ze knikt, niet begrijpend waar ik naartoe wil.
- Een keer, tijdens de nazorg, lag je man in de sofa terwijl wij het over de borstvoeding hadden, we zaten allen in de living. Op een bepaald moment stond je man op en liep heen. Ik hoorde water lopen. Je zoon sliep, we gingen de baby temperaturen, navelstreng verzorgen en verschonen. Nietsvermoedend stapte je naar de badkamer, maar ik ging niet mee, wist wat me te wachten stond. Ik hoorde je verbaasd aan je man vragen wat hij in bad lag te doen.
Ik wist ook niet waarom hij net die timing had gekozen wetende dat wij daar de kleine moesten verzorgen. Ik kan een naakte man wel aan, maar liefst in andere omstandigheden.

- Hij heeft het ook. Is allemaal uitgekomen na het onderzoek op mijn zoon.
Zijn broer ook. Toen mijn schoonzus naar de winkel moest en hem vroeg of hij naar de baby wou kijken vond ze hem bij terugkomst aan de overkant van de straat.
- Je zou toch naar de baby kijken, zei ze ontsteld.
- Dat heb ik gedaan, voor ik weg ging, ik heb naar hem ‘gekeken’.

dinsdag 23 september 2008

De toren van Babel



Verhalenmarathon voor iedereen vanaf 5 jaar

Naar aanleiding van de Europese Dag van de Talen organiseert EUNIC Brussels in samenwerking met ‘t Kunstenhuis al voor de vijfde keer een verhalenmarathon.

Het jaar 2008 is het Europese Jaar van de Interculturele Dialoog en dus werd er gekozen voor het thema Europa op reis.
'De ontvoering van Europa',
'De zeven wijze prinsessen' en
'De Toren van Babel' zijn de drie hoofdverhalen die in verschillende talen verteld worden.

Vlad Weverbergh (clarinet) en Rui Salgado (contrabas) begeleiden de vertellers tijdens hun lange reis. Mia Verbeelen (Vlaanderen) en Ailun Alzenga (Nederland) vertellen in het Nederlands.

De andere vertellers zijn: Carmen Palcu voor Roemenië, Nathalie Bondoux voor Frankrijk, Katharina Ritter voor Oostenrijk, Suse Weisse voor Duitsland, Johan Knattrup Jensen voor Denemarken, Sayena Yawary voor Ierland en Ahmed Zirek voor Kurdistan. De regie is in handen van Heike Kossmann.

‘t Kunstenhuis
Martelaarsplein 10
1000 Brussel
T 02 223 00 84

zondag 28 september 2008 van 11 tot 18u
volwassenen: 5 euro, kinderen van 5 tot 12 jaar 3 euro
meer info op 02 223 00 84 of info@pantalone.be
reservaties op 02 212 19 30 of info@deburen.eu

vrijdag 19 september 2008

Een écht kutblad



Niet dat ik dit ter plekke uitvind. Het woord kutblad neem ik nooit in de mond. Zij wel. Het staat op de cover van het magazine ‘Goedele’
Twee jaar geleden op de boekenbeurs stond ze me vriendelijk te woord nadat haar dochters een ‘handtekening’ in het boek van hun moeder hadden ‘getekend’.
Goedele, een toffe, vlotte madame. Moeders’ en Belgisch mooiste.
Hoe doet ze het? Denk je. En nu nog een blad dat haar naam draagt. Groot gelijk.
-’t is op je veertig dat het leven begint, zei een vijftiger me, tien jaar terug. Juist.
You ain’ t see nothing yet, zeg ik tegen groene twens.
‘Kind, kind, waar begin je aan?!’: wanhoopt la mama Liekens op de eerste pagina. Dàt vond ik al een zeer mooi begin.
Je voelt je meteen thuis.
Goed omringd is Goedele, zoals altijd.
Blad na blad heb ik gelezen.
Gewoon alles, voor één keer. Behalve de gehaktballen. En de maquillagereportage, die kelk laat ik immer aan me voorbij gaan.

Nu ken ik de voedingswaarde van sperma, verneem dat de stem van een vrouw tijdens de eisprong veel sexyier klinkt, weet ik dat Goedele eigenhandig verkeersborden heeft gemaakt, dat Kama ‘een bloedhekel heeft aan dat therapeutengelul van mensen die zeggen dat je werk en privé moet scheiden’ (nah, nu hoor je het eens van een BV!), dat Giedele Loekens haar travestietentweelingzus is…
Een dichtbij-blad, een, persoonlijk blad, zonder taboes. Want kijk daar op p.89.
Je komt ze zelden bloter tegen. Een enkeling waagt het publiek te maken, maar hier krijg je ze in alle formaten, veel explicieter, rauwer dan in haar vagina-boek.
De vagina. Het had de jouwe, de mijne, de hare kunnen zijn.
Geschoren en ongeschoren met grote en kleine schaamlippen.
De voor – en – na’s bij dokter vagina. (help, die onderste foto!)
En dan de oproep.
Doen jullie mee?
Stuur een mailtje naar vagina@goedelemagazine.be met een foto van je eigen flamoesje, liefdesoventje, of amuse-bouche, we posten ze op de site

dinsdag 16 september 2008

JBC song voor Yolan

Tellen. Niet dat ik er bewust mee bezig ben maar gisteren overkwam het me. Net in de helft zijn we, of in het midden.
Jij nu bent even lang weg als je zus nog hier blijft. Het ‘Joehoe!’-zonnetje in huis.
Thuis is ze nu, haar kotleven definitief de rug toegedraaid. Slikken was dat, voor haar.
Juichen voor mij. Dacht ze vaak te zien.
Maar druk dat ze het heeft; werken van ’s morgens tot ’s avonds.
- Maar mama, ik had wel twee uren pauze tussenin hoor!
- Denk je dat die baas van je – horeca of niet - wettelijk bezig is door je van 9 tot na middernacht te laten werken zelfs met twee uur pauze tussenin? Reken eens uit: dat blijft 13,30 uren werken op één dag.
- Flink fooi gekregen, zie maar. Twee bejaarde dames wilden me per se op de foto voor hun cursus fotografie. Een andere klant wou me spiritualiteit toedichten, hij zag in mij een engel, haha! En die filosoof die aan zijn boek werkt zegt Karel te kennen. Een klant belde de politie omdat ik wat ketchup op haar jas gemorst had...
Leuke en minder leuke horeca verhalen.
Als ze dan eens vrij heeft zijn ook dié dagen gevuld, grotendeels door de scouts, je kent het.
Van die maand die overblijft voor het grote vertrek, gaat ze twee weekends naar de kust om alles te regelen met haar reisgenote.
Dan begin ik te onderhandelen. Dat ze van die enkele vrije weekends die ons nog resten ook één voor ons moet vrijhouden.
- De laatste week werk ik niet, troost ze me terwijl ze op de pc haar mails checkt, I-tunes opzet en jouw favoriet lied opzet.
Ik heb het zo vaak gehoord toen je hier nog was.



Wanneer maken ze eens een liedje over ‘my mum’?

zondag 14 september 2008

wa zeig zje, pa?

En waarom zou ik niet ‘lieve pa’ mogen zeggen?
Dat ben je voor mij altijd gebleven, wat er ook gebeurd is.
En zie je daar nu liggen.
Schrikken was het wel.
Uitgeteld, je ogen die zich steeds sloten, zelfs praten was moeilijk.
- Wablief, pa, wa zeig zje? -
Ik wou je aan de praat houden, zag je niet graag inslapen.
Boos ook, maar die gevoelens mochten de bovenhand niet halen.
Het ging om jou.
Maar ik kon er niet bij dat er met de beste bedoelingen ‘gewandeld’ werd met je - al stond de zon nog roodgloeiend.
Terwijl je nog maar een week terug door je knieën gegaan was met eenzelfde goedbedoelde wandeling.
Mag iemand nog herstellen van een enteritis én bronchitis?
Mag iemand van 94 jaar op zijn kamer blijven, wat bijslapen, ter herstel?
Moet men daarom per se antidepressiva opvoeren terwijl hij dat niet wil, welk recht hebben wij om onze wil door te drijven?
Levensmoe en ziek bovendien. Dat is pa.
- We kunnen hem toch zo maar niet laten doodgaan! krijg ik in mijn gezicht.
- Ik zou geen 94 willen worden, repliceer ik, en hij vindt het al lang goed.

Ik neem zijn koude, witte vingers in mijn warme hand. Verwonder me over de zachtheid van die hand.
Ik herinner me vooral ruwe handen van het werken in ‘den hof’, lang geleden.
- Weet je pa, ik vond onlangs dat liedje terug dat jij voor me opgeschreven had.
The craddle song. We zongen het in Amsterdam en in Praag met zwangeren.
Breeze and blow’, weet je nog?
Ik zet in, doe met opzet of ik de volgende zin ben vergeten.
Haperend geeft hij het vervolg aan.
Ha, ik heb hem wakker gekregen.
Ik streel zijn aangezicht, voel zijn mond en wangen; wit en koud. Verwarm zijn kille voeten, doe hem wollen sokken om, wentel een wollen sjaal rond zijn handen en neem me voor de volgende keer een fleece dekentje mee te brengen
-Rest, rest on mothers brest
Father will come to thee soon

Zijn ogen lichten op.
Misschien rekt hij het nog jaren, misschien nog een week, maar vandaag gaat pa niet dood.

zaterdag 13 september 2008

Le Parc


Le Parc.

Logeren bij Belgen in Frankrijk 2008 ( Jacobs/Dedecker)

woensdag 10 september 2008

an Amish birthstory

Hoe we erop kwamen herinner ik me niet, maar feit is dat het ter berde kwam.
Hij, schoonbroer van Jan Hertoghs, Humo-journalist.
- O, zeg ik, diegene die indertijd een reportage maakte over Amerika?
Hij knikt.
- Over de Amish, de Vlaamse boerenpaarden, treinspotting enz?
- Ja, die.
- Weet je dat ik hem nog een brief heb geschreven en ik een lang antwoord terug heb gekregen?
Natuurlijk wist hij dàt niet.


- Er was een tijd dat ik naar de Amish wou gaan, nadat ik naar Afrika was geweest.
Weet je, thuisverloskunde is roeien met de riemen dat je hebt, met weinig middelen grootse dingen realiseren. De vrouw in haar kracht laten, zo zie ik het. Ik meende dat in Afrika te kunnen meemaken, maar daar was één grote barrière, die van de communicatie, beter gezegd: het gebrek eraan. Pas toèn heb ik beseft dat mijn beroep zoveel te maken had met communicatie. Praten, overleggen, aanmoedigen, coachen... Het kan non-verbaal, maar woorden zijn onontbeerlijk.
Een enkeling sprak Engels en dan waren wij de koning te rijk.
Ja, in Afrika wist ik vanaf de eerste dag wat ‘persen’ was omdat dit het enige woord was dat door het verloskwartier schalde.
‘Sindika, sindika, sindika’. Nog voor ze terug op adem kwamen.
Maar naam? Zwangerschapsduur? Ontsluiting? Duur arbeid? Dossier? Hoe gaat het? Heb je dorst? Wil je anders liggen?
De naam. Hoe spreek je iemand aan waarvan je de naam niet eens kent, niet kan lezen?
Jij? Zeg, dinges? Héla.
Ik ga niet meer terug, teveel dode baby's gezien ook.

Daarom liep ik met de idee – ik loop vaak met ideeën rond, hoor – om ooit eens bij Amish mijn job uit te oefenen.
Back to the basic, weet je wel?
Het belangrijkste instrument: de taal, was ik machtig.
Ik begeleid al wel eens iemand woordenloos, maar dat kan alleen maar omdat ik de vrouw kèn, onontbeerlijke informatie over haar heb kunnen vergaren tijdens de zwangerschap, er wederszijds vertrouwen is; de band is opgebouwd.

Het is er nooit van gekomen. Ik lees nog wel graag eens iets over Amish, dat wel.

Harley said, "Martha needs you." I said, "OK, I'm on the way." I had grabbed the birth stool and the Doppler when I went in, thinking my assistant, Megan, would be right behind me on the road and could bring in her instruments and the oxygen, in case Martha was ready to push.
I went in and Martha was sitting in the tub in about two inches of water, washing herself with a bar of soap and a washcloth. She said that the bath had helped her immensely and that the contractions had stopped. Maybe she had called too soon, she wondered.
I listened to the baby, who was fine. I asked Martha if I could check her in the tub and she said I could. She told me that the labor had started around 10:30 the night before, and that she had had a rough night—not much sleep—but didn't know when to call. She had almost called because she had felt the urge to push a couple of times, but she didn't want to get us out too soon, as cold as it was. She said the contractions had started and stopped, and this time she had a lot of pain in her back. I checked her and she was complete with a big bulging bag. She had not had a contraction in quite a while, she said. I told her that we could break her water if she wanted, or we could wait because her body was giving her a rest. She said that she very much wanted it broken because the kids were still home, and she wanted it over before they woke up. Amish children are not told where babies come from and are never told that mom is expecting a baby.

zondag 7 september 2008

tien uren

Als een prins buigt hij zich
en goemorgent kust hij me zacht
- geef me eens wat licht
dan werp ik een blik op de watch
nog dromend en slaapdronken
van merries beschonken
zie ik door mijn half ontloken ogen
op zijn snoet de gele montuur.

Ongelovig staart hij naar zijn armatuur
Al meer dan zeven uur!???
Mijn adem stokt terwijl ik sta te gapen
incroyable, we hebben t i e n uren geslapen!

Ik spring recht, wil niet dralen,
dit moet in de annalen.
Niet morgen maar vandaag of nog eer
want dit overkomt ons geen twee keer.
We kijken mekaar beduusd aan,
wat hebben wij gisteren verkeerd gedaan?
Was het de sauna op Finse wijs, the white wine
of de aanhoudende moesson die ons zo desastreus
deed belanden in de armen van Morpheus?

en voor u staat te honen en te gissen
van mon oeil, slapen, phoe, 't zal wel zijn
op ons communiezieltje, zonder missen
zweren we het: geslapen, all the time.

Vanavond doen we het anders en beter ;-)

vrijdag 5 september 2008

de wet van drie of die van Murphy?

Leuven is een schone stad.
Leuven is een gezellige stad.
Leuven is een bijna auto-loze stad.

Dat heb ik geweten.
Hebben jullie dat ook dat het hartje opspringt bij het ledigen van de brievenbus en je daar een brief treft met het allerbekende (beruchte) blauwe logo van ‘Politie’?
Nog gelukkiger werd ik bij het openen:
‘Inbreuk tweede graad:
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan…blablabla…onmiddellijke inning van 100 euro’.
Probeer je al eens inventief te parkeren tijdens de nazorgen zonder je blauw te betalen en geen mijlen te moeten lopen met je zware tas.
Zet je daarbij nog een bordje op je dashboard ‘op visite’; het brengt allemaal geen zoden aan de dijk.
Maar kijk, mijn lot aanvaardend neem ik mijn bezem weer ter hand om de gang te keren.
Hef een bruin doosje op dat dochterlief na haar kotverhuis liet staan. De volgende seconde vallen er zes glazen op de grond.
Doosje stond met deksel omlaag. Wist ik veel. Maar ik heb veel bijgeleerd. Scherven kan je kleiner maken door ze in een bokaal te doen, deksel erop te zetten en goed te schudden. Voor de scherven van zes glazen had ik maar één fruitsapbokaal nodig. Lucky me.
Zeer tevreden over mijn nieuwe vondst begeef ik me naar mijn wagen. Dat de automatische vergrendeling het niet deed was nog niet zo zorgwekkend, maar toen ik de sleutel in het contact draaide en er zelfs geen kik uit kwam vond ik hem al minder sympathiek.

woensdag 3 september 2008

ze gingen me helpen

‘Niet dat we getraumatiseerd zijn hoor, maar we zagen het deze keer toch graag anders gebeuren.
’t Is mooi begonnen thuis, ik werd ’s nachts wakker door een contractie en na vijf minuten nog een. Van in ’t begin heb ik weeën gehad om de vijf minuten. Ben in bad gegaan. Het ging goed, ik was ontspannen, ik kon het goed aan.
’s Morgens zijn we naar het ziekenhuis vertrokken.
We schrokken nogal van de onvriendelijke ontvangst. We wisten dat ze het druk hadden want ze hadden ons gezegd dat het die dag al vol zat met inducties, maar gezien ik in arbeid was moesten ze me er wel bijnemen, hé. Nog voor we op de verloskamer waren werd ons een epidurale aangepraat, ik had al vijf centimeter ontsluiting en straks zou het misschien te laat zijn, redeneerden ze en zou ik geen meer kunnen ‘krijgen’.
Ik wou er geen krijgen, heb altijd puur natuur willen bevallen, dat zei ik hen ook.
In de verloskamer werd ik aan de monitoring geschakeld, twee banden over mijn buik, waarvan één nogal knelde én ik moest op mijn rug blijven liggen.
Vanaf toen, in die houding, werd het veel moeilijker voor mij om mijn weeën op te vangen.
De ‘verpleegster’ snauwde me toe stil te blijven liggen,
- of wil je een miskraam misschien? vroeg ze.
En ook wat ik ging doen als de weeën straks dubbel zoveel pijn gingen doen als ik nu al zo veel pijn had? Tja, dat wist ik ook niet.
Dus stemde ik toe in een epidurale verdoving.
Mijn mond gesnoerd, zo kijk ik er achteraf op terug. Geen pijn, geen last, minder werk voor hen.
Natuurlijk was het zo makkelijk.
’s Middags kwamen ze binnen en zeiden me dat ik om één uur ging bevallen.
En effectief, om één uur stonden ze daar – na hun middagmaal, zeker? - en moest ik beginnen persen terwijl ik niks voelde van mijn weeën, ik wist niet hoe te persen noch wanneer.
En opeens waren die instrumenten daar: een schaar en ander metaal.
Ze gingen me helpen, zeiden ze.
Ze plaatsten een zuignap, knipten me open en haalden mijn kind eruit.
Hij is bijna een week onder de lamp gemoeten.
O, op materniteit waren ze supervriendelijk, maar het waren wijzelf die op de kleur van onze baby wezen.
Dat de borstvoeding een moeilijke start heeft gehad, herinner je je vast wel.

Met deze baby willen we het anders, denk je dat het mogelijk is?'

zondag 31 augustus 2008

Mila

  

donderdag 28 augustus 2008

ze is zo bang voor spinnen

- Er zit een spin in ’t WC!
Angst in de ogen. Een spin in ’t WC? Ik bekijk de pot aandachtig. Ze kijkt ingespannen door haar gekrulde wimpers, haar zwarte handjes en neusje piepend achter het deurkozijn.
- Nee, dààr!
Het vingertje wijst naar een hoek aan het plafond. Nu zie ik ze ook.
Een herfstspin die zich van seizoen vergist. Op een ander moment zou ik ze bij een poot grijpen en buiten zetten tussen het groen, maar daar zou dit vijfjarig kind van gruwelen, schat ik.
Met een paar velletjes WC-papier in aanslag zoek ik mijn evenwicht op de WC-bril.
Twee grote ogen volgen mijn beweging en lachen opgelucht als ik het monster bij de lurven heb.
- Bij mij thuis zijn er geen spinnen want wij wassen altijd.
- Tja, hier wordt nooit ‘gewassen’.
Ze peilt me, kan haar afschuw nauwelijks verbergen tot ze mijn knipoog ontvangt.
Haha, haar meter heeft haar weer goed beet. Ze lacht haar witte tandjes bloot.
Na de boodschap springt ze me weer tegemoet.
- Mag ‘mijn’ muziek nu op?
De ‘meter-muziek’ (Dessert Blues) heeft ze nu lang genoeg verdragen, al vier liedjes lang.
Ik zoek in iTunes haar map op.
Boten Anna. Spring de wereld in, Disney...
Zal ik daar ‘Spinnen’ van Kinderen voor Kinderen aan toevoegen?

Er wonen zwarte spinnen
In het land onder m'n bed
Ze zijn groter dan ikzelf ben
Ze zijn harig tot en met
Ze komen 's nachts tevoorschijn
Zulke reuzen en reuzinnen!
En dan moet ik gillen - urenlang
Dan kruip ik achter het behang
Want ik ben zo ontzettend bang voor spinnen

O jee jee, spinnen
Ze is zo bang voor spinnen
Voor die vieze, enge, dikke, grote kop
En die enorme poten
Stop!
Ik weet niet wat ik moet beginnen
Ze is zo bang voor spinnen

Als papa me naar bed brengt
Zegt-ie: 'Doe toch niet zo dom
Die gevaartjes uit jouw dromen
Die bestaan niet, meisje, kom'
Hij zegt: 'Je moet die angsten
Maar eens zien te overwinnen'
Hij zegt: 'Niet gaan huilen - géén gezicht
Ga slapen, doe je ogen dicht
Net als een kleine kat die ligt te spinnen...'

O jee jee, spinnen
Ze is zo bang voor spinnen
Voor die vieze, enge, dikke, grote kop
En die enorme poten
Stop!
Ik weet niet wat ik moet beginnen
Ze is zo bang voor spinnen

Als mama me naar bed brengt
Zegt ze: 'Kind, niks aan de hand
Ik heb gister nog gestofzuigd
In dat akelige land'
Ze zegt om me te sussen:
'Wil ik een verhaal verzinnen?'
Ze zegt: 'Er was eens lang gelee
Een hoge toren bij de zee
En daarin zat een blonde fee te spinnen...'

O jee jee, spinnen
Ze is zo bang voor spinnen
Voor die vieze, enge, dikke, grote kop
En die enorme poten
Stop!
Ik weet niet wat ik moet beginnen
Ik ben zo bang voor spinnen
Ik ben zo bang voor spinnen

In spin, hou je adem in
Ik ben zo bang voor spinnen
Uit spuit, maak geen geluid
Wat moet ik toch beginnen?
In spin, hou je adem in
Ik ben zo bang voor spinnen

dinsdag 26 augustus 2008

moeder - huisvrouw in spe - in de kano


De gelukkige huisvrouw

Een verraderlijke titel. Een die de lading niet dekt, je verwacht toch wat anders als je deze titel treft.
Huisvrouwen, je hebt er van alle slag als daar zijn: (dis)functionele, ervaren, bedrevene, creatieve, hopeloze, kinderloze, potige, timide, forse, magere…zelfs gelukkige.
Deze huisvrouw is aanvankelijk een van het gelukkige type en zelfs een met pit die bovendien geen blad voor haar mond neemt. En schrijven kan. Zo lusten we ze.
Jong en zelfbewust is deze dame. Perfect gelukkig met haar bestaan tot op de dag dat haar man zijn kinderwens uit. Hilarisch haar reactie.
Geen probleem hoor, Kees, daar hebben we Foster Parents voor, meent ze.
Maar neen, deze man wil een ècht kind, één van hun tweetjes. En deze assertieve Madame bezwijkt.


Het begin van het einde.
Wat gebeurt er met je als je je laat overhalen om toch zwanger te worden, om toch thuis te bevallen (Nederland) om een verdoving geweigerd te worden, om een traumatische bevalling te moeten ondergaan???
De roze wolk doorprikt.
Er zijn veel manieren om op dit gegeven te reageren. De één krijgt babyblues, een ander een post-partum depressie, nog een ander maakt er het beste van maar deze gelukkige huisvrouw doet hierop een knal van een post-partum psychose.
Maw: ze flipt en nog geen klein beetje.
Adembenemend is haar relaas. Zonder censuur, geen detail werd vergeten, gesprekken woordelijk neergeschreven, je zit er als het ware middenin.
Op honderdduizend exemplaren verkocht.
En het leest als een trein.

Aan dergelijk realistisch, eerlijk document ontbrak het mij als student vroedvrouw voor mijn thesis post-partum pyschose.

Heleen Van Royen, De gelukkige huisvrouw, Rainbow pocket nr. 615.

zondag 24 augustus 2008

vallende sterren

Flarden van gesprekken. Een gevulde dis. Het glas halfleeg of halfvol. Bijna nacht.
Ik steek mijn hand voor de zoveelste keer in de chipskom. De pralines zijn op.
Een leukerd hervulde de doos met radijzen.
Overdaad. Knabbel. Slok. Rook. Mijn blik op oneindig.
En dan.
In een V-punt , tussen de twee kruinen van bomen zag ik het als enige van het zesentwintig-koppig gezelschap: een neerwaartse flits, duisternis en dan een meter lager nog eenmaal een opflakkering. Mijn hart slaat een slag over. De tweede perseïde van deze maand.
- Ze is een specialist in vallende sterren, hoor ik Karel - die er nog nooit één zag - zeggen.
- O, ik wou een wens doen, heb je een wens gedaan? Vraagt de Huisvrouw.
Ik ontken, was me niet bewust van dat gebruik. Ik doe alleen een wens als ik het grootste stuk kan afbreken van het borstbeen van een kip.
- Mag ik dan een wens doen in jouw plaats?
- Tuurlijk. Ik heb mijn kans al verkeken want ik heb gesproken.
Zolang je zwijgt mag je wensen.
Ze lijkt gelukkig met de gunst die ik haar verleen, sluit ingetogen de ogen, is tien seconden stil om zich dan weer als een furie in de discussies te werpen. Er zit leven in dat lijf.
Een familie bloggers geanimeerd rond Chelone’s tafel tot stukken in de nacht.

De ogen van mijn vriendin rollen bijna uit de kassen als ik haar vertel dat ‘bloggers’ mekaar graag ontmoeten. Ze leest nooit blogs. Heeft er geen tijd voor. Nochtans is blog-schrijven een niet te stuiten exponentieel groeiend fenomeen. Iedereen kan op een creatieve manier zijn ei kwijt. Een publiekelijk ei.
Soms wil ik wel eens iets meer schrijven dan mag. Open en bloot.
Op een of andere manier censureer je jezelf, ergens zijn er te respecteren codes.
Tenzij je een privé-blog begint , met bijvoorbeeld één lezer, iemand die je je geheimen toervertrouwt.
Maar wat heb je daaraan?
Een stap terug naar het verdacht, immer locked en verstopte dagboek van weleer waar we moeder de huid vol scholden. Iets wat je uiteraard in real nooit durfde.
Daarom ga ik graag eens kijken naar
http://postsecret.blogspot.com/
‘This finger has killed’.

vrijdag 22 augustus 2008

de Olympiades

Ik mag niet zeggen dat hij het zich niet aantrekt, hij kijkt er wel naar.
Ook eergisteren, toen hij zijn 94ste verjaardag vierde.

Het verschil met vroeger is dat hij zich de namen van de atleten niet meer herinnert. Maar spreek over de sport, over hét zwemduel en het begint te dagen.
Het korte termijn geheugen knabbelt elke dag groter gaten.
De Olympiaden. Schoon woord.
Het kwam me als kind ter ore, en als met een wind vloog het weer voorbij.
'De Olympische Spelen' en het woord 'Londen'.
Op zolder speelden we met de schoendoos medailles. Van die blinkende metalen dingen met lintjes in alle kleuren en maten.
- Wa's da?, vroeg ik grote zus.
- Ewel, dat zijn de medailles die pa en ma gewonnen hebben, tiens!
Op de tweede zolder verkleedden we ons in clown met de witte trainingspakken uit Londen. Twee. Eén van pa en een kleiner van ma. Later bewaarde ik ze op mijn eigen zolder want van ma moesten ze - in een kuiswoede - weg. Nog later werden ze verloot onder de negen kleinkinderen.
Griet
https://www.youtube.com/watch?v=C2M27CVc11E
De medailles, ons schoolmateriaal, alles moest weg. Een paar attributen zijn gered.
Mettertijd viel de puzzel in elkaar, we begrepen dat ze ooit getriomfeerd hadden op het water, in een kano. De stille getuigenis hangt nu onder het dak van onze carport.
Pa, trainer van de Kortrijkse Kanoclub. Ma, tien jaar jonger, een aanstormend talent, op haar 17de Belgisch kampioen. Apart én duo vaarden ze de ene titel na de andere tegemoet. Beiden Belgische kampioenen die in de jaren veertig zegevierden in Brussel, Praag....


En pa die al 12 jaren naar de Olympische Spelen wou. Brak daar in 40 toch geen oorlog uit zeker zodat hij pas in 1948 Londen kon deelnemen, op zijn 34ste. Zonder medailles naar huis gekeerd deze keer. Ma was wel in de finale geraakt. Maar ja, moet het gezegd worden dat pa tegenslag had? Zijne trouwe maat, broer Piet, waarmee hij altijd duo kanode, was verdorie naar de Congo vertrokken zodat hij het met Hilaire moest stellen die drie dagen ziek was van de reis en 't jaar daarop nog verdronk ook. En ma stond in de buitenste baan. Iedereen weet wat dat betekent: de slechtst mogelijke start. Fin.
Of begin. Pa zetten de kano’s aan de kant, vroeg ma ten huwelijk en in 1950 werd hun eerste dochter geboren.
Vijftig jaren later waagden ze zich nog eens op het water, in een kano. Voor een reportage van Koppen. Een paar journalisten belden aan waardoor we meer en meer te weten kwamen over dat glorierijk verleden van pa en ma.De kilo's spijkers die ze 'wonnen', het gebrek aan training, materiaal dat hun parten had gespeeld. Het vals spelen door anderen, het boycotten van hun overwinning. Het kwam ons allemaal later en met mondjesmaat ter ore.
Wat dorpsgenoot Karel Hemmerechts indertijd de reactie ontlokte:
- Waarom zijn die mensen toch zo bescheiden geweest over hun sportverleden?
Omdat eigen stoef stinkt.
Zeker weten.