vrijdag 28 september 2007

Wat is er in Kortijk gebeurd, pa?

Een verhaal van net 1 jaar geleden, pa was nog valide.

Het eerste uur spreken we nauwelijks. Hij wil de CD van Pavarotti horen. Vraagt me of ik het verhaal van clown Pagliacci ken. Hij kent het verhaal zelf niet meer tot in de puntjes, maar herinnert zich dat de clown P. in kwestie verdrietig is en toch moet optreden.‘Riro Pagliacci” klinkt het indringend. Van heel de Pavarotti CD vindt zoon Yolan dit het mooiste.
- Waar moet ik afslaan in Gent?
- Gent? Nee, hij woont in Kortrijk.
Verdorie, nog 44 km verder, pffff.Zijn geheugen laat hem niet in de steek, al heb ik zijn aanwijzing gemist, we komen vlotjes via een andere poort Kortrijk centrum binnen. Ik zie mezelf als kind langs de vaart wandelen, op weg naar het openluchtzwembad. Dat mocht van mijn superpeter waar ik jaarlijks ging logeren.We rijden het huis van tante Gustavine voorbij.
- Nee, niet stoppen, zegt hij.De Broeltorens aan de Leie. Terminus.
- Kijk, die huizen daar aan de overkant, dat was vroeger het Boedha-eiland. Kano, trainen, zijn film spoelt terug.
- Soms vaarden we tot in Menen en terug, hij schat het op 20 km heen. Moest wel als Belgisch kampioen kanovaren en trainer van de club.
- Met Piet heb ik tweemaal de handicap in Brussel gewonnen. In 1939 en 1941. Met je ma ook in 1941 en 1943. In Praag gewonnen. Als afsluiter de Olympische Spelen in 1948 te Londen. Vaak kisten nagels gekregen als trofee, bij gebrek aan beters. De schoendoos vol medailles zijn al lang met het groot vuil meegegeven.

- Ah, potverdomme!, begroet nonkel Piet ons. Zes jaar jonger dan pa en licht dement, gekazerneerd in het verzorgingstehuis St Vincentius.
- Heb je Mark gezien? Grijze pa en ik wisselen een blik van verstandhouding. Ik verdeel de aardbeitaart en schenk ieder een stuk.
- Ik verstoa je ni, se, Piet, zegt pa.
- Ekwookni, zegt Piet. Ze lachen beiden hartelijk. Nonkel Piet zijn grinnikende lach waar we als kinderen zo van hielden. Maar zijn ogen stralen de pret van toen niet meer uit.

Twee uurtjes later nemen we afscheid en loop ik met pa de O-L-V kerk van het jaar 1300 binnen, recht naar de kapel aan de rechterbeuk. Karel de Goede houdt er de wacht, St Catharina staat een ongeziene vrouwelijkheid uit te stralen. Een Van Dijck aan de linkerbeuk. Pa toont waar de bommen in de kerk zijn ingeslagen, de kapel bleef quasi ongedeerd.

Bommen! We zijn er.
- Zonder die bom liep ik hier niet rond, de zussen ook niet en ons moeder was nooit ons moeder geweest.
- Wat is er gebeurd, pa? Flarden hebben we opgevangen, maar de finesse is ons nooit ter ore gekomen.21 juli 1945. Jane en haar ouders sliepen elke nacht ‘op den buiten’, uit angst voor de bommen, dat deed heel Kortrijk. Maar die éne avond niet, want Jane haar moeder kon maar niet geloven dat de geallieerden de stad zouden bombarderen op de nationale feestdag.
- Het was een Mosquito, van de Engelsen, zegt hij, zo een bommenwerper die gericht zijn bom stuurt.Pa heeft het knallen gehoord, is op zijn fiets gesprongen, naar ’t huis van zijn lief.
- Er was maar één huis in heel de rij plat en dat was het hare. Hij is binnengelopen, heeft haar moeder halfdood tussen de brokstukken aangetroffen en ter hoogte van haar beschermende buik ontwaarde hij het hoofd van Jane, dood.Een pluk haar heeft hij van haar kunnen redden. Terug naar huis gefietst om materiaal te halen en tegen dat hij er weer was, stond er geen huis meer overeind. Werk van de Amerikanen ditmaal. Pa ontspringt de dans voor de tweede maal.- Ja, ik ging met haar trouwen, ze was zo mooi niet als je ma maar ’t was een verstandig mens, ze was sociaal assistente. Ik Ben met haar nog naar Brussel gereden voor een examen dat ze moest afleggen. Samen op de tandem: Kortrijk- Brussel en ’s avonds terug.

Het liedje van Bram Vermeulen: ‘Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde. Het water gaat er anders dan voorheen. De stroom van een rivier hou je niet tegen….’ maalt in mijn hoofd. Vervang de steen door een bom. Hoeveel ‘anderen’ zijn er geboren door een bom?

De CD van Missa Luba heb ik opgezet.
Het “Kyrieeee” zongen we mee.

woensdag 26 september 2007

Ik ben gelukkig vandaag want:

  • ik kreeg deze morgen mijn huis opgeruimd en gedweild voor de eerste zwangere aanbelde- ze brachten het ziekenbed voor mijn pa twee dagen vroeger
  • Joke stelde een paar interessante vragen zodat we een aardige discussie hadden in de wagen
  • het pas bevallen koppel had inzicht gekregen over de bevalling na het lezen van het verhaal op mijn blog
  • mijn verkoudheid loopt op zijn einde
  • moeder kwam gewoon op bezoek zonder gelei-plannen
  • pa begint zijn draai te vinden en vooral de goede lighouding sinds het nieuwe bed- ik zag dochterlief voor een opa-bezoek
  • ik kreeg nog een sms-je uit de Malediven van zoonlief net voor de inscheping naar hun ‘onbewoond eiland’
  • de post verblijdde me met een bekend tijdschriftje en ik kon daar enkele grappige dingen lezen als zijnde een ander had Bolle Buik opgericht
  • nieuwe webmaster – David - van Diep-Rood bracht weer de juiste aanpassingen aan, merci kerel!
  • een mama erin geslaagd was om haar baby te voeden zonder afkolven
  • er komt weer lekker eten op tafel – spinazielasagne - zonder dat ik er één hand naar uitgestoken heb
  • ze hebben me gevraagd in een opleidingscommissie van vroedvrouwen te zetelen
  • ik zag het kind terug dat ik drie jaar geleden op de wereld hielp, zijn mama is weer zwanger
  • Tony zal ons vanavond weer laten swingen in Leuven
  • ik kan me nog verheugen in de kleine dingen des levens YES!

woensdag 5 september 2007

Frank!

Ik herinner het mij als was het gisteren gebeurd. Het was liefde op het eerste zicht.
Tweeëntwintig was ik en moeder voor het eerst en voor de rest van mijn leven.


Vanaf het moment dat ze hem op mijn buik legden wist ik dat ik van dat kind hield. Besefte plots hoezeer ik naar die baby verlangd had, al heel mijn leven. Hij was de mooiste, de liefste, de zoetste. Ik legde mijn hand beschermend om hem heen en voelde het jubelen in mijn lijf.
-Kind, kind, kind, je moest eens weten hoe ik van je hou.
Mijn eetlust verdween – alle chocolade eieren ten spijt - ik was verliefd!
Het moederdier in mij ontwaakte terstond. Niemand zou dit kind schade toebrengen, daar zou ik wel een stokje voor steken. Een possessieve trek kwam boven: hij is van mij. ‘Blijf eraf’, was de boodschap. Als er iemand dat kind moest wiegen, dan had ik toch het voorrecht zeker.
Nog steeds vertelt mijn moeder dat hij de liefste was van de negen kleinkinderen en steevast haalt ze dan dezelfde anekdotes boven. Zijn eerste woordje : ‘aaahh, kieke’ daarbij met zijn mollig vingertje naar het nietsvermoedend dier wijzend. Zijn verrukt gezicht toen hij haar eens ontdekte in de supermarkt. De keitjes die hij zonodig in zijn mond moest wassen……Ze krijgt er nog de tranen van in de ogen en dan wend ik mijn blik af en denk: ‘Moeder waar waren je tranen toen wij klein waren?’

’t Kind is het nest uitgevlogen, groot geworden (1m89), een heuse man zelfs met een ir diploma op zak, leuke job en vrije tijd full of surprises.
Komt hij thuis met ’t lief en zegt dat ze gaan trouwen, na zoveel jaar samenwonen.
Ik verheug me meteen op een eerste kleinkind maar dat verlangen wordt al snel in de kiem gesmoord.
Pa – zijn peter - belt. Hij komt niet naar het feest, kan dit op zijn 93 niet aan.
‘Vind je het goed als ik …(mag ik nog niet verklappen)……aan Frank geef? Effe slikken; ja pa als je denkt dat al de zussen en de kleinkinderen daarmee akkoord gaan…..

Overmorgen is het zover.
Maar eerst gaat hij
a) vandaag mijn website aanpassen en
b) ons morgen verrassen op de buis, op VT4 om 20.30u
Is hij slimmer dan een kind van tien? Daar kom ik morgen achter.